Schandalig!

Soms geef je een redacteur een klus met de gedachte: ik plan nog geen x-aantal pagina’s in, eerst maar eens afwachten waar hij/zij mee komt. Zo ging het een tijdje geleden ook met Karen Geurtsen. Karen, inmiddels landelijke bekendheid genietend als ‘de PVV-stagiaire’, kreeg het verzoek om de aanstelling van interim-manager Johan Wagenaar bij GGZ Delfland te reconstrueren. NRC Handelsblad had geschreven dat freelance puinruimer Wagenaar daar een half jaar lang 65 mille per maand had getoucheerd.

Twee maal modaal per maand, bij een semi-publieke instelling. Absurd! Schandalig! Vulgair! Althans, dat was mijn eerste reactie.

Wij, haar collega’s, hoorden Geurtsen de afgelopen anderhalve maand ontelbare verbeten telefoongesprekken voeren met OR-leden, woordvoerders en toezichthouders. Die gesprekken gingen vaak zo: “U wilt dus niets zeggen? O, ik moet bij de woordvoerder zijn. Maar die heeft net gezegd dat ik bij ú moet zijn.”

Vervuld van medelijden en schuldgevoel vroeg ik Karen af en toe of het een beetje lukte met haar project. “Ja hoor,” zei ze dan monter, en greep nog maar eens de telefoon. Om vervolgens te ontdekken dat de auteur van het NRC-artikel, Frits Baltesen, óók al niets wilde zeggen. Naar mijn mening een doodzonde, omdat een journalist, die zelf altijd maximale openheid eist, moreel verplicht is om netjes antwoord te geven als een collega hém een keer iets wil vragen.Begin vorige week leverde Karen haar stuk in. Ik verwachtte een onaffe tekst vol gaten en zwijgende betrokkenen. Maar tot mijn verbazing overlegde Karen, die, zoals ik zelf had kunnen waarnemen, onnoemelijk vaak haar neus had gestoten, een artikel van gewapend beton. Een artikel dat doet wat artikelen meer dan wat ook móeten doen: de lezer uitleggen hoe iets precies zit.

Ik leerde dat Baltesen er flink naast had gezeten met zijn ‘onthulling’. Ook leerde ik dat Baltesen dat dondersgoed had geweten, omdat GGZ Delfland hem erop had geattendeerd dat hij wel erg losjes omsprong met de feiten. Baltesen liet zich niet door dergelijke opmerkingen afleiden. Mijn onderbuik reageerde vervolgens zoals de NRC-verslaggever dat kennelijk graag zag. Absurd! Schandalig! Vulgair!


Ik ben nog steeds links genoeg om te vinden dat je mensen die voor een publieke instelling werken geen idioot hoge salarissen moet betalen. Maar het bedrag dat Wagenaar daadwerkelijk opstreek voor zijn diensten, vind ik acceptabel.

En toch, toch vraag ik me af of de overheid niet zélf een poule van troubleshooters kan opzetten. Fixers die voor een vast salaris conform de balkenendenorm daar aan de slag gaan waar ze op dat moment het hardst nodig zijn. Werk te over, lijkt me.

Boudewijn Geels (B.geels@hpdetijd.nl)