Bange vraag

Een van de militairen die een kameraad verloren in Uruzgan is toevallig een bekende van me – laat ik hem Bas noemen. Tijdens een patrouille in de buurt van de provinciehoofdstad Tarin Kowt reed een van de voertuigen op een bermbom. Boem, klonk het opeens. Een seconde later zag Bas (zijn echte naam noem ik niet; hij mag van Defensie niet zomaar met journalisten praten) het lijk van zijn vriend voor zijn eigen voertuig neerploffen. Het lichaam was nog behoorlijk intact. Maar toen hij eraan schudde, voelde hij het, zo vertelde hij, ‘klotsen van binnen.’

Zijn peloton keerde terug naar Nederland voor de begrafenis. Daarna ging de groep gewoon weer naar Uruzgan. Bas, niet zichtbaar getraumatiseerd door de aanslag, bleef er stoïcijns onder. De plicht riep, end of story.

Ik vroeg zijn moeder of ze niet vreselijk in de rats zat. “Natúúrlijk,” antwoordde ze gelaten. “Maar die jongen heeft ervoor getekend. En hij wil zelf terug.”

Haar zoon bracht het er gelukkig zonder verdere kleerscheuren vanaf, en weet nu zeker dat hij nooit meer naar Uruzgan hoeft. Immers, ‘we’ houden ermee op.

Verstandig? Nee, betoogt Groene-oorlogsverslaggever Joeri Boom verderop in dit blad. “We hebben met onze inzet een bepaalde verwachting gewekt. Dan is het schandalig als je in één klap de stekker eruit trekt.”

Nu komen de Amerikanen, macho’s met aanzienlijk kortere lontjes dan de Nederlanders met hun veelgeprezen Dutch approach. Maar zou de doorsnee-Afghaan nu werkelijk onderscheid maken tussen de ene en de andere ongelovige? Bas wist in zijn kazerne nog zeker van wel, maar eenmaal in Uruzgan begon hij al snel te twijfelen. Hij zag veel, té veel blikken vol haat. Terwijl hij en zijn maats werkelijk overliepen van de goede bedoelingen.

Het Westen heeft de oorlog in Afghanistan allang verloren, stelt Joeri Boom. Heeft het verblijf van de Nederlanders in Uruzgan niettemin zin gehad? De politici roepen van wel; ze kunnen natuurlijk ook moeilijk anders. Ik sluit me aan bij Bas. “Of het zin heeft gehad? Geen idee. Ik kan het alleen maar hopen…”

Boudewijn Geels (b.geels@hpdetijd.nl)

import vooraf