Twee mannen en de macht

Een Pakistaanse politicus uit Berkel en Rodenrijs heeft zijn Nederlandse paspoort op frauduleuze wijze verkregen, beweert zijn rivaal in de Punjab. Een parlementszetel is in het geding. ‘Iedereen rommelde maar wat om een westers paspoort te krijgen.’

Als de moessonregens die vroege ochtend in de Punjab, tussen Islamabad en Lahore, plaatsmaken voor warme zonnestralen, wordt het leven na een broeierig warme nacht weer hervat op en naast de Grand Trunk Road, die Pakistanen simpelweg aanduiden als de GT Road. De rolluiken van winkels gaan piepend omhoog. Buffels worden aan touwen uitgelaten door slonzige jongens die gekleed gaan in de shalwaar kameez, de Pakistaanse pofbroek met een lang gewaad erover. Overal klinkt het luide geschreeuw van verkopers, wallahs, die hun spullen aanprijzen. De bananen-wallah, de melk-wallah, de sokken-wallah.

Onder een paar bomen staan twee kamelen vastgebonden die dienstdoen als reusachtige pakezels. Brommers, auto’s, bussen en felgekleurde vrachtwagens jagen zonder al te veel logica maar met veel lawaai over het asfalt van een weg die vroeger liep van Kaboel tot aan het verre Calcutta. De enige rustpunten in dit bijna vlakke landschap zijn de witte moskeeën, de diepe zandgroeven en de traag stromende Jhelum-rivier.

Niet voor niets beschreef de grote Britse schrijver Rudyard Kipling aan het einde van de negentiende eeuw de GT Road al als ‘een geweldig spektakel, een rivier van leven’. Kipling woonde jarenlang in Lahore, de majestueuze hoofdstad van de Punjab, een provincie in het noorden van Pakistan. Rijdend over de GT Road in de richting van datzelfde Lahore, kan een reiziger simpelweg niet anders dan denken aan een van Kiplings bekendste korte verhalen, The Man Who Would Be King.

Het is een verhaal over twee mannen die macht willen verkrijgen en die, bijna belangrijker, weer verliezen. En dat is bijzonder actueel. Want juist in deze Punjab, de machtigste van alle Pakistaanse provincies, speelt zich eenzelfde venijnige machtsstrijd af tussen twee mannen die koning willen zijn. En, geloof het of niet, centraal in de twist staat Nederland.


De strijd gaat tussen Chaudhry Shafaat Hussain van de PML-Q partij uit Gujrat, nabij Lahore, en Muhammad Jamil Malik van de PML-N partij uit Berkel en Rodenrijs. Voor het gemak noemen we ze Hussain en Malik. Hussain is de aanklager, Malik de aangeklaagde. Beiden maken ze aanspraak op een parlementszetel in kiesdistrict NA-107, Gujrat. Hussain is echter de voormalig nazim, de gouverneur van het district Gujrat. Malik is de huidige MNA (Member National Assembly), oftewel lid van Pakistans Tweede Kamer.

“Malik is een oplichter,” meent Hussain, gezeten in een grote kamer in het Zahoor Paleis, het ruime en ommuurde familiehuis in het centrum van Gujrat. Hussain komt namelijk uit een zeer invloedrijke Punjaabse familie. De bewakers de ingang tot het paleis dragen dan ook allemaal automatische wapens. Je weet het hier maar nooit.

“Malik heeft de Nederlandse nationaliteit gekregen op valse gronden,” vervolgt Hussain. “En hij heeft ook nog eens een vals universiteitsdiploma gekocht van de universiteit van Karachi, zodat hij mee kon doen aan de verkiezingen.”

Om zijn woorden kracht bij te zetten is Hussain een rechtszaak begonnen tegen Malik voor het Lahore High Court. Hij hoopt dat Malik zal worden gediskwalificeerd, waarna hij zelf een poging kan doen om na nieuwe verkiezingen de parlementszetel te bemachtigen. Hussain heeft tevens een brief geschreven aan de Nederlandse ambassade in Islamabad met daarin het verzoek om ‘Malik de Nederlandse nationaliteit af te nemen’. “Dat was al in april van dit jaar,” aldus Hussain. “Ik heb echter nog niets van de Nederlandse ambassade gehoord.”

Terwijl een bediende thee met melk inschenkt en cake op een schaaltje legt, laat Hussain een groot aantal documenten zien: lange lappen tekst met beschuldigingen aan het adres van Malik. Samengevat komt het, volgens Hussain en zijn advocaten, hierop neer: Malik woonde tot 1971 bij zijn ouders in Pakistan. Een oom en tante van hem waren eerder vanuit Gujrat, een stad met zo’n 300.000 inwoners, naar Nederland als gastarbeiders naar Nederland vertrokken.


Toen ze in Rotterdam woonden, hadden ze de Nederlandse nationaliteit gekregen. In een poging de nog minderjarige Malik naar Nederland te krijgen, deden de oom en tante in Rotterdam alsof Malik niet hun neefje, maar hun eigen zoontje was. Hierdoor kreeg Malik automatisch een Nederlands paspoort. Gevolg was wel dat hij plotseling vier ouders had: twee echte nabij Gujrat in Pakistan en twee surrogaatouders in Rotterdam.

Vanzelfsprekend hadden de Nederlandse autoriteiten geen flauw idee van de hele zaak. Het waren de jaren zeventig, toen je bij aankoop van pak melk zo ongeveer een gratis paspoort kon krijgen als je daarom vroeg.

Nadat Malik een Nederlands paspoort had bemachtigd, trouwde hij met een Pakistaanse vrouw uit Gujrat. Het stel kreeg vijf kinderen. Malik bouwde vanuit Rotterdam een succesvolle business op in onder meer make-upartikelen. Enkele jaren geleden verhuisde de familie naar Berkel en Rodenrijs.

In 2007 echter, na meer dan drie decennia in Nederland te heben gewoond, ontstonden er problemen in Pakistan. Een oom van Malik aldaar, Hanif Malik geheten, was parlementslid in Gujrat. Zijn politieke tegenstanders hadden ontdekt dat Hanif Malik een vervalst universiteitsdiploma had. Volgens de Pakistaanse grondwet kan iemand alleen zitting nemen in het parlement als hij of zij beschikt over een bul van de universiteit. Hanif Malik besloot vervolgens niet mee te doen aan de parlementsverkiezingen van februari 2008. In plaats daarvan werd Malik in Berkel en Rodenrijs benaderd of hij geen zin had om de plaats in te nemen van zijn oom. En zo arriveerde de Nederlandse zakenman Malik in november 2007 in Pakistan. Drie maanden later had hij – met behulp van oom Hanif – de verkiezingen gewonnen en was hij lid van het nationale parlement.


Maar Hussains beschuldigingen aan Maliks adres dreigen nu roet in het eten te gooien voor de politicus. “Malik moet onmiddellijk aftreden,” vindt Hussain. Medio april begonnen lokale Pakistaanse kranten als Dawn en The News stukjes te schrijven over ‘de aanklacht tegen Malik vanwege het plegen van fraude met zijn universiteitsdiploma en zijn Nederlandse paspoort’. Geluk bij een ongeluk voor Malik was dat rond die tijd uitlekte dat tientallen andere parlementsleden ook een vervalste bul hadden. De Higher Education Commission of Pakistan heeft inmiddels de diploma’s van 316 van de in totaal 1069 parlementsleden in Pakistan (nationale en regionale parlementen) onderzocht. 270 diploma’s bleken in orde, maar liefst 46 waren nep.

De bewijzen waar aanklager Hussain mee aankomt zijn vrij overtuigend. Zo blijkt Malik twee paspoorten te hebben; een Nederlands en een Pakistaans. Tot zover niets aan de hand. Maar op het eerste staat als geboortedatum 1 maart 1961, op het tweede 22 mei 1957. En volgens Maliks Nederlandse papieren, een uittreksel uit het bevolkingsregister, heten zijn ouders Malik Muhammad Sadiq en Raj Begum. Op zijn Pakistaanse papieren staan echter als ouders vermeld de namen Ahmad Din Malik en Fatima Bibi. Niet geheel toevallig komen die eerste twee namen overeen met die van Maliks oom en tante in Nederland en de tweede met die van zijn echte ouders in Pakistan.

Het heeft er alle schijn van dat Malik de bui al voelt hangen. Het Pakistaanse parlementslid uit Berkel en Rodenrijs stemt in eerste instantie toe in een interview om elf uur ’s ochtends in zijn geboortedorp Alamgir, nabij Gujrat, pal aan de GT Road. Maar een telefoontje rond dat tijdstip wordt slechts beantwoord met een sms in het Engels: “Ik bel over tien minuten terug.” Maar het blijft stil, en zijn eigen telefoon neemt Malik niet op. Dan maar naar het regionale hoofdkwartier van de Maliks PML-N partij in het dorp. Het klopt, zegt een jongen daar, dat Maliks kantoor zich hier bevindt. Maar de politicus is niet aanwezig. Wel is het mogelijk om op hem te wachten.


Ruim twee uur later arriveert dan eindelijk een zorgelijk kijkende Malik. “Ik wil niets zeggen, geen vragen beantwoorden,” laat de vijftiger onmiddellijk weten in matig Nederlands. Waarom niet? “Ik wil het oordeel van de rechter afwachten. Ik ga akkoord met alles wat de rechter besluit. Maar ik weet zeker dat er niets aan de hand is.” Van de traditionele Pakistaanse gastvrijheid valt weinig te merken. Malik is koud, geïrriteerd, ronduit onvriendelijk. Naast hem zit zijn jongere broer, die ook Nederlands blijkt te spreken.

In eerste instantie weigert deze broer te vertellen hoe hij heet. Kort daarop beweert hij echter dat hij Jim heet, wat nou niet de meest voorkomende Pakistaanse naam is. Volgens ‘Jim’ is Nederland een leuk land. Maar waar zijn broer nu toch allemaal van wordt beschuldigd, is een stuk minder. “Gewoon schandalig,” zegt ‘Jim’, “die Chaudhry Shafaat Hussain is jaloers dat mijn broer parlementslid is geworden.” Volgens ‘Jim’ valt er niets op Malik aan te merken. “Sinds hij aan de macht is hebben ze zeven bruggen gebouwd. Zeven!”

Met de gezondheidszorg gaat het ook de goede kant uit, meent ‘Jim’. “In de ziekenhuizen hebben we airconditioning geïnstalleerd voor patiënten, niet alleen voor dokters.” Ook hij wil niet ingaan op de verschillende geboortedata in Maliks paspoorten en waarom er verschillende namen van ouders in staan. “Bent u nu klaar?” vraagt Malik, terwijl hij geïrriteerd opstaat.

Omdat Malik bijna niets loslaat, rest niets anders dan te citeren uit de reactie van zijn advocaat tijdens de rechtszaak. In een zogenaamde ‘schriftelijke verklaring in de naam van de beantwoorder’ (Malik dus), schrijft de advocaat onder meer: “Ergens in 1971 is hij geadopteerd door zijn oom en tante die toen in Nederland woonden. Dit omdat de oom en tante geen eigen zoon hadden. De adoptie heeft plaatsgevonden in volledige overeenstemming met de biologische vader van Malik.”


Terug naar Hussain, de rivaal, voor een reactie. “Wat een onzin. We hebben Malik gevraagd om die adoptiedocumenten uit Nederland te laten zien. Want in Pakistan bestaat het hele begrip adoptie niet, aangezien de Koran het verbiedt.” Vraag aan Mubeen Uddin Qazi, de advocaat van Hussain, of Malik ooit zulke papieren aan de rechtbank heeft laten zien en Qazi zegt: “Niets daarvan. Geen adoptiepapieren en ook geen verklaring van de universiteit van Karachi dat hij daar een graad heeft gehaald.”

Het gevecht tussen de twee mannen zal nog wel een tijdje duren. Malik blijft zwijgen. Hussain niet. “Ik heb informatie,” zegt Hussain. “Dat die oom in Nederland naast Malik nog twee of drie neefjes zogenaamd heeft geadopteerd, zodat ze een Nederlands paspoort konden krijgen.” Volgens Hussain waren zulke praktijken tot de aanslagen van 11 september 2001 wereldwijd vrij normaal. “Iedereen rommelde maar wat om een westers paspoort te krijgen. Computers waren er nauwelijks, bijna niets werd gecontroleerd.”

In het verhaal van Kipling konden twee mannen de macht delen. Hier niet. De strijd om de zetel van kiesdistrict NA-107, Gujrat is nog niet gestreden.

Harald Doornbos