Wie gedoogt wie?

Dankzij de misrekeningen van de PvdA stevenen we af op een minderheidsregering van VVD en CDA. Waarbij de PVV mag gaan gedogen – of juist wordt ingekapseld.

Half juli bestond even de indruk dat Paars-plus echt een kans maakte. Informateur Jacques Wallage (PvdA), erflater van de later als politiek correct verguisde jaren negentig, liet weten dat de onderlinge sfeer goed was en dat er door alle partijen serieus werd onderhandeld. Job Cohen, Alexander Pechtold en Femke Halsema, die zich alle drie hadden geprofileerd als bestrijders van Geert Wilders (en daarin ook elkaars concurrenten waren), trokken gelijk op en zagen het helemaal zitten met Mark Rutte. Amper twee weken later bereikten Mark Rutte en Maxime Verhagen een principeakkoord met Geert Wilders over gedoogsteun van de PVV voor een minderheidskabinet van VVD en CDA. Een draai van honderdtachtig graden, op basis van dezelfde verkiezingsuitslag van nog geen acht weken geleden.

Eigenlijk is het nog gekker. Toen Paars-plus op de klippen liep, officieel omdat VVD en PvdA er financieel niet uit kwamen, maar vooral vanwege onrust onder de liberale achterban, was dat volgens verwachting. Rechtse kiezers hebben niet op de VVD gestemd om de anti-wilderianen Cohen, Pechtold en Halsema aan de macht te brengen. Maar de volgende zet, de benoeming tot informateur van Ruud Lubbers, de oud-premier die geen geheim heeft gemaakt van zijn afkeer van Wilders, kwam als een verrassing en werd vooral in PVV-kringen kritisch ontvangen. Hare Majesteit, die zich zorgen maakt over het verpulverde politieke landschap dat na 9 juni is ontstaan, zou daarmee haar eigen voorkeur hebben doorgedreven om de blonde volksleider niet op het bordes te hoeven ontvangen.

Een week later is Wilders dolenthousiast dat hij gedoogsteun mag verlenen (‘mogen gedogen’, een nieuwe variant uit de rijke confessionele gedoogstal) aan een minderheidskabinet van VVD en CDA waarvan hij geen deel uitmaakt. Op het bordes zal hij dus niet verschijnen. Desondanks lijkt Wilders in deze ‘Deense variant’ de kabinetskoers te kunnen bepalen zonder daarvoor verantwoordelijkheid te hoeven dragen. Bij links heersen dan ook verbijstering en ongeloof dat een minderheidsclub als de PVV – behalve de boze wolf Wilders ook nog merendeels politieke nieuwkomers – zoveel macht krijgt toebedeeld. Dat kan niet democratisch zijn (aldus Pechtold en Halsema, die met tien zetels elk samen nog niet aan het aantal zetels van de PVV komen,maar Paars-plus wel een goede afspiegeling van de verkiezingsuitslag vonden).


Bij de PvdA van Cohen, die na het mislukken van Paars-plus ook vond dat eerst de variant ‘over rechts’ moest worden onderzocht omdat die anders steeds ‘boven de markt bleef hangen’, klampt men zich nu vast aan informateur Lubbers, die van het staatshoofd de opdracht had om voor alles naar een meerderheidskabinet te zoeken. De klaagzang van democratisch links (de SP is niet netjes genoeg en valt daarbuiten) komt erop neer dat VVD en CDA – traditioneel monarchistische partijen – de wens van Hare Majesteit in de wind slaan. Dat is inderdaad lef hebben; geen eigenschap waarin de Haagse politiek uitblinkt. De hele kabinetsformatie, waarbij eerst alle onwaarschijnlijke varianten zijn onderzocht met de bedoeling om uiteindelijk, als niets meer gaat, bij een brede middencoalitie uit te komen, is daar een voorbeeld van. Tot met de handreiking van VVD en CDA aan Wilders, die mag gaan gedogen, waarbij nog lang niet vaststaat wie nu wie gedoogt, de rechtse knuppel in het linkse hoenderhok is gegooid.

Om deze klap naar waarde te schatten, moeten we terug naar het stuntwerk van de PvdA, die in februari – als bewijs dat sociaal-democraten niet met zich laten sollen – het kabinet-Balkenende IV liet vallen en na de gemeenteraadsverkiezingen in maart ook nog van leider wisselde. Het vertrek van Wouter Bos en de komst van Job Cohen leken een briljante politieke dubbelslag die de PvdA in juni alsnog de verkiezingswinst ging bezorgen. Dat bleek een misrekening (de VVD werd de grootste partij en de PVV de grootste winnaar), maar de PvdA-aanhang vierde er niet minder feest om, want de verguisde Jan Peter Balkenende bleek de grootste verliezer te zijn. Zuur voor het CDA, dat zelf geen schuld meende te hebben aan de kabinetsbreuk en nooit wegloopt voor zijn verantwoordelijkheid (JPB zit nog steeds in het torentje). Waar de kiezers de PvdA hadden moeten bestraffen, bestraften zij het CDA, een weeffout in de verkiezingsuitslag.


Wat in de calculaties van de PvdA zal hebben meegespeeld, is dat de PVV vooral het rechterkamp verdeelde. Een cordon sanitaire tegen Wilders, al of niet uitgesproken, kon ervoor zorgen dat regeren zonder de PvdA was uitgesloten. Hoe weinig zetels de PvdA ook heeft, zij zit altijd in het politieke midden, de traditionele centrumpositie van het CDA. Daarom mag de val van Balkenende IV gerust een coup van de PvdA worden genoemd, een coup die het CDA met een tegencoup moet zien te beantwoorden. Beide volkspartijen hebben met weglopende kiezers te maken. De PvdA zegt dat iedereen bij haar meetelt en dat je geen groepen mag buitensluiten (maar sluit ondertussen de SP en de PVV uit en slaagt er ondanks theedrinken in moskee├źn niet in om goed met christenen samen te werken). Het CDA, dat in de grote steden geen voet meer aan de grond krijgt en zijn machtsbasis in de provincie ziet afkalven, kan het zich zelfs niet permitteren om andere partijen uit te sluiten. Hoe weinig oude kopstukken als Lubbers ook van de PVV moeten hebben, de ideologie is ‘inclusive’. Dat geldt voor moslims en andere ‘nieuwe Nederlanders’, voor de PvdA (hoewel: liever niet) en het anti-confessionele D66, en ook voor Wilders, die zo goed en zo kwaad als kan moet worden ingekapseld omdat zijn achterban ook die van het CDA is. Alleen het beproefde doodknuffelen gaat niet met Wilders: daarvoor is zijn aaibaarheid te gering en trapt hij het confessionele bestuurskader te veel op de ziel.

Het CDA, dat zich na de verkiezingsdreun lang stilhield en pas sinds twee weken weer meedraait alsof het nooit is weggeweest, heeft dankzij de (altijd moeizame) samenwerking met de PvdA veel eelt op de ziel. Het kan met iedereen samenwerken, over links en over rechts. Vandaar dat het duivelspact met Wilders niet kan verbazen, al zullen ze bij de PvdA hebben gedacht dat dit echt niet kon. Des te beter, want het CDA heeft met de PvdA vanwege het verraad tegenover Balkenende nog een appeltje te schillen. Het was bovendien Cohen zelf die een brede middencoalitie tussen VVD, PvdA en CDA, waarvoor ook Rutte na het stuklopen van Paars-plus opteerde, blokkeerde. Een nieuwe misrekening, waarvoor Cohen al de felicitaties van PVV-sympathisanten heeft ontvangen. Dat laat meteen de ratio achter het pact met Wilders zien. Hoewel niemand bij het CDA er blij mee is, en oud-coryfee├źn hun ontstemming uitspreken, wordt de PvdA voor het blok geplaatst en lijkt de route om ‘over links’ te regeren afgesloten. Een land van minderheden stevent nu op een minderheidskabinet af, waarbij als gevolg van gedoogspelletjes en achterkamerdeals nog minder duidelijk is wie voor wat verantwoordelijk is. Voor een verongelijkt links is de verleiding groot om tegen zo’n rechts kabinet ‘all out’ te gaan.


Niets belet Job Cohen echter om eieren voor zijn geld te kiezen en alsnog aan te schuiven voor een meerderheidskabinet met VVD en CDA, waarin hij het gedoogakkoord met Wilders mag zien af te zwakken. Zo’n brede gelegenheidscoalitie van gevestigde bestuurspartijen waarin niemand zin heeft, zou het meeste recht doen aan de uitdaging waarvoor Wilders de hele politieke orde plaatst. Maar het lijkt erop dat Cohen ook deze laatste kans om de boel bij elkaar te houden gaat missen.

Dirk-Jan van Baar