De KGB is terug!

Het einde van de Koude Oorlog was een gevoelige klap voor Hollywood. Met de val van de Berlijnse muur werden filmmakers goeddeels beroofd van een omvangrijk arsenaal aan sinister geboefte. Decennialang werden thrillers bevolkt door meedogenloze types die door de mazen van het IJzeren Gordijn waren geglipt en zich als wolven in schaapskleren in het ‘vrije’ Westen hadden gevestigd. Spanning gegarandeerd. De vijand kwam niet, de vijand wás er al! De bakker om de hoek zou een spion kunnen zijn. De militaire top was misschien wel door de Russen geïnfiltreerd. En waren de adviseurs van de president eigenlijk wel te vertrouwen? Je zou zulke films kunnen karakteriseren als ‘paranoia-thrillers’. De hoofdpersoon wordt van steeds meer zekerheden beroofd en durft uiteindelijk niets of niemand meer te vertrouwen. De Koude Oorlog vormt daarbij een perfect decor. Toegegeven: de schurken hoeven natuurlijk niet altijd Russen te zijn. In de bestsellers van Robert Ludlum vormt simpelweg elke organisatie – tot de korfbalvereniging aan toe – een potentieel broeinest voor intriges. En een infiltratie door buitenaardse wezens behoort natuurlijk ook tot de mogelijkheden: The Invasion of the Body Snatchers is de ultieme Koude Oorlog-film.

De gedachte dat communistische of Russische ‘mollen’ zich een toegang tot het centrum van de macht verschaffen, vormt een angstaanjagend uitgangspunt voor spannende films. En realistisch bovendien. Dat leden van het Britse establishment (de ‘Cambridge Five’) voor de Sovjet-Unie hadden gespionneerd, wakkerde in de jaren zestig de angst behoorlijk aan. En als communistische regimes hun atleten tot welhaast bovenmenselijke prestaties wisten te drillen, hoe goed moesten hun geheim agenten dan wel niet zijn?

Anno 2010 maakt de KGB een onverwachte comeback als mondiale onruststoker. Het actiespektakel Salt is een regelrechte nazaat van de ouderwetse Koude Oorlog-thriller, met de Russische geheime dienst in haar vertrouwde perfide rol. Bij aanvang van de film wordt CIA-agente Evelyn Salt (Angelina Jolie) er door een Russische overloper van beschuldigd een ‘mol’ te zijn. Salt neemt het zekere voor het onzekere en slaat op de vlucht. Of ze dat doet om haar onschuld te bewijzen of om in opdracht van de vijand een aanslag te plegen, blijft geruime tijd onduidelijk. Ondertussen tuimelen de spionnen en dubbelspionnen over elkaar heen, spatten de kogels in het rond en moeten wereldleiders rennen voor hun leven. Terug van weggeweest is ook de Amerikaanse president die – vinger aan de knop – achter zijn bureau zit te twijfelen of hij een atoomoorlog moet ontketenen.

Salt biedt ouderwetse suspense over machinaties van kwaadaardige Russen in een kek 21ste eeuws jasje, want de actiescènes zien er allemaal flitsend uit. Op zichzelf is dat best een aantrekkelijke combinatie, en het eerste halfuur is dan ook alleszins genietbaar. Helaas bezwijkt deze film gaandeweg onder de opeenstapeling van kolossale onwaarschijnlijkheden.


Elke keer dat Jolie in een volslagen kansloze positie verkeert, heeft ze slechts ‘één machtige sprong’ nodig om tientallen bewapende tegenstanders van zich af te schudden en een volgend avontuur tegemoet te hollen. Ik kan me geen (big budget-)thriller herinneren die het qua plot zó bont durfde te maken.

Salt.

Regie: Phillip Noyce.

Vanaf 5 augustus in de bioscoop.

Erik Spaans