Iets om het lijf

Je kunt natuurlijk in een vale spijkerbroek over straat. Maar wie zich hult in bleached denim en dat combineert met chalky kleuren, beleeft iets heel anders. Die doet aan edgy fashion. Aldus leert een bezoek aan een vakbeurs voor textiel in het betere segment, waar ons toch weer ons blijkt te kennen.

Eerst maar even het harde nieuws. Er zit ergens een scheiding aan te komen tussen de seasonless basic T-shirts en de collectie items, met een restyling van de labeling. In het segment ‘easy mix’ voor travel & work moeten we daarbij denken aan een mix van ivoor, zilver, mokka en zwart. Het gaat om fashion die meteen te dragen is, dus shirts in soepele viscose crepes, te combineren met kleine gebreide linnen ruffle vestjes. Of – en nu komt de aap uit de designermouw – juist oversized vesten in gemleerde viscose garens. En dan heb ik het voor het gemak nog maar niet over de grijze mlee rib T-shirts met witte geborduurde patchwork verwerking, voor op een kort mokka asymmetrisch balletrokje, dat ook gecombineerd kan worden met streepjesshirts en leggings met kantafwerking.

Maar let op: u zult geduld moeten betrachten, want het is er deze en de komende weken nog vergeefs naar zoeken, in het straatbeeld. Evenmin zult u opbotsen tegen groepjes vrouwen met bloezende tops op smalle witte pantalons met bijpassende dip-dye zomen. Pas in de zomer van 2011 hangen deze hebbedingetjes van No Man’s Land, een Nederlands kledingmerk dat in 1993 werd opgericht door Anet Ooyman en Salvatore Cascone, in de rekken.

Als vanzelfsprekend heb ik deze kennis niet van mijzelf. Over hardrock uit de jaren tachtig kan ik u uren lastigvallen, en inzake de verrichtingen van Ajax in – pakweg – het Europa Cup-seizoen 1980-1981 weet ik eveneens geruime tijd aan het woord te blijven, maar als het op mode aankomt, klap ik dicht. Mijn kennis over bleached denim gecombineerd met pastels als soft chalk heb ik dan ook niet van mezelf, maar uit de press kit van No Man’s Land. En die zat weer in de goodie bag die ik mocht ontvangen in de viplounge van de Modefabriek, een tradeshow for high quality brands.


Wie het tot aan deze alinea heeft volgehouden, verdient een heldere uitleg. Een tradeshow for high quality brands is een vakbeurs van en voor textielboeren. En dan wel textielboeren uit het betere segment, dus het geel/blauw van de firma Zeeman is niet te vinden op dit prestigieuze evenement in de Amsterdamse RAI. De exposanten die er hun koopwaar aan de m/v trachten te brengen zijn getooid met fraaie namen als Tricot Chic, Rosso di Sera, Muchachomalo en Isla Ibiza Bonita. Liefst zeshonderd verschillende kledingfabrikanten en -ontwerpers laten in de Modefabriek zien wat ze in huis hebben. Boetiekeigenaren komen er snuffelen en stellen zich onder het genot van een glaasje prosecco en een bolletje mozzarella, al dan niet op een bedje van zongedroogde tomaat en een blaadje basilicum, op de hoogte van het aanbod. Al doende ontstaat het palet dat komend voorjaar in de betere kledingzaken te zien zal zijn. Op de kunstzinnig vormgegeven website beloofden de mensen achter de 29ste editie van de Modefabriek ‘een complete merk- en trendbeleving’. En dat terwijl de dames van de hospitality juist met veel succes het adagium less is more bleken aan te hangen; hun werkkleding bestond slechts uit een XL-overhemd en een paar hooggehakte schoenen. En dat leidde de aandacht behoorlijk af van de overdyed bloemprints en mesh topjes met kasjmier print, kan ik u verzekeren.

Liefhebbers van de Nederlandse taal moesten vandaag maar even doorbijten, zo werd al gauw duidelijk. Deed je dat niet, dan liep je de kans dat je broek afzakte bij verkooppraatjes als die van schoenengoeroe Fred de la Bretonière. Fred had het over ‘shabbies die dit seizoen in het teken staan van Workwear Blues, een mood die een working spirit laat zien’. Speciaal aanbevolen werden de shabbies met een outdoory look. Kledingfabrikant Aaiko voorzag ondertussen ‘een High Summer met adobe rose, eventide, quail en fresh yellow’, terwijl het schrijven bij de nieuwe collectie van MondayMarch ons wilde doen geloven dat deze uitgesproken edgy is. En natuurlijk waren er geen hapjes verkrijgbaar, maar bites.


Met zeshonderd stands vol fashionable confectie was het bepaald een opgave om een beginnetje te maken. Gelukkig was daar al gauw de helpende hand van Erwin Kettmann, waarmee hij me terstond een kraam binnenduwde. Of ik een glas bubbels bliefde. De vraag stellen was haar beantwoorden, vond hij. En zoals het een goede pr-man betaamt, deed hij er maar meteen een visitekaartje bij. Het glas was van plastic, maar dat deed aan de merkbeleving niets af. Onmiskenbaar Moët et Chandon; edgy op de tong en met een levendige working spirit achter de huig.

Haarlemmer Kettmann beschouwt zichzelf als een graag geziene gast in showbizzland. Gerard Joling kende hij al toen die nog niet eens overal haar had. Sterker, Kettmann heeft hem die weelderige lokken geschonken! In ruil daarvoor hoefde de castraat uit Schagen alleen maar reclame te maken voor Laser Aesthetic, Kettmanns haartransplantatietoko die destijds ook Dick Advocaat aan een gestoffeerd schedeldak heeft geholpen. Momenteel gaat het even wat minder met het bedrijf, dat door Google in een fractie van een seconde aan begrippen als ‘schuldeisers’ en ‘incasso’ wordt gelinkt. “Vroeger,” zuchtte Kettmann, “deed ik acht haartransplantaties op een dag. Lachend. Nu nog maar twee. Tja, het is nou eenmaal een luxeproduct, en in tijden van economische crisis merken mensen dat toch in de pocket.”

Maar medelijden hoeven we met hem niet te hebben, bezwoer hij. En ten bewijze daarvan schoof hij een vrouw in een Klukkluk-jurkje naar voren – al sprak ze zelf liever van ‘de Pocahontas-look’. Suède met franjes, alsof het weer even 1969 was.

“Sheila, die meneer vindt het hier maar een klotebeurs, dus leg jij nou even uit waarom Challimar wél een mooi product is.” Vette knipoog.


Dat wilde Sheila wel. Onder de naam Challimar levert ze een accessoirelijn met tassen en sjaaltjes. Die moet – quote – ‘hebberigheid uitstralen en toch betaalbaar zijn.’ Sheila, voluit Sheila Bergeik en de moeder van enkele van Kettmanns kinderen: “Ik sta in de toptien van bestverkochte producten bij Paul Warmer. Nou, die heeft ook Gucci en Prada en Missoni, dus als je dáár naast mag liggen…”

Kettmann: “Misschien wel even leuk om te vertellen hoe het allemaal ontstaan is. Een paar jaar geleden waren we op het Rode Plein in Moskou en daar hebben we toen wat oude baretten gekocht, met van die legerspeldjes en -medailles erop. Twee vuilniszakken vol. Maar die dingen stónken!”

Slokje Moët et Chandon.

“Afijn, wij die baretten veertien dagen buiten gelegd, maar die stank ging maar niet weg. Dus toen heeft Sheila die speldjes er op een gegeven moment afgehaald en, heel leuk, op een paar sjaaltjes geprikt.”

Sheila: “En wat er tóen gebeurde…”

Erwin: “Heel Bekend Nederland ging het dragen. Van Patty Brard tot, tot, tot…”

Sheila: “Ik ben, zeg maar, degene die met het oppimpen van sjaals is begonnen.”

De Gooi- en Eemlander had er nog eens lovend over geschreven, voegde ze daar trots aan toe.

Kettmann: “Hadden jullie al een kaartje?”

Elders in de RAI stond de show van ICHI op het punt van beginnen. Navraag leerde dat ICHI synoniem was voor up-front fashion voor stoere en actieve vrouwen en aangezien ik een lid van de doelgroep bij me had om foto’s te maken, bevond ik me voor ik het goed en wel besefte aan de rand van de catwalk, in afwachting van ‘een gestructureerde chaos van nieuwe kleuren en modellen’. Ofwel: cutting edge fashion, om het in goed Nederlands te zeggen. Dat leverde een parade op van – op het oog – lukraak bijeengezochte kledij, waarbij ik mij genoodzaakt zag de aantekening ‘Dexys Midnight Runners meets Max Tailleur’ te maken, wat me op een stevige uitbrander van de fotografe kwam te staan. Want dit was geen omgevallen Zak van Max, dit was smaakvolle, zorgvuldig ontworpen mode voor zelfbewuste vrouwen in trendy combinaties die tot in de perfectie op elkaar waren afgestemd! En daar kon ik nog wat van leren, met m’n grijze Nike-jack met roze koordjes en helblauwe Fila-poloshirt!


De Modefabriek staat voor confectie, niet voor couture. Om dat nog eens extra te benadrukken galmde er regelmatig een Bijenkorf-riedel door de hallen, waarna we op tamelijk dwingende toon een bepaalde richting uit werden gedirigeerd. Zo stonden er in stand 715 maar liefst tien paar customised Rehab-schoenen klaar om geveild te worden, en daar was publiek bij nodig. Het schoeisel was beschilderd door Bas Kosters, een enthousiaste jonge kunstenaar met een bovenlip vol spijkerbeslag, wiens werk het midden houdt tussen de schilderijen van Herman Brood en de konterfeitsels die wij vroeger op de muur spoten als de politie even niet keek. Veilingmeester was Jim Bakkum, jaren geleden finalist in de allereerste editie van Idols, en hij liet meteen zijn gezag gelden. “Rehab-schoenen kosten in de winkel 160 euro, dus ze moeten weggaan voor minimaal… eh, 160 euro dus.” De denkbeeldige hamer viel dan ook bij 500 euro, waarna Frits Maasland zich de trotse eigenaar van de collector’s items mocht noemen. Dat geld ging rechtstreeks naar Dutch Puppy, een stichting die zich inzet voor het welzijn van viervoeters.

Dutch Puppy is een initiatief van tv-presentatrice Bridget Maasland – en dat bleek weer een dochter van Frits-met-de-schoenen. Waardoor het allemaal in de familie bleef, met de Nederlandse straathonden als grootste winnaars. Frits kon die vijfhonderd ballen trouwens best missen, want toch al niet onbemiddeld had hij vorig jaar 22.000 euro gewonnen in de Postcode Loterij, nota bene omdat hij verzuimd had een adreswijziging door te geven. Het gekke hoedje waar Frits de hele dag mee rondliep, was dus eigenlijk een feesthoedje.


Bij het verlaten van de RAI zag ik in de garderobe hoe een dame beslist twee tassen op één haakje wilde laten hangen. “Het is allemaal al duur genoeg!” Dat was niet edgy meer, dat was gewoon onvervalst Hollands gedrag. En dat raakt nooit uit de mode.

Michiel Blijboom