Interview met Joeri Boom

Joeri Boom (39) reisde voor De Groene Amsterdammer menigmaal naar Afghanistan. Een gesprek over het fiasco van de militaire missie, morrelen aan mensenrechten en journalistiek bedrijven in oorlogsgebied. ‘De verregaande identificatie met ‘onze jongens’ is een groot probleem.’

U bent zes keer onafhankelijk – dus niet ‘embedded’ bij de krijgsmacht – in Afghanistan geweest. Is dat niet levensgevaarlijk?
“Valt reuze mee. Je moet je alleen niet te opvallend kleden. Echt gevaar loop je pas als je met westerse militairen op pad bent. Dan ben je een schietschijf. Ik ben zelf één keer beschoten, toen we met een konvooi op een heuvel stonden. Gelukkig schoten de Taliban niet met mortieren; dat had erg slecht kunnen aflopen. Nu viel het gelukkig wel mee.”

Zulke schietpartijen zult u niet vaak meer meemaken in Uruzgan, want de Nederlanders hebben afgelopen zondag hun laatste patrouille gelopen. Is het verstandig dat we ermee ophouden?
“Nee! We hebben met onze inzet een bepaalde verwachting gewekt. Dan is het schandalig als je, zoals de PvdA, in één klap de stekker eruit trekt.”

We hadden toch héél duidelijk gezegd dat we in 2010 zouden stoppen?
“Het was prima uit te leggen geweest als er een groepje Nederlanders was gebleven om contacten te onderhouden met de Afghanen. Dat was ook wijs geweest, want de Amerikanen hebben een andere stijl: veel meer gung ho. Er was zelfs even sprake van dat de Amerikanen uit pure nijd de oude, zwaar corrupte machthebbers zouden terughalen, onder het motto: met hen kunnen we tenminste zakendoen. Daarmee zouden de Nederlandse inspanningen in één klap teniet zijn gedaan.”

Begin september verschijnt er van uw hand een boek over oorlogsjournalistiek in Uruzgan. Wat wordt dat voor boek?
“Het is een persoonlijk relaas. Ik schets de valkuilen waar je als embedded reporter in kunt tuimelen. Neem dit artikel (Boom wijst op een knipsel uit NRC Handelsblad over Uruzgan van Jaus Müller – BG). Prima stuk verder, hoor, maar er was een tijd dat we allemaal onder onze artikelen zetten: ‘Gecontroleerd door Defensie’. Sommigen, en de NRC deed daar gretig aan mee, zetten daar zelfs bij: ‘Defensie heeft niets gewijzigd’. Maar hier staat helemaal níets meer onder. Terwijl Müller alleen aan de Nederlandse militaire kant is geweest en zijn stuk honderd procent zeker door een censor van Defensie is doorgelezen. Defensie noemt het zelf ‘scannen’, maar het is regelrechte censuur.”

Defensie wilde natuurlijk niet dat er militair-strategische informatie naar buiten zou komen.
“Er is méér. De belangrijkste voorlichter in dezen liet zich laatst tegen mij ontvallen: ‘Het gaat natuurlijk wel om het verkopen van de missie. Eh, ik bedoel… Enfin, je begrijpt wel wat ik bedoel.’ Zo zit het dus: de missie moest ‘verkocht’ worden. Daarom presenteerde de politiek hem ook als opbouwmissie en niet als vechtmissie. Nou, bij de krijgsmacht wisten ze wel beter. Eén ding wordt nooit aan ons, het volk, uitgelegd: het kleine Nederland is afhankelijk van bondgenootschappen, dus moeten we de VS zo nu en dan volgen. Zélfs als er een klootzak als George W. Bush aan het bewind is. Volgens mij snapt iedere Nederlander dat je, om je eigen positie veilig te stellen, soms een veer moet laten voor wat betreft de mensenrechten en mooie principes over wereldvrede.”

In hoeverre mogen de mensenrechten wat u betreft…
“Dat had ik natuurlijk nooit moeten zeggen. Ik wil alleen maar aangeven dat het niet erg is om af en toe deel te nemen aan een oorlog die niet iedereen rechtvaardig vindt.”

Wat bedoelde u nou met ‘een veer laten voor wat betreft de mensenrechten’? Accepteren dat er soms burgerslachtoffers vallen?
“Dit is een ongelooflijk lastig onderwerp voor Nederlanders. ‘We’ hebben burgerslachtoffers gemaakt, alleen weet niemand hoeveel. Bij de slag om Chora in 2007, toen onze troepen tegenover een enorme Taliban-overmacht stonden, is er gebombardeerd en met pantserhouwitsers geschoten. Daarbij zijn burgerslachtoffers gevallen. De vraag is echter: zijn er ook oorlogsmisdaden gepleegd? Nee, heeft een onafhankelijke Afghaanse mensenrechtencommissie geconcludeerd. De burgers waren namelijk met luidsprekers gewaarschuwd: we gaan bombarderen! Wel is er een pantserhouwitser afgevuurd zonder waarnemer op de grond. Officieel mag dat niet. Dat was dus op het randje. Arnold Karskens van De Pers staat hier veel activistischer in dan ik. Hij is doorgaans op zoek naar oorlogsmisdaden begaan door Nederlanders. Prima, Arnold heeft in Irak een paar belangrijke dingen aan het licht gebracht. Maar wat als die oorlogsmisdaden er niet zijn? Ik ben er zelf nooit specifiek naar op zoek geweest. Ik heb situaties aangetroffen waarbij burgerslachtoffers waren gevallen, maar dat was steeds gebeurd onder omstandigheden waarvan ik dacht…”

Hoe had het dán gemoeten?
“Juist.”

U bent een realo.
“Dat probeer ik wel te zijn, ja.”

Botst u weleens met de linkse collega’s bij uw eigen blad?
“Nee. Rond ‘Srebrenica’ – ik was toen net stagiair – hadden we verhitte discussies. Ik vond het nogal makkelijk om met de beschuldigende vinger te wijzen naar de Nederlandse militairen. Je moet ook kijken in welke situatie ze zaten en wat hun mandaat was, betoogde ik. Ach, de Groene-redactie was in 1995 heel anders samengesteld dan nu. Mensen als Martin van Amerongen en Max Arian waren zeer links angehaucht.”

Van die mensen die vanuit hun grachtenpand uitstekend kunnen beoordelen wat er duizenden kilometers verderop moet gebeuren?
“Nou, Max had wel dingen meegemaakt in Chili. Ik wil die twee ook niet te zwaar afvallen, maar… Ik ben zelf niet zo’n fan van links, van dat prominente linkse gedachtegoed van het grachtengordeltje.”

Zijn idealisten gevaarlijk?
“Lévensgevaarlijk!”

Karskens is inmiddels BN’er. Doet dat iets met hem?
“Geen idee. Tegenover mij is hij nog steeds heel prettig en laagdrempelig. Ik vind het alleen jammer dat hij nooit de kans heeft aangegrepen om ook een keer met de Nederlands militairen mee te gaan. Arnold gaat nóóit embedded. Hij weigert zich te onderwerpen aan censuur, en dat begrijp ik. Tja, ik heb er wel aan meegedaan. Al heb ik ook wel eens geweigerd om dingen te schrappen. ‘Arresteer me maar,’ zei ik dan. Gebeurde er niks. Ik weet nu ook al hoe Defensie zich zal verdedigen tegen mijn boek: ‘We lieten je toch zitten? Dus het viel toch wel mee?’ Die censuur is trouwens maar een deel van het probleem. Veel schadelijker is de voortdurende beïnvloeding. Dat gaat soms heel subtiel. Geeft zo’n voorlichter je een ‘geheim’ stukje. ‘Maar niet doorvertellen, hè, anders verlies ik mijn baan.’ Een ander gevaar is de verregaande identificatie met onze jongens in die snikhete woestijn. Als je tussen die militairen zit, doet dat iets met je. Zeker in het begin is het allemaal enorm opwindend en overdonderend. Net een film. Zie dan maar eens objectief en afstandelijk te blijven. In mijn boek schrijf ik dan ook regelmatig ‘we’.”

Wat de Afghanen vinden, kom je zo natuurlijk helemáál niet te weten.
“Nee. Dan zegt Defensie: ‘Daar staan een paar Afghanen, ga je gang.’ Yeah right, als er veertig tot de tanden bewapende Nederlanders en een tolk in camouflagepak bij staan zeker. Want het werd niet echt gewaardeerd als ik een eigen tolk meenam. Dus zat er maar één ding op: ter compensatie ook onafhankelijk het land in gaan.”

Maar dat is óók niet alles. Ayatollah Musa stelt verderop in dit blad (zie pagina 30) dat westerse journalisten in Afghanistan zich vaak baseren op de Lonely Planet, en totaal niet beseffen dat de tolken en ‘fixers’ die ze inhuren allerlei belangen hebben en de zaken daarom anders voorstellen dan ze zijn.
“Musa schetst een beetje een karikatuur, maar inderdaad, op oorlogen komen ook minder goede verslaggevers af, bijvoorbeeld ook journalisten van lokale media. Als je door de wol geverfd bent, wéét je hoe je een goede tolk en fixer moet uitkiezen. De journalisten die ik ken die naar Afghanistan reizen, zijn inmiddels allemaal expert. Ze hebben stapels boeken gelezen en kennen de ingewikkelde stammenverhoudingen in Uruzgan.”

U had het net over de vroegere machthebbers in Uruzgan die zwaar corrupt waren. Die van nu kunnen er ook wat van, las ik in uw reportages. Neem de politiechef van Uruzgan die maandelijks dertig dollar van het salaris van al zijn agenten afroomt.
“Dat is zo, en de Nederlanders hebben het getolereerd. Helaas.”

Er is kennelijk weinig tegen te doen.
“Toch wel! De ISAF zou ervoor kunnen kiezen om corruptie nóóit te tolereren.”

De ISAF heeft al genoeg aan z’n hoofd. Ze moeten zich de Taliban van lijf houden en, al is het maar voor de bühne, toch ook een beetje aan wederopbouw doen.
“We hebben die oorlog allang verloren, en de westerse strategen weten het. Er doen nu ook krijgsheren mee die eerst hartstikke ánti-Taliban waren. De Afghanen zijn ons beu. Zij denken: die westerlingen lopen rond in uniform, zijn van het verkeerde geloof en blijven maar burgerslachtoffers maken; opzouten met die lui. Dus moeten we daar zo snel mogelijk weg, op een moment dat we nog met opgeheven hoofd kunnen zeggen: ‘We zijn hier klaar en dragen de boel over aan de Afghanen.’ Opdat we, als de Taliban Kaboel weer onder de voet lopen, kunnen zeggen: ‘Tja, jammer dat de Afghanen het niet goed hebben opgepikt toen we weggingen.’ Het is zó zonde. In het begin ging het best goed.”

Wat heeft de ommekeer veroorzaakt?
“De inval in Irak, in maart 2003. Veel Amerikaanse troepen werden overgeplaatst naar Irak, terwijl die troepen heel erg gewaardeerd werden omdat ze veiligheid boden. Dat moest ook, want er was nog geen Afghaans leger en de politie was totaal corrupt. Bovendien gingen de Amerikanen hun spionagesatellieten inzetten boven Irak. Nu is er geen redden meer aan. Niet dat iedere Afghaan de Taliban terug wil, maar inmiddels hebben veel mensen gezien dat de Taliban van nu veel minder hardvochtig zijn dan die van vroeger. Orders van Mullah Omar: wees goed voor bevolking, dwing niets af en wees in rechtszaken mild. Dat is gewoon de guerillatactiek van Mao!”

Wat gebeurt er als het Westen zich terugtrekt uit Afghanistan?
“Dat is koffiedik kijken. In elk geval zullen de Taliban met de regering-Karzai gaan onderhandelen. Dat is voor hen een voorwaarde: eerst de buitenlandse troepen eruit.”

Wie zegt dat de Taliban niet even wreed zullen gaan optreden als vroeger?
“Dat zou oerstom zijn. Dan zal de bevolking zich weer tegen hen keren. De Taliban zijn nu echt aan het winnen, óók de hearts en minds. Daar lees je nooit iets over in Nederland. We willen het gewoon niet zien: we hebben het verkloot! Waar is dat goed functionerende politieapparaat? Waar is de faire en efficiënte rechtspraak? Zelfs de inwoners van Tarin Kowt prefereren Taliban-rechters. Die lossen een geschil zo op. En lang niet altijd met handen afhakken; in de sharia zijn vele compromissen mogelijk.”

Als we de oorlog feitelijk al hebben verloren, zijn die 24 Nederlandse militairen dan voor niets gesneuveld?
“O man, wat ben jij een klootzak dat je dit vraagt! Deze vraag is niet te beantwoorden!”

Of dúrft u hem niet te beantwoorden?
“Dat is het niet. Ik heb er gewoon geen eenduidige mening over. Feit: de militairen wisten verdomd goed dat er mensen niet of verminkt zouden terugkomen. Of die jongens voor niks zijn gestorven? Je moet zeggen: nee. Er is op democratische wijze besloten om naar Afghanistan te gaan. De Dutch approach, van zo min mogelijk geweld gebruiken en goede contacten onderhouden met de locals, heeft gewerkt. Het is alleen zuur om te zien dat je deelnam aan iets dat gedoemd was te mislukken. Maar ja, toen de Uruzgan-missie in 2006 begon, zag ik dat zelf ook nog niet.”

Had het Westen überhaupt wel aan deze oorlog moeten beginnen?
“Absoluut. Afghanistan was een vrijhaven voor terroristen die de vrije wereld kapot wilden maken. Alleen was het wel prettig geweest als we hadden ingezien dat het precies Osama bin Ladens bedoeling was dat we Afghanistan binnenvielen. Hij wilde ons het moeras in lokken, en dat is hem gelukt.”

Meer leuke content? Like ons op Facebook

Boudewijn Geels