‘Ik tel niet steeds alle ijsberen’

In Trouw en opiniekrant Opinio waarschuwde journalist en filosoof Jaffe Vink (59) voor de gevaren van islam en immigratie. Nu schrijft hij een boek over de milieuproblematiek, die volgens hem sterk wordt overdreven. ‘Het verhaal van de stervende bossen bleek een fabel.’

Van de islam en multiculturalisme naar zure regen en het water van het Winschoterdiep: u heeft een opmerkelijke ontwikkeling doorgemaakt.

“Het valt sneller op als je over de multiculturele samenleving schrijft. Het is een van de pijnlijkste onderwerpen. Als er van de tien onderwerpen één over de islam gaat, valt dát op. Maar ik heb over veel meer kwesties gepubliceerd, ook over milieu en technologie. Het eerste hoofdstuk van het boek waaraan ik werk, gaat over het Winschoterdiep. Meer dan honderd jaar dreef er een decimeterdikke schuimkraag van rottende eiwitten op, het stonk weerzinwekkend in de wijde omgeving. Nu is het diep schoon en er staan vissers langs de kant.”

U was uitgeopinieerd over de moslims?

“Het onderwerp verveelde me enorm.”

Nu richt u uw ongenoegen op beschermers van natuur en milieu. Waarom?

“De milieubeweging is verstard. In romantiek, in doemdenken. In ijsberen. Toon ons na duizend keer dezelfde droevige ijsbeer ook eens de glorie van het menselijk vernuft, zou ik zeggen. Er zal een kentering komen in het debat over milieu en klimaat.”Je hebt klimaatpaniek versus klimaat-scepsis Het klimaat lijkt ook een kwestie van geloof.

“Dat komt omdat het een onoverzichtelijk geheel is. Het laatste rapport van het IPCC, het klimaatpanel van de VN, beslaat drieduizend pagina’s. Dat is intimidatie. Ik denk dat in Nederland misschien drie journalisten het rapport helemaal hebben gelezen – dat is een optimistische schatting -en ik vermoed dat geen enkele politicus het in zijn geheel heeft gelezen. Het is een massief onderwerp, ondoordringbaar voor buitenstaanders. Ik pleit voor meer tijd en een elegantere presentatie.” Het loopt zo’n vaart niet met de opwarming, vindt u.


“Nee, het loopt niet zo’n vaart. Ontzenuw de paniek over het klimaat. Verlos ons van het panisch universum waarin het altijd vijf voor twaalf is. In de jaren tachtig had je das Waldsterben: de Europese bossen zouden sterven door de zure regen. Toenmalig milieuminister Ed Nijpels zei in 1989 dat het bos niet meer te redden was. Die voorspelling is niet uitgekomen. Dankzij goed milieubeleid, zei zijn opvolgster Jacqueline Cramer laatst. Dat is niet zo, de voorspelling deugde niet. Het verhaal van die dreigende bossterfte bleek een fabel, waarmee we bijna twee decennia voor de gek zijn gehouden.”

Waarom stierven de bossen niet?

“De voorspelling was gebaseerd op een aaneenschakeling van verkeerde interpretaties, paniekreacties en een zwartgallige tijdgeest. De zure regen en luchtvervuiling waren er wel degelijk, maar die veroorzaakten geen bossterfte. In de jaren vijftig was Londen beroemd om z’n smog. Het was zelfs een toeristische attractie. Al die damp. Maar toen het een keer al te erg werd, de smog wekenlang niet meer wegging en vele mensen stierven, nam Engeland in 1956 de eerste Clean Air Act aan. Het is natuurlijk goed dat de luchtvervuiling is aangepakt.”

De opwarming van de aarde is het ‘Waldsterben’ van nu?

“Er heerst eenzelfde soort paniek en er is ook eenzelfde onontwarbare kluwen van wetenschappelijke, politieke en apocalyptische gezichtspunten. Dat apocalyptische zat vanaf het begin in de milieubeweging. Algemeen geldt het boek Silent Spring uit 1962, in het Nederlands vertaald als Dode Lente, van de Amerikaanse biologe Rachel Carson, als de klaroenstoot van de milieubeweging.”


Wat is daar apocalyptisch aan?

“Zij wees als eerste op de nadelige bijeffecten van de toenmalige chemische bestrijdingsmiddelen. Het kwam in de voedselketen terecht en roofvogels kregen er last van. Maar Carson ging meteen mijlen verder. Het gif verpestte de lucht, het land en het water, kwam in ons voedsel, kwam in de moedermelk. Nou, dan weet je het wel.”

We gingen eraan.

“Op het voorplat van haar boek staat de zinsnede: ‘Vol liefde buigt de mens zich over de wieg van zijn kind, en laat tegelijk toe dat zijn voedsel wordt vergiftigd. Hoe lang nog?’ En de titel verwijst naar de lente van het apocalyptische jaar, waarin de vogels niet meer zullen zingen.”

De milieubeweging had eigenlijk vanaf 1962 een andere toon moeten aanslaan.

“Het doemdenken kwam in elk geval met vliegende vaart binnen. Tot die tijd werden chemische bestrijdingsmiddelen gezien als wondermiddelen. Ze konden de honger, die aloude plaag van de mensheid, verdrijven. In 1951 vroeg de sjah van Perzië het Westen te hulp bij een sprinkhanenplaag. 98 procent van de oogst werd gered, met bestrijdingsmiddelen. Chemici waren idealisten.”

Tegenwoordig kijken we er anders tegenaan. Heeft u de film van Al Gore gezien?

“Nee, ik ga mijn tijd niet verdoen met die flut. Ik beschouw het als apocalyptische edelkitsch.”

Bij Trouw en Opinio had u ook een mooi clubje doemdenkers verzameld. Leon de Winter, Afshin Ellian, Sylvain Ephimenco, mensen die de islamisering beschouwen als een soort maatschappelijke milieuramp.

“Vijftig procent van de grote steden is allochtoon; van de generatie rond de twintig jaar, de generatie van mijn dochter, is 65 procent van de Amsterdammers allochtoon. Het is een metamorfose van de stad. De problemen met de multiculturele samenleving zijn reëel, geen kwestie van doemdenken. Joden kunnen niet openlijk over straat in zes Amsterdamse wijken, de stad die zo veilig was achtergelaten door burgemeester Job Cohen. Maar ik heb niet zoveel zin in dit onderwerp.”


Het lijkt op selectieve verontwaardiging: immigratie en moslims zijn heel erg, met het milieu en het klimaat valt het allemaal wel mee.

“De immigratieproblemen zijn nog lang niet opgelost. Veel milieuproblemen zijn wel opgelost. De lucht is schoon. Het water ook. En de bomen groeien als kool.”

Het gaat juist goed met ons?

“De rijkdom die we in de tweede helft van de twintigste eeuw hebben bereikt, is historisch ongehoord. Die rijkdom is geen decadentie, maar een overwinning op de armoede. Door die rijkdom kunnen we ons de weelde van een schoon milieu veroorloven.”

Als je de mission statements van Shell of Philips leest, is het alsof Amnesty International of Greenpeace zijn doelen uiteen zet. Het ‘groene denken’ is alomtegenwoordig.

“Shell overdrijft een beetje. Maar het is een interessante ontwikkeling. De milieubeweging heeft in het begin hoe dan ook een geweldige rol gespeeld bij de bewustwording van de problemen. Maar bedrijven hebben de zorg voor het milieu inmiddels geïncorporeerd, mede gedwongen door de eisen van transparantie. En ze konden het ook door de snelle ontwikkeling van de technologie, die veel problemen wist op te lossen.”

De milieubeweging is niet meer nodig?

“Ik denk dat ze door de geschiedenis is ingehaald. We beleven nu het einde van de milieubeweging met haar doemdenken. Er komt een paradigmawisseling, zoals dat deftig heet. Het geloof in de vooruitgang keert terug. Vanaf het vliegveld van Shanghai met de magneetzweeftrein met 400 km per uur naar de stad. Dat gevoel. Booming!”

U staat te boek als een neoconservatief. Hoe bent u zo geworden?

“Zo heb ik mezelf nooit genoemd. Ik pleit altijd voor de traditie van de vooruitgang. De progressieve beweging heeft de vooruitgang in de steek gelaten, en de milieubeweging kijkt achterom. Terug naar de natuur. Maar de natuur is niet paradijselijk, natuur is ook wreed. Het was hier vroeger niet mooier of harmonieuzer, het was een hard land.”


Van de technologie verwacht u veel heil. Welke technologie?

“Informatietechnologie, en vooral ook de biotechnologie die kan zorgen voor grote veranderingen in de gezondheidszorg, landbouw, voeding en milieu. En ook de open innovatie; die breekt met het geheim van de patenten, waardoor bedrijven gaan samenwerken. Bijvoorbeeld om sensoren te ontwikkelen die olievelden kunnen peilen. De olievelden zijn hoogstens voor 25 procent leeggehaald.”

De winning van olie is niet zonder risi-co’s, zoals de ramp in de Golf van Mexi-co laat zien. Ondertussen blijft u de lof zingen van het menselijk vernuft.

“Obama is elk gevoel van proportie verloren door deze gebeurtenis te vergelijken met de aanval op de Twin Towers. De kernramp in Tsjernobyl in 1986 was erg en het ongeluk met de chemische fabriek Union Carbide in het Indiase Bhopal in 1984, waarbij duizenden doden vielen. Dit olielek is erg, maar op de schaal van Richter valt het wel mee. Mag ik iets over parfum zeggen?”

Gaat uw gang.

“Parfum heeft het imago van puur natuur, van rozengeur en lentewind. Maar een parfumerie is een chemisch laboratorium waar hemelse geuren zijn gebrouwen. Neem bij voorbeeld de ontwikkeling van Chanel 5. Er stond een hele batterij testflesjes, maar de chemici deden per ongeluk te veel aldehyde – een synthetische stof die andere geuren sterker doet uitkomen – in het vijfde flesje en zo ontstond die befaamde geur. Een ander voorbeeld is amber.” U heeft het nog steeds over parfums?

“Ja. Amber is een stolsel uit de darmen van de potvis. Het is een veelgebruikt ingrediënt bij de bereiding van parfums. Daar hebben ze die potvissen voor nodig. Maar tegenwoordig kunnen chemici dit natuurproduct perfect namaken. En dan kunnen die potvissen gewoon doorzwemmen. Chemie kan echt geweldig zijn.”


U vermeldt bij uw publicaties nadrukkelijk dat u filosoof bent. Wat hebben uw teksten met filosofie te maken?

“Citeer ik te weinig uit de werken van Immanuel Kant? Ben ik niet nietzscheaans genoeg? Laat ik mijn leermeester Theo de Boer eren. Toen ik bij hem studeerde in de jaren zeventig, had je de opkomst van de milieufilosofen. Die hadden het altijd over de ‘intrinsieke’ waarde van de natuur. Heel diepzinnig. De Boer antwoordde dan: ‘Als jullie willen weten wat de ‘intrinsieke’ waarde van de natuur is, vraag het aan de soldaten van het verslagen leger van Napoleon, die op hun terugtocht uit Rusland in de barre winter van 1812 stuiten op het stervenskoude water van de rivier de Berezina. De enige brug is kapotgemaakt en het Russische leger zit hen op de hielen.'”

Denkt u dat men uw boek in de klimaatdiscussie serieus zal nemen?

“In het boek ben ik niet voortdurend alle ijsberen aan het tellen, het is vooral ook een verkenning van de beloftes van de technologische cultuur.”

Mensen denken: daar heb je die man weer, die neoconservatief met z’n vlinderstrik. Al zou u gelijk hebben, men gunt het u niet.

“Als ik moet wachten op mijn gelijk, draai ik Igor Strawinsky: Chanson Russe.”

Heeft u het gevoel dat u wordt tegengewerkt?

“Het proces dat Jan Peter Balkenende tegen Opinio aanspande, vind ik nog altijd stuitend. Het ging om een ‘geheime’ rede over christendom en islam, die Balkenende zou hebben gehouden en die we ook zo presenteerden, maar die ik zelf had geschreven. ‘We moeten trots zijn op ons christendom.’ De rechter oordeelde dat Balkenende zich als minister-president en leider van het CDA een kritische bejegening zal moeten laten welgevallen. Nadat Balkenende het kort geding had verloren, begon hij met een zogenaamde bodemprocedure, die jaren kan slepen. Het heeft Opinio de kop gekost.”


Volgens de financier, Roel Pieper, verkocht u gewoon niet genoeg Opinio’s.

“Hij is gestopt omdat hij geen moeilijkheden wilde met Balkenende.”

Waarom draagt u altijd zo’n vlinderstrik?

“Ik vind het een mooi ding.”

Wat ben ik toch een bijzondere man, zegt u met zo’n strikje.

“Ik ben geen fan van de grauwe gelijkheid. Het is zoals Carry van Bruggen zei: ‘Distinctiedrift is levensdrift, eenheidsdrift is doodsdrift.'”

Bert Nijmeijer