Swingen aan de Costa del Sol

698 seconden leestijd

Vanuit een haciënda in de heuvels van Zuid-Spanje klinkt hysterisch gekreun. La Macarena, want zo heet het gebouw, is dan ook een complex waar swingers zich in alle vrijheid kunnen uitleven. ‘Of je nu bankdirecteur bent of vuilnisman, zonder kleren is iedereen gelijk.’

Erik wil een ei bakken, ziet dat de plek achter de pruttelende koekenpan al is bezet en zegt dan tegen zijn vrouw: “Ik moet op m’n beurt wachten.” Waarop zijn Jeanet zwoel antwoordt: “Dat ben jij niet gewend hè, op je beurt wachten?”

Erik en Jeanet uit Tilburg zijn dertig jaar getrouwd, maar doen het nog vijf keer per dag. Althans, dat is het streven, want als de schoolgaande kinderen thuis zijn, komen ze niet aan dat indrukwekkende gemiddelde. “Maar we bellen elkaar weleens op het werk op,” legt Jeanet uit, “en dan racen we allebei in de lunchpauze naar huis.”

Negen dagen lang hoeven ze dat soort trucs niet uit te halen, want negen dagen lang vieren ze vakantie in La Macarena, een hete haciënda in de heuvels boven het Zuid-Spaanse Vélez-Málaga. In die openluchtparenclub, waar ze zich omringd weten door gelijkgestemde geesten (en lichamen), kunnen ze dat moyenne zelfs nog opkrikken. Want in La Macarena regeert de lust. Niet verwonderlijk dus dat ze kort voor het ontbijt nog even een vleselijk samenzijn hebben gehad. “Ik ben blij dat-ie zo gek is op eieren,” lacht Jeanet, als Erik aanschuift met zijn zelfgefabriceerde uitsmijter.

La Macarena is het levenswerk van het Belgische echtpaar Jacques en Biny Bommerez. Jacques is een buitengewoon vriendelijke Belg die een beetje op Kabouter Plop lijkt. En hier, aan de Costa del Sol – door grappende bezoekers nog weleens verbasterd tot Costa del Snol – heeft hij zijn eigen Plopsaland gecreëerd. Grootste verschil met dat pretpark in De Panne: hier mogen alleen volwassenen spelletjes spelen. La Macarena is een unieke combinatie van nudistencomplex, all-inclusivehotel en parenclub. Jacques, die jarenlang in het Vlaamse Roeselare een hotel-restaurant runde (“Ik ben een gediplomeerd kok met als specialiteit de Franse keuken”), hanteert in La Macarena Friedrich Schillers aloude, door Ludwig van Beethoven zo mooi getoonzette adagium: Alle Menschen werden Brüder. Dus zet hij zijn internationale gasten – ditmaal afkomstig uit Noorwegen, Zwitserland, België, Engeland, Spanje, Duitsland en Nederland – bij het diner aan één en dezelfde eettafel, opdat er onmiddellijk iets van saamhorigheid ontstaat. En die saamhorigheid leidt onder deze omstandigheden steevast tot méér…


Terwijl ik geniet van een huisgerookte (!) zalm met zelfgekweekte luzernescheuten en een acht uur gesmoorde eend in appelsiensaus met appel gevuld met vijg en kweepeer plus aardappelpuree met selderij, afgeblust met een voortreffelijke chablis, dwalen mijn ogen onwillekeurig af naar mijn tafeldame ter linkerzijde. Carla, een Belgische advocate die onder geen beding genoemd wil worden, omdat ze anders naar eigen zeggen uit de orde van advocatuur wordt gegooid, nuttigt haar spijs en drank in een wit colbertje, met daaronder niet veel meer dan een Marlies Dekker-beha, een paar zwarte kousen, dito pumps en een minuscuul stukje textiel dat vermoedelijk moet doorgaan voor een slipje. De Noorse dame van eveneens middelbare leeftijd die aan de andere kant van het avondmaal geniet, draagt een wit mini-jurkje dat aan de zijkanten volledig is opengewerkt, zodat je kunt zien dat ze er niets, maar dan ook niets onder aan heeft. Normaal gesproken zou dat de nieuwsgierigheid prikkelen, ware het niet dat ik allang weet wat ze nog heel even aan het zicht onttrekt. Zoals ik bij eenieder van mijn tafelgenoten al weet wat ze in hun broek danwel onder hun rokje hebben zitten. Liggend aan de rand van het zwembad, eerder die dag, heb ik alle worstjes en kipfiletjes reeds voorbij zien komen.

Als ik mijn afsluitende kopje koffie achterover sla, constateer ik dat de Noorse mevrouw is verdwenen en dat uit een van de vertrekken in het hoofdgebouw een onwaarschijnlijk geschreeuw opstijgt. Zoals het een alerte reporter betaamt, spoed ik me naar binnen, waar ik noteer dat de Scandinavische op tamelijk onstuimige wijze manueel wordt verwend door haar Duitse disgenoot, terwijl haar eega dusdanig diep met zijn knuist in de Engelse dame zit dat hij grote kans loopt zijn horloge te verliezen. Het hysterische gegil van de volkomen extatische vrouwen zorgt voor een kettingreactie, en hoewel de geleerden het er nog niet over eens zijn of het nou goed of slecht is om met een volle maag te cohabiteren, laat niemand zich in deze eruptie van erotiek onbetuigd. Niemand, behalve de sexy advocate, die zich opmerkelijk genoeg zwaaiend met een fles champagne uit de voeten maakt.


Jeanet steunt op de paaldanspaal en steekt uitdagend haar blote kont naar achteren, zodat Erik gemakkelijk voor de vierde keer die dag aan zijn echtelijke verplichting kan voldoen. De Engelse dame laat zich op een manier die routine verraadt over een Nederlands lid van de Europese gemeenschap zakken en begint, steunend op haar sleehakken, te stuiteren alsof ze in het boemeltreintje tussen Gillingham en Sittingbourne zit. Een mooi moment om kennis te maken, denkt de Nederlander tussen het hijgen en kreunen door, maar dat leidt tot een Babylonische dialoog die niet zou misstaan in een sitcom.

“Where are you from?” “Surrey.” “Where are you from?” “I said Surrey.” “I thought you said sorry.”

Mevrouw blijkt er overigens wel pap van te lusten. Letterlijk.

Eerder die dag sprak Kabouter Plop de wijze woorden: “Of je nu bankdirecteur bent of vuilnisman, zonder kleren ziet iedereen er hetzelfde uit en is iedereen gelijk.” Toch haal je de valsspelers er zo uit. Na zijn kruit te hebben verschoten, blijft de Noorse man doodleuk met een ferme erectie rondlopen. Een typisch geval van doping, lijkt mij.

“Wie doet straks het licht uit?” vraagt de Engelse man, die zich even tevoren met de Duitse of de Spaanse vrouw heeft geamuseerd (dat was niet goed te zien; er zaten te veel armen en benen voor). Nippend van een koel biertje gniffel ik beleefd om zijn grap. Die geen grap blijkt te zijn, want de laatste swinger die de speelruimte van La Macarena verlaat om zijn fraaie appartement op te zoeken, sluit daadwerkelijk af! Jacques en zijn echtgenote Biny zijn zelf immers al uren naar bed. Ook dat is een van de sterke kanten van La Macarena: iedereen neemt zijn eigen verantwoordelijkheid. Met uitzondering van het avondeten hoeft ook niemand op zijn fourage te wachten; iedereen haalt alle drank die hij wil gewoon zelf uit de koelkast of tap en de tussendoortjes – soep, snacks, ijs – kunnen eveneens zonder vragen worden gepakt. Volwassen toestanden in een volwassen bedrijf.


Een eigen huis onder de zon, waar alles mag en alles kon; dat leek Jacques Bommerez jaren geleden een mooi te verwezenlijken ideaal. Hij reisde er de hele wereld voor over, tot hij via onder meer Bulgarije, Polen, Tsjechië en de Kaapverdische Eilanden stuitte op een paardenfokkerij in Zuid-Spanje. De paarden verdwenen, het fokken bleef. Elk jaar zag hij zijn omzet met twintig procent groeien; elk jaar ook breidt hij zijn lustoord uit en worden de kamers luxer en luxer. Jacques, die, als hij iets wil benadrukken de laatste paar woorden van zijn betoog nog eens extra beklemtoond uitspreekt, de wijsvinger daarbij priemend in de lucht stekend: “Wij hebben hier zeventig procent terugkomers. Zeventig. Procent. Terugkomers. Dat heb je nergens! Da’s toch een teken dat we iets goed doen, hè?” En: “Wij bevredigen alle primaire behoeften. Alle. Primaire. Behoeften.” En daarmee heeft deze Kabouter Plop voor boven de achttien het natuurlijk bij het rechte eind. Luieren, eten, drinken en, eh, dat andere. Wat heeft een mens nog meer nodig? “Hier is iedereen gelijk,” gaat Jacques nog even verder, voor hij de keuken induikt om het vlees voor het volgende diner te gaan snijden. “Ieder. Een. Gelijk. Ik heb hier makelaars met een vermogen van vele miljoenen, maar net zo goed directeurs van banken. Alle soorten pluimage komen hier. Alle. Soorten. Pluimage. Maar voornamelijk zijn het mensen met een gestresseerd leven. Zelfstandigen, de bovenkant van de maatschappij.”

De vuilnisman die er in zijn blote snikkel net zo uitziet als de president-directeur van een oliemaatschappij komt dan ook alleen in figuurlijke zin in het spel voor. La Macarena van maître Jacques (“Na het echte orgasme volgt hier het culinair orgasme. Het. Culi. Nair. Orgasme!”) trekt inderdaad voornamelijk mensen uit de bovenlaag van de samenleving. Dat ervaart ook de 55-jarige Henriëtte uit het Gooi, die hier al voor het vijfde jaar komt. Samen met haar man, die hoogleraar is, geniet ze van ‘de relaxte sfeer’, ‘de gemleerdheid van de gasten’ en ‘de vriendelijkheid van Jacques en Biny’. “Wij zijn dertig jaar geleden als naturisten begonnen,” vertelt ze, terwijl ik mijn ogen niet kan afhouden van de spiegelglad geschoren voorbips die onder haar turkooisen omslagdoek tevoorschijn piept, “en het is ons opgevallen dat je in dat wereldje heel veel intellectuelen tegenkomt.” Hoe dat komt, weet ze niet. Wél weet ze dat ze ondanks alles níet zo vrij is als de rest van de gasten van La Macarena. “Ik hou van de vrijheid, maar aan groepssex waag ik me toch niet. Aanbiedingen genoeg gehad, daar niet van, maar ik heb zelf meer behoefte aan wat diepgaand contact vooráf. Gelukkig is niet iedereen zoals ik. Ooit was ik erbij toen vier buren uit Hoevelaken elkaar hier tegenkwamen. Die hebben toen ‘s nachts ook echt geruild. Dat gaat er bij mij niet in. Dan denk ik alleen maar: hoe moet dat verder als je weer thuis bent?”


Ik maak Henriëtte erop attent dat het heel rustig is aan de rand van het zwembad en dat de echte actie kennelijk na zonsondergang plaatsvindt. Dat heb ik verkeerd gezien, volgens de licht rossige Gooise vrouw. “Dit heb ik nog nooit meegemaakt hoor, zo rustig. Normaal liggen ze hier echt de hele dag door overal te, eh, hoe zeggen jullie dat in Amsterdam… vozen?”

Licht teleurgesteld laat ik mijn gloeiende lijf in het verkoelende zwembadwater glijden. Op een groot luchtbed, vlak naast een enorme opblaaspik, ligt Kabouter Plop te zonnen. Hij wenkt me en vraagt dan, op fluistertoon: “Zie je haar?” Hij wijst op een blote, blonde vrouw met opgestoken haar. “Om je een indruk te geven van het publiek dat hier komt; die dame heeft een toppositie in het Zwitsers Olympisch Comité. Een. Top. Positie.” (Henriëtte, even later: “Die met dat ondeugende gezicht? Ja, die vrouw ken ik wel. Da’s een wilde hoor! En ook nog eens bi.”)

Links van ‘die wilde’ ligt een jongedame op haar buik, genietend van het feit dat haar partner haar van top tot hiel insmeert met zonnebrandolie. Opmerkelijk genoeg smeert hij de beschermende factor ook op een plek waar de zon nooit schijnt. Ik lig buiten gehoorafstand, maar kan aan het schudden van haar billen zien dat ze deze geste wel weet te appreciëren.

Op het terras houdt de Belgische advocate me staande. “Ik wil even met u de diepte in,” zegt ze, en dat klinkt als een mooi aanbod. Maar ze bedoelt het in figuurlijke zin. “Noteer: er komen hier twee soorten mensen,” dicteert ze, terwijl ze een glas rode wijn aan haar lippen zet. “Libertijnen en echangisten. De echangisten komen hier alles en iedereen poepen.” Voor de duidelijkheid: ‘poepen’ is Vlaams voor ‘neuken’. “Die redeneren van: ‘een gat is een gat’ en ‘een paal is een paal’. Ik ben niet zo. Ik ben een libertijn. Een libertijn is een vrijgevochten persoon die houdt van uitdagen, van spannende kledij en van sfeer maken. Een libertijn zal u wel strelen en pijpen, maar poepen gebeurt alleen met de eigen partner. Amai, daarom kan ik ook rustig met u gaan tongen. Mijn vriendje gaat dat niet erg vinden, omdat hij toch weet dat wij tweeën niet zullen poepen. Zeg, kunt u dit artikel voor publicatie nog even opsturen?”


Met uitzondering van die van Jacques, Biny en Kabouter Plop zijn alle namen in dit artikel gefingeerd.

www.la-macarena.com


Hoofdredacteur

Frank Poorthuis (1956) is sinds 1981 werkzaam als journalist. Hij werkte freelance en sinds 1995 voor de Volkskrant, waar hij van 2001 tot 2005 chef van de Haagse redactie was. Daarna was hij adjunct-hoofdredacteur bij Vrij Nederland, De Pers en Het Parool. Hij is 1 februari 2011 begonnen als hoofdredacteur van HP/De Tijd. Hij is een liefhebber van de politieke reconstructie en het goed geschreven profiel, maar ziet het blad ook graag een voortrekkersrol vervullen in het maatschappelijke en culturele debat. HP/De Tijd in topvorm, zegt hij, 'is een gids voor het moderne leven, met een knipoog'.

Lees ook
Meer artikelen