Verbleekt charisma

Als George W. Bush zijn belangrijkste generaal voor Afghanistan had ontslagen, zou er waarschijnlijk niet zijn gezegd dat hij zijn presidentiële gezag had bevestigd. Barack Obama heeft dat krediet nog wel en dat moeten we hem gunnen. Ook zijn onvermogen om Guantánamo Bay te sluiten, mogen we hem niet euvel duiden. De regering-Bush was dat ook al van plan, maar slaagde daar evenmin in. Maar het is een zwaktebod dat Obama na anderhalf jaar nog steeds naar de erfenis van zijn voorganger verwijst als de zaken niet naar wens verlopen. Dankzij die erfenis is hij president geworden, en onder Obama zou alles anders worden. Als dat tegenvalt, heeft dat met te hoge verwachtingen te maken. Toch kun je zeggen dat de president met het aannemen van ‘Obama Care’ al iets voor elkaar heeft gekregen wat zijn grote Democratische voorgangers niet is gelukt. Dat heeft hem echter nog niet de onoverwinnelijke status gegeven die voor deze alleskunner in het verschiet leek te liggen.

Erg verrassend is dat niet. Ook Obama kan niet over water lopen, en dat de eerste zwarte president van Amerika op tegenstand zou stuiten, stond bij voorbaat vast. Wat wel een teleurstelling moet zijn is de opstelling van Europese bondgenoten die bij zijn verkiezing stonden te juichen, maar die hun held op geen enkele manier hebben gesteund. In Nederland weten we daar alles van. Daar bleek de PvdA niet bereid om de missie naar Uruzgan tot half 2011 te verlengen en de terugtocht met die van de Amerikanen te laten sporen. Afghanistan lijkt met het ontslag van generaal McChrystal en de komst van generaal Petraeus (de man van de surge in Irak die ‘Obama’s war’ moet redden) nu al een nagel aan de presidentiële doodskist. Ook de handreiking van Obama naar de moslimwereld is nergens aangenomen. En op de G20 in Toronto kon de president de rest van de industrielanden (vooral Duitsland) niet van de noodzaak van nieuwe bestedingsimpulsen overtuigen. De deelnemende landen verklaarden hun overheidstekorten de komende jaren te willen halveren.

Dat is ook niet vreemd. Hoewel Obama in de wereld nog steeds een ster is, zullen zijn collegae hebben waargenomen dat hij reizen naar Indonesië en Australië liet schieten om zijn zorgplannen door het Congres te loodsen. Dat laat Obama’s prioriteiten zien. Zijn plannen zijn bovendien buitengewoon duur en tasten het vrij besteedbare inkomen van Amerikaanse burgers aan. Niet goed dus voor de wereldeconomie, waardoor Obama niet in de positie verkeert om andere landen tot extra uitgaven te verleiden. Hoewel economen als Paul Krugman waarschuwen voor een ‘nieuw 1937’ (toen er te vroeg op de rem zou zijn getrapt en het aan de New Deal toegeschreven economische herstel in de kiem werd gesmoord), hebben de Europese verzorgingsstaten andere zorgen. Zij hebben al grote overheden met grote tekorten en vrezen Griekse scenario’s. Dan kun je geen economieën ‘kapot bezuinigen’. Dat was misschien anders in de jaren dertig, toen overheden veel kleiner waren, er kort daarvoor een ruïneuze wereldoorlog was gevoerd en er massawerkloosheid heerste. Maar om na de grootste welvaartsexplosie uit de geschiedenis, waarin als nooit tevoren op krediet is geleefd, nu nog meer schulden te gaan maken, zou ook Keynes niet hebben aanbevolen. Obama’s leiderschap werd beleefd genegeerd, omdat het op ondeugdelijk (en achterhaald) ideeëngoed is gebaseerd.


Hier komen we bij Obama’s echte probleem. Obama beroept zich op analyses die het goed doen in (links-)academische kringen, maar die daarmee nog niet juist zijn. Links Amerika denkt dat met ‘Irak’ en de ineenstorting van Wall Street ook het neoconservatisme is weerlegd. Het succes van de ‘Reagan-revolutie’ wordt nu wel erkend, maar toegeschreven aan de charme van een president die het Amerikaanse volk verleidde met een simplistisch optimisme. Het idee is dat het charisma van Obama het tij kan keren en de basis legt voor een nieuw progressief tijdperk, een ‘imperial presidency’ (als onder Kennedy). Maar de meeste Amerikanen delen deze hooghartige fantasie niet en hebben zich alleen van de Republikeinen afgewend omdat ze na alle rampen van de laatste jaren niet meer ‘happy’ zijn. Anders dan Reagan, die wel degelijk aanvoelde waar de schoen wrong en begreep dat Amerikanen weinig moeten hebben van een almachtige overheid, mist Obama die antenne voor de gewone man. Zijn leiderschap is koel en afstandelijk en behoedt Amerika evenmin voor rampen (zie het lekkende olieplatform van BP). Geen wonder dat de ster van Obama verbleekt. Erger, het is op zich al een testimonium paupertatis dat zoveel progressieven hun hoop op een charismatisch leider stellen. Voordeel is wel dat Obama nu eindelijk kan laten zien wat hij werkelijk waard is.

import dirk jan van baar