Jazz zoals het moet

Perpetual

“Anyone can play jazz piano,” lees je soms op de zelfstudieboeken die verkrijgbaar zijn in de betere muziekhandel. Het is een stelling die wordt onderschreven door de vele jonge pianisten die op duizenden albums laten horen dat zij de stijlen van grootheden als Bud Powell, Bill Evans en Herbie Hancock door elkaar hebben gehusseld tot iets wat in de media dan steevast wordt gekenschetst als een ‘unieke eigen stijl’. Het bedelende handje van de jazz, als muziekstijl toch een beetje een bedreigde diersoort, is wat dat betreft gauw gevuld. Dat het anders kan en ook anders moét, wordt aangetoond door Gideon van Gelder, een Hollandse jongen uit het noorden van het land. Producer Gilles Peterson noemt hem een briljant pianist, Benjamin Herman rekent hem tot de meest creatieve en avontuurlijke jonge pianisten van de Europese scene, en voor zanger José James is Perpetual nu al zijn favoriete album van 2010. Om de lovende woorden van de reeds gevestigde vakbroeders te begrijpen, hoef je eigenlijk alleen maar te luisteren naar Wave, het openingsstuk van Perpetual. De muziek spoelt letterlijk als een golf van energie en creativiteit over de luisteraar heen. Die stroom van orginaliteit weet Van Gelder een album lang vol te houden. En ook de leden van zijn sextet laten horen dat je jazz kunt leren spelen zónder het per definitie schools te laten klinken.

Ruud Meijer