Astrid Theunissen 42: ‘Beetje gestrest, maar wel erg romantisch’

‘De eerste keer onthoud je, de tweede niet. De eerste keer met je tweede vriendje ook niet – ik niet althans. Mijn allereerste keer was met Erik. Ik was net zestien, hij achttien. Erik speelde gitaar in een band die repeteerde op de zolder van de verbouwde Limburgse boerderij waar mijn beste vriendin woonde. Haar ouders zouden een weekend weggaan. Erik en ik spraken af dat we ‘het’ dan zouden gaan doen. We hadden al negen maanden verkering, maar hadden alleen nog maar wat gezoend en gefriemeld. Dat vond ik wel best, want ik vond mezelf nog erg jong. Had heel lang een kinderlijfje en geen tietjes.

Mijn vriendin had iets met de basgitarist van de band. Zij is die nacht ook ontmaagd. Erik en ik gebruikten de slaapkamer van haar zus. Erik had ‘het’ al eens gedaan, en wist dus bijvoorbeeld hoe hij een condoom om moest doen. Dat vond ik erg prettig, want zelf was ik zo gespannen als een veer. Seksueel was er daardoor niet veel aan – het was in mijn optiek ook nogal snel afgelopen – maar het was wel erg romantisch, want Erik was erg lief en zacht. Heel anders dan de macho’s in mijn boek Slappe zakken dus.

We hadden trouwens nog wel een beetje stress die zaterdagavond, want er was wat bloed gekomen op het matras en op het laken. Het was dus niet alleen romantisch, het was ook een beetje boenen.

De volgende dag fietste ik samen met mijn vriendin over de Dorpstraat naar het voetbalveld – we voetbalden allebei. We wisselde verhalen uit en voelden ons heel volwassen. Hadden de grotemensenwereld betreden.

Erik en ik hebben nog een kleine twee jaar verkering gehad. Ik liet hem achter toen ik ging studeren in Amsterdam. Daar ben ik helaas geen Eriks meer tegengekomen. Tja, die wonen kennelijk alleen in Limburg, haha. Hoewel, misschien heb je ze ook wel in Amsterdam, maar heb ik ze over het hoofd gezien. Toch ben ik wel altijd op zoek geweest naar een type-Erik.

Niet alle mannen die ik in mijn boek beschrijf zijn overigens kroegmacho’s. Het zijn vooral gepassionéérde mannen, die, vonden ze althans zelf, te druk waren met hun werk om tijd te hebben voor kinderen. Maar weet je, eigenlijk was Erik óók gepassioneerd. Hij was enorm bezig met muziek en antiek – inmiddels is hij antiquair. Net als de slappe zakken in mijn boek heeft hij het vaderschap lang uitgesteld. Kortom: als ik hem tijdens mijn thirties was tegengekomen, was dat ook een probleem geworden.”

Boudewijn Geels