Oorlog van het tweede plan

Rond Afghanistan is het mismoedigheid troef. Dat is niet alleen omdat Nederland er vertrekt, maar ook omdat het hele westerse bondgenootschap er genoeg van heeft. De Britten zitten er nog, maar hebben er in koloniale tijden al hun neus gestoten en trekken zich liever vandaag dan morgen terug. De Duitsers dachten in het noorden van Afghanistan veilig te zijn, maar kunnen niet meer verbergen dat er Krieg heerst en hebben hun Bundeswehr in opspraak zien komen. Allerlei NAVO-landen zijn in Afghanistan present, maar wat ze er doen is onduidelijk. En de surge waarmee Barack Obama het tij hoopte te keren, heeft wel tot extra Amerikaanse troepen geleid, maar niet tot zichtbare successen. De president zag zich zelfs genoodzaakt zijn belangrijkste generaal voor Afghanistan te ontslaan. Dat doe je niet als de zaken goed gaan.

Na het online zetten van 92.000 geheime stukken van het Amerikaanse leger door de klokkeluiderswebsite Wikileaks wordt het nog moeilijker om aan de oorlog een positieve draai te geven. De Britse krant The Guardian, die de stukken samen met The NewYork Times en Der Spiegel vooraf heeft ingezien (niet toevallig media uit de belangrijkste drie troepenleverende landen), spreekt al van een van de grootste lekken uit de Amerikaanse geschiedenis. Dat klinkt misschien dramatischer dan het is. Washington werd ten tijde van de Vietnam-oorlog in verlegenheid gebracht door het uitlekken van de Pentagon Papers, waarna het Witte Huis een campagne begon tegen Daniel Ellsberg, de militaire analist die voor het lek had gezorgd. De man groeide uit tot een held van het verzet tegen de oorlog. Ook de compromitterende foto’s uit de Abu Ghraib-gevangenis in Bagdad wakkerden het protest tegen de Irak-oorlog aan. De strijd in Afghanistan lijkt minder tot de publieke verbeelding te spreken en speelde zich ook buiten het zicht van de camera’s af. De stukken hebben betrekking op de periode van 2004 tot 2009, toen Obama (afgezien van het laatste jaar) nog niet in functie was.

Wel pijnlijk voor de president is dat de geheime stukken een beeld geven van een oorlog die nog veel moeizamer verloopt dan de autoriteiten het publiek tot nu toe hebben willen doen geloven. Anderzijds kon iedereen wel vermoeden dat veel van wat er op het slagveld plaatsvindt het daglicht niet kan verdragen, en dat de onder Obama sterk vergrote inzet van drones (onbemande vliegtuigen die op afstand worden bestuurd) de kans op burgerslachtoffers vergroot. Ook blijken de Taliban te beschikken over hetzelfde soort Stinger-raketten (hittezoekende projectielen die vanaf de schouder kunnen worden afgevuurd) als in de jaren tachtig door de Amerikanen werden geleverd aan de moedjahedien die tegen de Sovjethelikopters vochten. Dat was toen een succesnummer dat het Pentagon nu niet graag herhaald ziet. (Anderzijds zijn er geen gruwelverhalen over westerse soldaten die levend zijn gevild, wat Russische soldaten die indertijd in handen vielen van moslimstrijders wel zou zijn overkomen.) Ook komt uit de stukken naar voren dat het winnen van de hearts en minds van de Afghaanse bevolking grotendeels illusoir is. Geen geheim, maar het wordt ook niet van de daken geschreeuwd.


Zo bevestigen de stukken wat in grote lijnen allang bekend is. Dat geldt ook voor het dubbelspel van Pakistan, dat voor miljarden steun krijgt uit Washington voor het bestrijden van Al-Qaida en tegelijk de Taliban – een creatie van de eigen, elkaar beconcurrerende inlichtingendiensten – de hand boven het hoofd houdt. Dat kunnen de Pakistaanse autoriteiten moeilijk nog ontkennen, wat ze tot nu toe wel deden. Betrouwbare regionale bondgenoten heeft het Westen niet. Wat de stukken vooral doen, is het ondermijnen van de ratio achter een interventie die toch al een aflopende zaak is.

Waarom zat het Westen ook alweer in Afghanistan? Dat was aanvankelijk geen vraag. De aanslagen van 11/9 zijn vanaf Afghaanse bodem gepland, en Osama bin Laden kreeg onderdak van de Taliban. Vriend en vijand begrepen dat de Amerikaanse regering daartegen in actie moest komen, en binnen twee maanden hadden een handjevol special forces het bewind van de Taliban verdreven. Bin Laden werd echter niet gepakt, en de regering-Bush had weinig trek om geavanceerde kruisraketten op tentenkampen af te schieten. De aandacht verschoof naar Irak, waar sinds de Golfoorlog van 1991 nog een klusje openstond en wel een strategisch belangrijke doorbraak mogelijk leek. Hoewel Saddam Hoessein geen hand had in 11/9, hoorde hij als onberekenbaar dictator met vermeende massavernietigingswapens wel tot de ‘As van het Kwaad’. De oorlog in Afghanistan, die met de komst van het pro-westerse bewind-Karzai ook gestreden leek, verdween daardoor naar het tweede plan.

Achteraf gezien lijkt het Westen het helemaal fout te hebben gedaan. ‘Irak’ draaide op een fiasco uit (al vergeten de critici wel dat de regering-Bush haar strategische doelstellingen bereikte en een reeds voor zeker gehouden militaire nederlaag wist af te wenden), terwijl de strijd in Afghanistan – het ‘echte’ front na 11/9 – weer oplaaide. Nederland heeft dat aan den lijve ondervonden, want de uitzending naar Uruzgan, die een opbouwmissie had moeten worden, bleek vooral een vechtmissie. Misschien had Nederland, om de grote bondgenoot Amerika te plezieren, beter in de Iraakse provincie Al-Muthanna kunnen blijven. Dat was niet alleen rustiger en goedkoper geweest, maar had ook de ongelukkige voorhoederol in Afghanistan – die nu uitloopt op het als eerste Europese land in de steek laten van Obama – kunnen voorkomen.


De huidige regering in Washington kan Nederland echter weinig verwijten, want na lang aarzelen besloot Obama niet alleen om extra troepen naar Afghanistan te zenden, maar kondigde hij ook aan die troepenmacht halverwege 2011 weer te zullen afbouwen. Dat laat zien dat Obama op verschillende gedachten hinkt en dat Afghanistan niet echt prioriteit geniet. Afghanistan kan met recht een oorlog van het tweede plan worden genoemd. Waar de regering-Bush zo snel mogelijk tegen Irak ten strijde wilde trekken, daar is Afghanistan voor de cerebrale Obama hoogstens de ‘good war’ en een hinderlijke afleiding van zijn binnenlandse hervormingsplannen. De president heeft er zijn hoofd niet echt bij, wat niet zo vreemd is, want ook onder Bill Clinton, toen de Taliban in Kaboel de macht grepen, liet Afghanistan de Amerikanen koud. Dat veranderde even na 11/9, maar sinds Al-Qaida allang niets dodelijks meer van zich heeft laten horen, is ook de liefde in Washington voor het (corrupte) bewind-Karzai bekoeld. Daarbij komt dat Obama nooit over de ‘war on terror’ spreekt, waardoor het voor de eigen publieke opinie aan de nodige peptalk ontbreekt.

Het Westen zit dus niet in Afghanistan vanwege Afghanistan, maar vanwege allerlei andere zaken (zoals de toekomst van de NAVO, aan wie de strijd bijna achteloos is uitbesteed). In strategische zin gaat het erom dat Pakistan, een land met kernwapens dat het monster van de Taliban heeft gebaard en daar nu zelf door wordt bedreigd, bij de les blijft. Hier stelt het gebrek aan leiderschap van Obama het meest teleur. Je mocht hopen dat de nieuwe president met zijn moslimachtergrond een goede entree zou hebben in Islamabad, maar daar is niks van gebleken. Misschien komt dat nog. De Taliban, die in 2001 in korte tijd werden verslagen, moeten niet sterker worden gemaakt dan ze zijn. Het is een onzichtbare vijand, in een oorlog met laag profiel. Aan gebieden besturen doen de Taliban niet echt, waardoor onderhandelen, laat staan een diplomatieke deal, praktisch onmogelijk is. Voorlopig kunnen de Taliban de kat uit de boom kijken, in de wetenschap dat Afghanistan voor niemand in het Westen belangrijk genoeg is om er nog eens tien jaar te blijven.

Meer leuke content? Like ons op Facebook

Dirk-Jan van Baar