Ego-essay: zoektocht naar een bevredigend seksleven

Door het mateloze succes van Sex and the City lijkt het alsof vrouwen openlijk hun seksleven bespreken. Maar uiteindelijk staan we er in onze zoektocht naar een bevredigend seksleven nog steeds alleen voor

Laat ik voorop iets heel duidelijk stellen: het probleem dat ik zo dadelijk ga schetsen zit vooral in míj. Ik wil geen beschuldigende vinger wijzen naar mijn zus, moeder, vriendinnen en nichten, hoogstens naar naar ‘de maatschappij’, maar daar kun je ook nooit lang boos op blijven.
Mijn naam is Esma, ik ben een volwassen vrouw die zich al jaren geleden in de hoofdstad heeft gevestigd om daar van het goede leven te genieten. Slim, want gestudeerd aan de universiteit, en vaak een mening paraat over de hypotheekrenteaftrek of Japanse literatuur. Ook best wel leuk om te zien; ik heb een vrouwelijk figuur en een vriendelijk gezicht. Ik heb twee lange relaties gehad, een met een Nederlandse filosoof die naar Amerika verhuisde en sindsdien heilig in marktwerking gelooft, en een met een Amerikaanse muzikant, die uiteindelijk weigerde naar Nederland te verhuizen omdat hij toch meer voelde voor zijn gitaar.
Nu ben ik alweer een tijdje ijverig bezig in allerlei uithoeken van de singlesmarkt. Ik val op het type Kurt Cobain meets Jean-Paul Sartre. Een behoorlijk kleine niche, dus moet ik me soms ook vergrijpen aan mannen die niet aan het profiel voldoen. Prima, want officieel ben ik qua seks op mijn hoogtepunt, dus alle experimenten op dit gebied zouden allemaal ontzettend leuk moeten zijn. Toch merk ik dat ik het nog steeds moeilijk vind de vinger op de gevoelige plek te leggen – of te laten leggen door een man. Ik heb op mijn 32ste nog steeds geen vat op seks. Mijn seks.
De ellende begint al bij het woord vagina… Ik kan het nog steeds niet over mijn lippen krijgen zonder een verontschuldigende kuch. Het is het meest aseksuele woord uit de dikke Van Dale, vooral als gynaecologen het uitspreken, vlak voordat ze behendig een eendebek – nog zo’n walgelijke term – naar binnen schuiven. De uitspraak, va-gín-a, met de nadruk op de i, is een slinkse wijze van artsen en andere hulpverleners om mentaal op kilometers afstand te blijven van dat roze, harige, onlogische, vochtige orgaan waarvan we continu de zuurgraad in de gaten moeten houden.

Lees de rest van het artikel in HP/De Tijd van deze week

Esma Linnemann