Help, mijn kind zweeft!

Vroeger hoorde je alleen van volwassenen met spirituele gaven. Nu zijn er ineens overal hooggevoelige kinderen. Die hebben natuurlijk dringend begeleiding nodig. Een nieuwe hulpsector vormt zich.

U heeft het liefste kind van de wereld. Het is een schatje, nog kerngezond ook. U boft maar.Maar ja, uw kind is wel wat anders dan andere kinderen. Zo is het nogal snel afgeleid door prikkels van buitenaf. Het lijkt gevoeliger, kwetsbaarder dan leeftijdsgenootjes. Het voelt emoties van anderen opvallend goed aan. En eigenwijs dat uw kind is, mánmánmán. En dat niet alleen. Uw oogappel kan in driftbuien uitbarsten, maar ook de behoefte hebben zich af te zonderen. Uw kind is ook slim voor zijn leeftijd. Het lijkt soms wel of het zijn tijd vooruit is. O ja, en u merkt ook dat uw kind een rijk fantasieleven heeft.

Herkenbaar? Dan kan met enige zekerheid worden gesteld dat u een indigokind heeft. Of een kristalkind. Of een sterrenkind. Of een regenboogkind. Of een nieuwetijdskind. Of een hoog-intuïtief kind. Of een hoogsensitief kind. Kiest u maar: het zijn benamingen die ruwweg dezelfde lading dekken. Wie de termen intikt op Google, belandt tussen duizenden websites vol therapieën, goeroes, hulpverleners en bezorgde ouders. We zien een sector die de laatste jaren enorm is gegroeid. Het spirituele kind – laten we het gemakshalve maar even zo samenvatten – is hot. Niet voor niets gaat SBS 6 er een televisieprogramma aan wijden.

Goed, u heeft dus een spiritueel kind. Maar wat ís dat nu precies? Op haar website schrijft therapeute Layla van Oppen uit Hoofddorp: “Nieuwetijdskinderen worden geboren met een heel ander trillingspatroon dan die nu het meeste voorkomt. Vanaf het prille begin moeten ze continu afstemmen op grote verschillen in trillingspatronen en worstelen ze met de integratie ervan in hun eigen systeem. Hierdoor kan het energetische immuunsysteem op tilt slaan en een overbelasting in de meldkamer van de hersenen ontstaan.”


Juist ja. Het jargon verraadt dat we inderdaad zijn beland in de krochten van de spirituele wereld – de wereld van aura’s, chakra’s en energiebanen. Het is nog even doorbijten voor de volgende alinea van Layla van Oppen: “Door de overbelasting in de meldkamer raken de filters verstopt. Elektronische spanningsvelden, aardstralen, entiteiten (energie van personen en gebeurtenissen uit hun omgeving) en verdwaalde overleden personen, worden als eigen geïnterpreteerd en krijgen zo vrij baan. Dit kan zich uiten in dyslexie, ADHD, depressiviteit, structurele driftbuien of een verkapte vorm van autisme.”

Het lijkt geen pretje om spiritueel kind te zijn. Sterker nog, het klinkt bijna als een akelige aandoening. Spirituele kinderen zijn dan ook kinderen die moeten worden geholpen en begeleid. Niet omdat ze zelf een defect hebben overigens, maar omdat de buitenwereld ze niet begrijpt. Die is nog niet klaar voor Kind 2.0. Ouders, begrijpelijk alert op afwijkend gedrag van hun kroost, worden door therapeuten gemaand om hun kinderen in behandeling te laten nemen. Er is inmiddels een uitgebreid hulpcircuit opgetuigd. Er worden privéconsulten, cursussen en workshops gegeven. Niet alleen voor de kinderen, maar ook voor de ouders. In groten getale bevolken ze inmiddels de internetfora. Soms tonen ze zich radeloos. ‘Wanhopige mama’: “Mijn dochter is een heel lief (te lief?), bleek, blond meisje, dat er eigenlijk nooit gezond uitziet. Ze voelt mijn stemmingen haarfijn aan, bijvoorbeeld als ik ook maar iets frons kan ik ervan uitgaan dat ze binnen enkele tellen vraagt waarom ik zo kijk. Ik ben behoorlijk wanhopig en vraag me af of mijn dochter een nieuwetijdskind zou kunnen zijn; zelf ben ik ontzettend nuchter en vind het eerlijk gezegd ook behoorlijk zweverig allemaal, maar de problemen met mijn dochter zou ik graag opgelost willen zien en als ik daarvoor stappen moet nemen in een zweverige wereld, so be it!”


Waar komen ze toch vandaan, die spirituele kinderen? Hun wortels liggen in de new age-beweging in de jaren zeventig. De Amerikaanse parapsychologe Nancy Ann Tappe bedacht destijds de term indigokinderen; hun aura (in die kringen gaat men ervan uit dat zoiets bestaat) zou opvallend blauw van kleur zijn – een teken dat ze een sterke eigen wil hebben. Eind jaren negentig beleefden de indigokinderen een revival als gevolg van een aantal boeken en films. De nieuwe kindsoort kon verder gedijen onder de opkomst van ADHD en het middel ritalin, dat volgens menigeen te ruimhartig wordt voorgeschreven om kinderen rustig te krijgen. Spirituele kinderen worden in principe niet behandeld met reguliere medicijnen, en dat spreekt aan. “Nieuwetijdskinderen benader je liefdevol en met respect, niet met ritalin!” schrijft een therapeute op de zweefsite Argusoog.org. Haar benadering: “Liefdevolle communicatie, vanuit het hart luisteren en spreken.” En de aura’s, chakra’s en meridianen in balans brengen, natuurlijk.

Ondanks de behandelingen die de spirituele kinderen moeten ondergaan om met zichzelf en met hun omgeving te kunnen leven, is er ook een positieve boodschap. Want in de basis, zo zeggen de alternatieve therapeuten, zijn het zeer bijzondere kinderen. Ze zijn dragers van een hoger bewustzijn, ze zijn de voorlopers van een nieuwe generatie mens die veel spiritueler en intuïtiever is ingesteld. Als er straks meer en meer spirituele kinderen zijn, gaan we vanzelf liefdevoller met elkaar om. De kinderen zijn niets minder dan een nieuwe stap in de evolutie. Noem het gerust een elite. Niet zo gek dat die zich moet aanpassen zolang de wereld nog overwegend hard en rationeel is.


Het is ook niet zo gek dat de reguliere hulpverlening er geen raad mee weet. Daar weet men dat er simpelweg een grote natuurlijke variëteit is in het gedrag van kinderen. Het ene kind is nu eenmaal gevoeliger en introverter dan het andere. En kinderen hebben gewoon een rijk fantasieleven, dus het is helemaal niet zo raar dat ze bijna terloops zeggen dat ze met hun overleden opa hebben gepraat. De meeste symptomen van het spirituele kind kunnen prima worden afgedekt met diagnoses als ADHD, autisme en PDD-NOS. Dat zijn aandoeningen met meetbare verschijnselen die in zekere mate behandelbaar zijn met medicatie en gedragstherapie.

Maar ja, het zijn dus aandoeningen. Gebreken. Defecten. Dat is niet wat je als ouder wil horen. Je hoort liever dat je een nieuwetijdskind hebt dat een stapje vooruit is in de evolutie dan dat je een ADHD-patiënt hebt met een hersenafwijking. Is je kind een irritant ettertje in de klas maar is er verder geen sprake van een meetbaar lichamelijk tekort, dan wil je graag quasi-nonchalant tegen de leerkracht kunnen zeggen: “Tja, sorry, het is nu eenmaal een sterrenkind.”

De spirituele wereld heeft het kind dus omarmd. Ook hier is er sprake van alle mogelijke gradaties: van mensen die zeker denken te weten dat de kinderen vanuit hogere dimensies of door buitenaardse beschavingen hierheen zijn gezonden, tot nuchterlingen die het allemaal niet direct zo ver zoeken. Voor die laatste categorie is er sinds enige jaren een elegante oplossing: kinderen die niet spiritueel worden genoemd, maar hoogsensitief. In wezen gaat het om hetzelfde, alleen blijft de hele esoterische blabla achterwege. Het hoogsensitieve kind is uitgevonden door de Amerikaanse psychotherapeute Elaine Aron. Ze zegt zelf een hoogsensitief persoon te zijn en ook haar eigen kind is overgevoelig voor prikkels – haar border collie trouwens eveneens.


Ook Aron ontdekte dat de reguliere hulpverlening sceptisch staat tegenover het verschijnsel. En dat terwijl één op de vijf kinderen, zo schat ze in, een hoogsensitief kind is. We kunnen gerust stellen dat Aron een enorme markt voor zichzelf heeft gecreëerd, die ze uiteraard bedient met de nodige merchandising: boeken, cd’s en dvd’s. Ze maakte ook een vragenlijst (zie kader op pagina 24) waarmee ouders snel kunnen nagaan of zijzelf of hun kind hooggevoelig zijn. De bewoordingen van Aron ogen wetenschappelijk, maar zijn dat niet: er wordt bijvoorbeeld zonder meer van uitgegaan dat de hoogsensitieve kinderen als aparte groep bestaan, terwijl dat echt nog nooit deugdelijk is aangetoond. De criteria zijn buitengewoon vaag (zie de vragenlijst in het kader) en Arons werk wordt nog steeds niet ondersteund door onafhankelijk onderzoek van reguliere pedagogen en psychologen van enige naam en faam. Verder dan wat afstudeerscripties, waarin het bestaan van een groep hooggevoelige kinderen veelal ook voetstoots wordt aangenomen, is het ook in Nederland nog niet gekomen. Onderzoekers zien vooralsnog dus geen reden om de symptomen die Aron bijeenraapte als een aparte aandoening te bestempelen. De hooggevoelige symptomen kunnen prima worden ondergebracht in bestaande termen, zoals neuroticisme, introversie en instabiliteit. Maar ja, in die hokjes wil niemand graag zitten. Met ‘hoogsensitief’ kun je veel beter voor de dag komen. Het is bijna een aanbeveling.

Hooggevoelig is dus wat salonfähiger dan die esoterische benamingen. Maar dan is er nog die andere subgroep waarover je de laatste tijd steeds meer hoort: het paranormale kind. Nu zijn we weer in de hardcore zweefhoek beland. Een paranormaal kind kan wat paranormale volwassenen ook zeggen te kunnen: contact leggen met overledenen, geesten zien, in de toekomst kijken. Althans, de kinderen zeggen dat te kunnen. Of ouders zeggen dat hun kinderen dat kunnen. De grens tussen fantasie en werkelijkheid is soms vaag, en bij kinderen al helemaal.


Het is lastig voor ouders om met een paranormaal kind te leven. Neem vader Frans, die op de website van paranormaal therapeute Elly van Wijnbergen zijn relaas doet. “Mijn dochtertje van vijf jaar ziet vreemde dingen op haar slaapkamer, zoals mensen die naar haar kijken en zwaaien als ze in bed ligt, gekleurde bollen en slierten, maar ook zwarte mensen die haar met een touw in de muur willen trekken. Ook overdag ziet ze (geesten)mensen die in de keuken staan, enzovoort. Als ik bij haar op de slaapkamer kom, heb ik meestal een naar gevoel, kippenvel en koude rillingen. Ik praat er weleens over met haar en ze houdt vol dat het allemaal echt is. Maar het ergste vind ik dat ze de laatste tijd dood wil en naar de hemel wil. (-) Ik vind dat wel beangstigend en weet niet zo goed wat ik hier mee aan moet.”

Nu zien de meeste kinderen weleens spoken en monsters in de schemering van hun slaapkamer. Een derde van hen heeft zelfs perioden waarin er sprake is van een denkbeeldig (want onzichtbaar) vriendje tegen wie vaak gewoon hardop wordt gepraat. In alternatieve kringen wordt hier echter direct een diepgaandere betekenis aan toegekend. De therapeuten staan in elk geval in slagorde opgesteld om in alle behoeften te voorzien. Ineke en Irene van www.paranormalekinderen.nl: “We helpen jongeren omdat we weten dat de noodzaak groot is en de tijd rijp. (-) We leren ze overweg te kunnen met de gaves, acceptatie, hoe ermee te werken en angsten opzij te zetten, plus dat de ouders een stukje begeleiding meekrijgen in hoe ze hun kinderen kunnen opvangen en steunen.”


Steunen is één ding, stimuleren een ander. Voor paranormale kinderen bestaan er tegenwoordig ook allerhande cursussen om hun veronderstelde gaven verder te ontwikkelen. Zo is er de cursus ‘White time healing voor kinderen’ in Den Burg, waar ze wordt geleerd om ‘met je handen helende energie te geven aan anderen, maar ook aan dieren en de natuur’. De kinderen leren er ook te praten met hun engel. Medium en ‘trance-healer’ Germaine Domatilia geeft nieuwetijdskinderen cursussen waarin ze ‘hun energie leren kennen’. In Cadier en Keer geeft een therapeute ‘Energetische engelbegeleiding voor kinderen’. In Tilburg wordt een ‘Workshop stenen en kristallen voor kinderen’ gehouden. Want kristallen “kunnen je helpen met van alles en nog wat, bijvoorbeeld wanneer je verdrietig, boos of onzeker bent. Als je een beetje ziek bent of niet zo goed kunt slapen. Eigenlijk kunnen ze allemaal een beetje toveren.”

Het is van alle tijden dat mensen tot een groep willen behoren, het liefst een groep van gelijkgestemden. In het geval van de ouders van spirituele kinderen helpt de moderne tijd een handje; het is bijzonder eenvoudig om lotgenoten te vinden op internet. Er zijn er talloze, en dat is niet zo vreemd gezien de vaagheid van de verschijnselen. De ouders worden vakkundig het hulpverleningscircuit ingetrokken door therapeuten die roepen dat het zonder begeleiding goed mis kan gaan met hun kind. Dat kind krijgt zo nóg meer het gevoel dat het anders is dan anderen, terwijl het vaak genoeg gaat om symptomen die simpelweg niet ernstig genoeg zijn voor een aparte therapie, die gewoon overgaan en in het uiterste geval te behandelen zijn met reguliere medicatie.


Niemand betwist dat ze bestaan: kinderen die introvert zijn, wijs voor hun leeftijd, snel afgeleid. Het zijn psychologische eigenschappen die door de bedenkers van het spirituele kind zijn samengeveegd en omgetoverd tot een ‘gave’. Dat vereist een andere houding van de ouders. Alternatieve therapeuten benadrukken dat ouders alles wat hun kind zegt als waarheid moeten bezien. Ook al lijkt het nog zo onwaarschijnlijk, het komt altijd érgens vandaan. Ouders moeten hun kinderen volledig serieus nemen, wát ze ook beweren. Ze moeten er alles aan doen om de ervaringen van hun kind te begrijpen. “Als een kind vertelt dat het in de nacht opa of oma op bezoek krijgt, gelóóf het dan,” adviseert paranormaal medium Marion Mooren op de website van haar spiritueel gezondheidscentrum. Kinderen zijn nu eenmaal vatbaar voor het bovennatuurlijke, schrijft paragnoste Bianca Linnenbank op haar website. Hun chakra’s staan wijd open. Gelukkig kun je die als ouders met je gedachten afsluiten, bijvoorbeeld als je je kind afdroogt na het douchen.

Het is een toewijding die bijna religieuze trekken heeft, signaleerde de Groningse ontwikkelingspsycholoog Gerrit Breeuwsma in het vakblad De Psycholoog. Ouders wordt aangeraden net zo lang te shoppen in hulpverlenersland tot ze een therapeut tegenkomen die hun kind begrijpt. Lees: die de diagnose hoogsensitief wil stellen. “De zwakte van het kind wordt getransformeerd in een kracht, die de volwassene ontslaat van de plicht het kind te helpen zijn zwakte te overwinnen,” aldus Breeuwsma. Van een kind wordt een mysterie gemaakt, en daarin moet je geloven. Gelovigen maken vervolgens zelf deel uit van dat mysterie en staan niet meer open voor kritiek. Wee degene die durft te twijfelen aan het bestaan van spirituele kinderen; die heeft in elk geval niet het beste met ze voor.


Hoe dan ook, er is sprake van een markt met enkele interessante bestanddelen: ouders, kinderen, mysterie, controverse. Een televisiezender als SBS 6 voelt dat feilloos aan. Vandaar dat er begin volgend jaar wordt gestart met een serie programma’s over paranormale kinderen: Help, mijn kind heeft een zesde zintuig! De presentatie is in handen van medium Liesbeth van Dijk, die weinig moeite zal doen de kinderen ervan te overtuigen dat er misschien wel andere verklaringen bestaan voor hun geestestoestand dan een paranormale gave. Het bestaan daarvan wordt sowieso gewoon voor waar aangenomen. Het bevestigen van een kind in zijn magische geloof kan de behandeling van ‘aardse’ oorzaken (persoonlijkheidsstoornissen, hallucinaties) van het gedrag in de weg staan, vinden critici. Maar zolang fantasie mooier is dan werkelijkheid, kunnen zeroepen tot ze een ons wegen.

Wie op veertien of meer van onderstaande vragen ‘ja’ antwoordt, kan zich hoogsensitief noemen. Althans, volgens de uitvindster van het begrip, de Amerikaanse psychologe Elaine Aron. Waarom veertien en geen dertien of vijftien is niet duidelijk. Verder zijn veel vragen nogal algemeen (welke kunst of muziek wordt bedoeld? wie is er nu níet gevoelig voor pijn, wie voelt zich wél op zijn gemak bij harde geluiden?) en is het makkelijk de uitkomst te sturen; wie graag hooggevoelig wil zijn, kan wel raden wat hij moet antwoorden. Een hopeloos onwetenschappelijke vragenlijst dus. Maar laat dat u er niet van weerhouden hem te beantwoorden.

– Ik ben me bewust van subtiele signalen in mijn omgeving.

– Ik word beïnvloed door de stemmingen van anderen.


– Ik ben nogal gevoelig voor pijn.

– Tijdens drukke dagen merk ik dat ik behoefte heb om me terug te trekken in mijn bed of in een donkere kamer (of een andere plek waar ik alleen kan zijn).

– Ik ben bijzonder gevoelig voor de effecten van caffeïne.

– Ik raak gemakkelijk overvoerd door dingen als fel licht, sterke geuren, grove weefsels of harde sirenes.

– Ik heb een rijke en complexe innerlijke belevingswereld.

– Ik voel me niet op mijn gemak bij harde geluiden.

– Ik kan diep geroerd raken door kunst of muziek.

– Ik ben consciëntieus.

– Ik schrik gemakkelijk.

– Ik voel me opgejaagd als ik veel moeite moet doen in korte tijd.

– Als mensen zich in een fysieke omgeving niet prettig voelen, weet ik meestal wat er moet gebeuren om dat te veranderen (bijvoorbeeld door het licht te dimmen of het meubilair te verplaatsen).

– Ik raak geïrriteerd als mensen proberen me te veel dingen tegelijk te laten doen.

– Ik doe erg mijn best om te voorkomen dat ik fouten maak of dingen vergeet.

– Ik kijk uit principe niet naar gewelddadige films of tv-shows.

– Ik voel me ongemakkelijk als er veel om me heen gebeurt.

– Als ik erge honger heb, heeft dat een sterke invloed op mijn concentratievermogen of mijn humeur.

– Veranderingen in mijn leven brengen me van mijn stuk.

– Ik heb een neus voor delicate geuren, smaken, geluiden en kunstwerken en geniet daarvan.

– Het vermijden van situaties die mij van streek maken of overbelasten, heeft bij mij hoge prioriteit.

– Als ik met iemand anders moet wedijveren of op mijn vingers word gekeken, word ik vaak zo nerveus of gespannen dat mijnprestaties veel minder goed zijn dan gewoonlijk.


– Als kind werd ik door mijn ouders of leraren gevoelig of verlegen gevonden.

Mark Traa