Buitenissig

Arcade Fire, The Suburbs, 3 sterren.

Het afgelopen decennium, hoor je weleens mopperen, heeft eigenlijk geen echte grote bands opgeleverd – nou ja, met uitzondering van Arcade Fire dan misschien…

Het woordje ‘misschien’ kan inmiddels worden weggelaten: met Funeral (2004) en Neon Bible (2007) schreef de Canadese band muziekgeschiedenis, en op de dvd Miroir Noir konden ook de thuisblijvers zien wat een geestverruimende ervaring een concert van de band is. Het buitenissige instrumentarium (naast keyboards, gitaar, bas en drums ook instrumenten als draailier, melodica en glockenspiel), de impressionistische arrangementen, de bijna hysterische vocalen: Arcade Fire liet horen dat het mogelijk is om diep emotionele muziek te maken zonder je te verliezen in goedkope sentimentaliteit.

Begroef de band op Funeral de nostalgische gevoelens die zij als twintigers koesterden omtrent de buurt waarin ze opgroeiden, op The Suburbs staan de vaak troosteloze randgemeenten van de grote steden centraal. Met de regel ‘wasted hours before we knew where to go and what to do’ vat de band de thematiek van het album – verveling in de voorstad – kernachtig samen. Maar het is juist die doelloosheid, horen we in de epiloog, waar zo heftig naar wordt terugverlangd.

Muzikaal gezien is The Suburbs breder en minder gefocust dan de eerste twee albums. Halverwege de zestien-nummerige songcyclus zakt het niveau even weg naar de middelmaat om met het prachtige Sprawl I (Flatland) weer terug te keren naar een hoog niveau. De verpletterende indruk die Funeral destijds maakte, wordt echter niet meer gehaald. Wat dat betreft is, om Simone Signoret aan te halen, zelfs voor Arcade Fire ‘de nostalgie niet meer wat het was’.

Ruud Meijer