Revolutie in het land van domoren

In het Siciliaanse Palermo is er sinds enkele jaren verzet tegen de pizzo, het ‘beschermingsgeld’ dat de maffia eist van ondernemers. Maar nog steeds weigert maar één procent van hen de afpersers te betalen. Verslag van een moeizame strijd. ‘Eerst wisten we tegen wie we vochten. Nu weten we niks meer.’

Een aanbetaling van 20.000 euro en daarna maandelijks 5000 euro. Zo veel wilde de maffiaclan van Lo Piccolo hebben van de uitbaters van megadiscotheek Playa Bonita in Sferracavallo, een stadje in de buurt van Palermo. “Het geld hebben we niet. En als we het hadden, krijg je het niet. Dus steek de tent nu maar in de fik, als je daartoe in staat bent.” Met die bewoording antwoordde de vader van Lorenzo di Domenico twee jongens die een dag na de opening van hun discotheek op twee grote motoren de pizzo (het beschermgeld) kwamen opeisen.

De volgende dag werd de jonge Di Domenico gebeld door een van zijn werknemers. Voor de ingang was een bus benzine leeggegoten en die benzine stond nu weg te branden. Wie de daders waren, was duidelijk. Di Domenico deed daarna iets dat tot nu toe nog niet zo heel veel Palermitanen hebben gedaan. Hij stapte naar de politie, samen met veertien andere ondernemers uit Palermo. Na een lang proces kregen ze hun estortori (uitwringers) achter de tralies. “En nu komen lui met hetzelfde bloed in mijn club dansen en plezier maken. Terwijl hun neven en ooms mede dankzij mij in de cel zitten. Eergevoel hebben die lui niet. Wij in Italië hebben een kanker in onze samenleving, maffia geheten.”

Het is een van de vele berichten uit Palermo, maffiahoofdstad van Italië, waar volgens overheidscijfers tachtig procent van alle bedrijven, van groot tot klein, beschermingsgeld betaalt aan de plaatselijke maffiaclan. Maar er is iets aan het veranderen, al gaat het tergend langzaam.

Het is 29 juni 2004, vroeg in de ochtend. Een groep jongeren met capuchons over hun hoofd getrokken plakte stencils op de stadsmuren in het centrum van de stad: Un interno popolo che paga il pizzo è un popolo senza dignità (‘Een heel volk dat de pizzo betaalt is een volk zonder waardigheid’) stond er op de posters. Nationaal voorpaginanieuws – een burgerprotest: zoiets was nog nooit gebeurd in Palermo.


Stille marsen vonden er altijd al plaats. Bijvoorbeeld na de moorden op de onderzoeksrechters Falcone en Borsellino, die in de jaren negentig de maffia zonder scrupules aanpakten. Maar rebellie? Nog nooit. Alleen de afzender van de proteststencils bleef onbekend. De jongeren, allen nog geen dertig, hielden zich schuil bij vrienden in andere delen van Italië en Sicilië, bang voor represailles. Een van de stencilplakkers had rake klappen gekregen in de nacht van de actie.

Er kwam een discussie op gang in de landelijke media. Op dat moment besloten de jongeren naar buiten te treden. Bang, maar de maffia liet hen met rust. In een interview in Giornale della Sicilia moedigde de beweging winkeliers aan te stoppen met het betalen van de pizzo. Burgers konden zich middels een handtekening solidair verklaren met het initiatief en werden opgeroepen hun boodschappen voortaan te doen in pizzovrije winkels en hun dagelijkse espresso te drinken in pizzovrije bars. De organisatie Addiopizzo(‘Vaarwel, protectiegeld’) doopte het plan consumo critico: als de burger alle pizzobetalende winkels boycot, zal uiteindelijk iedereen overstag gaan en de pizzo afzweren.

Nu, zes jaar na de oprichting, hebben er zo’n vijfhonderd bedrijven het pizzo free-keurmerk. Dat wil zeggen: zij betalen geen beschermingsgeld aan een maffiaclan die de baas in de buurt is. Bedrijven die op de pizzovrije lijst komen, worden getest op hun betrouwbaarheid door La commissione di garanzia, bestaande uit hoogleraren, advocaten en boekhouders. De commissie controleert of ze inderdaad geen pizzo betalen en de bedrijven die hun estortori willen aangeven, krijgen juridische steun. Op de deuren van hun bedrijven plakken ze een pizzo free sticker.


De beweging heeft zelfs zoveel reuring veroorzaakt dat de Duitse ambassade sinds dit jaar aan Duitse toeristen een stadsplattegrond verstrekt met daarop alle cafés, restaurants, barretjes, bakkers kledingwinkels, meubelbedrijven en ga zo maar door die pizzovrij zijn verklaard. Addiopizzo zelf is de afdeling Addio Pizzo Travel gestart. ‘Ethisch toerisme voor de verantwoordelijke reiziger’, vermeldt de folder. Naast het feit dat de reiziger in een pizzovrij hotel, bed and breakfast of agriturismo slaapt, in een pizzovrij restaurant eet en pizzovrije souvenirs inslaat, volgt er een wandeling langs verschillende historische maffiaplekken. Van het hoofdkantoor van de politie op het Piazza della Vittoria tot een bezoek aan de plekken waar onderzoeksrechters Falcone en Borsellino in 1992 met autobommen werden vermoord.

De Siciliaanse maffia, de Cosa Nostra, int jaarlijks via de pizzobelasting bijna twintig procent van haar totale omzet. Met het geld dat ze verdienen, zo’n tien miljard, worden andere criminele activiteiten gefinancierd. De Cosa Nostra bestaat uit verschillende families die over verschillende stadswijken en dorpen heersen. De hoofden van de families zitten weer in aparte commissies. En de hoofden van die verschillende commissies vormen ook weer een organisatie – eenpiramidesysteem. Al is dat model de laatste jaren wel een beetje komen te vervallen. Zeker na de arrestaties van Toto Riina in 1993 en de decennialang gezochte capo dei tutti capi Bernardo Provenzano in 2006, waarna de hele top van de maffia is weggevaagd en de piramide de punt mist.

De in Palermo geboren schrijver en journalist Salvo Sottile, zoon van de oud-hoofdredacteur van Giornale di Sicilia, legt uit dat deze arrestaties niet alleen positief uitgelegd moeten worden. “Palermo is vandaag de dag een appel die doormidden is gehakt. Een deel van die appel is gezond, die zoekt naar manieren om zijn terrein in positieve zin te veranderen. De andere kant van de appel is een rot deel dat wordt gerepresenteerd door de maffia die geen vorm meer heeft. Voorheen was het een piramide, nu lijkt er een wolk te zijn. Nevel. De maffia zoekt manieren om onzichtbaar te blijven, zodat het volk denkt dat het gevaar geweken is. In werkelijkheid is de maffia sterker. Eerst wisten we tegen wie we vochten. Tegen wereldbekende maffiosi zoals Provenzanoen Riina. Nu weten we helemaal niks meer.”


Een bordje waarop staat dat er hier een pizzovrij bed and breakfast Atlante gevestigd is, is onvindbaar. Maar volgens het aanstaande echtpaar Preziosa Salatino en Emilio Ajovalasit is dat vooral om toeristen die ’s nachts om vier uur een slaapplek zoeken het aanbellen onmogelijk te maken. “Iedereen weet dat we een bed and breakfast hebben. De illegale parkeerwacht hiertegenover en het illegale barretje op de hoek ook. Ik denk dat ze bij ons niet zijn langsgeweest omdat we klein zijn. We zijn niet interessant. Het gaat hier niet om veel geld. Het is voor ons maar een bijverdienste.”

De bom die Borsellino doodde, was voor de twee indirect de reden om hun kleine b&b aan te melden bij Addiopizzo. Emilio was als kleine jongen in de woonkamer bij zijn ouders aan het spelen, toen een enorme knal luidde. “Ik dacht dat er een oorlogsfilm op tv was, dus ik rende naar de televisie.” Maar het was de bom die Borsellino doodde. De rookwolk die dat veroorzaakte, was in Palermo en mijlenver daarbuiten te zien. “Iedereen heeft die klap gehoord. Dat heeft wel diepe indruk op me gemaakt.”

Een andere keer lieten maffiosi een klein winkeltje bij hem in de straat ontploffen. Hij was nog een puber. Een oud vrouwtje dat kazen verkocht had namelijk geweigerd de pizzo te betalen. “Dat soort gebeurtenissen vormen je wel. En maken je vooral boos.”

Hun bed and breakfast is gelegen in een minder fraaie wijk van de stad, Baller. Om de kost te verdienen, spelen Ajovalasit en Salatino toneel voor analfabete kinderen in de buurt. Voor de lunch verwijst het echtpaar ons door naar het restaurant Il Mirto e la Rosa in het centrum van de stad. Wie hier eet, weet waar zijn geld naartoe gaat: in de zak van eigenaresse Antonella Sgrillo, tot de laatste cent aan toe. Ze heeft een krantenartikel bij zich. “Jij bent op zoek naar bewijzen dat Addiopizzo ook echt werkt? Kijk, ik heb bewijs!” Guiseppe di Maio, een onlangs gearresteerde maffiabaas, heeft zich tegen zijn ondervragers laten ontvallen: “Het heeft geen nut de pizzo te vragen aan hen die zijn ingeschreven bij Addiopizzo. Als een winkelier zich aanmeldt bij Addiopizzo of een andere anti-pizzo-organisatie, gaan we er niet meer heen. We vragen hen niks. Er is veel onrust onder ons. Na al die arrestaties zijn we bang in de cel te belanden. Eerst is er de aangifte, dan de onderzoeken en kom je onder een vergrootglas te liggen. Het is beter dat te vermijden.”


Volgens Sgrillo zijn dit bewijzen die aantonen dat Addiopizzo écht werkt. “Als een maffioso zoiets zegt, dan is dat iets heel belangrijks. Zij speelden altijd met de angst van de winkeliers. En nu zijn ze zelf angstig. Angst kwam tot een paar jaar terug niet voor in hun hoofden, laat staan dat ze het ook uitspreken.”

Sgrillo zit ook in de organisatie LiberoFuturo, een organisatie geboren uit Addiopizzo, die actief met winkeliers om de tafel gaat en de mogelijkheden bekijkt om massaal tot een aanklacht over te gaan. “De beweging bestaat nu zes jaar. Vergeet niet dat de maffia hier al veel langer bestaat. We staan echt pas aan het begin. Laatst hebben zich weer vier winkeliers aangemeld. Zij betaalden dan wel geen pizzo, maar toch: het zijn kleine stappen in de goede richting. Wederom. Zes jaar geleden klaagde niemand zijn estortori aan. En er werd al helemaal niet over gesproken.”

Maar is het dan echt zo makkelijk? Je zet je naam op een lijst en je bent van al het gedonder af? Nee. Zeker de pioniers, de eerste die meewerkten, zijn elke avond met het angstzweet op de rug hun bed in gekropen. Zo vonden de eigenaren van l’Antica Focacceria hun kat dood terug. Een tijd lang stonden er bewapende politieagenten voor de deur, terwijl Palermitanen en toeristen er in- en uitliepen met hun verse focaccia. Vier maanden lang werd eigenaar Vincenzo Conticcelobedreigd. Ruiten werden ingegooid, zijn auto in brand gestoken en auto’s van klanten werden beschadigd. Een tijd lang ging hij met een politie-escorte door Palermo.

Van andere pizzovrije winkels werd de bel dichtgekit, een opmaat naar meestal erger. Toen het grote verfbedrijf van Rodolfo Guajana besloot mee te doen, werd zijn hele fabriekspand in de hens gestoken. De schade liep in de miljoenen en wederom was een zwarte rookwolk in de stad, in heel Palermo en ver daarbuiten te zien. Guajana maakte deel uit van de club van veertien die Lo Piccolo aanklaagden.


Enrico Colajanni, aanvoerder van LiberoFuturo, spreekt van een ‘breekpunt’. “Hier had de beweging een vroege dood kunnen sterven, maar heeft dat gelukkig niet gedaan. Lo Piccolo had die pizzo-gelden echt nodig voor zijn andere activiteiten. Elke vorm van rebellie vanuit de winkeliers diende de kop te worden ingedrukt, en die zwarte rookpluim had die functie. Maar het had niet die uitwerking!” Binnen een half jaar kreeg Guajana een nieuw pand, mede door inzet van de staat. “Hier hebben we onze ballen laten zien.” In de tussentijd volgden tal van arrestaties en werd ook Lo Piccolo opgepakt. 1-0 voor Addiopizzo en LiberoFuturo.

We zitten achter het Teatro Nuovo, het bekendste theater in de stad, in de buurt van de politiekazerne. Colajanni groet passerende agenten in burger. Hij is op zijn hoede en kijkt iedere passant indringend aan. En telkens als de ober van de bar (niet-pizzovrij) aan het tafeltje komt, staakt hij zijn woorden. Hij woont in de door maffiosi gedomineerde wijk La Kalsa. Toch kan hij er rustig rondlopen. Ook in zijn pizzo free shirt. “Natuurlijk weten ze wie ik ben. Maar we zijn al te ver met de organisatie dat ze me nog iets aan kunnen doen. Dan halen ze de politie in huis en moet ik met een escorte in hun buurt leven. Ze zouden wel gek zijn. Maar ja, een beetje op je hoede blijf je wel.”

Iemand met wie het minder goed afliep, was Libero Grassi. Hij was in 1991 de eerste die zich openlijk uitsprak tegen zijn estortori. Hij had een pyjamafabriekje met 150 man personeel. In koelen bloede schoten ze hem af, voor zijn deur.


Door diezelfde deur gaan wij naar binnen. Op het dakterras zit Pina Grassi. Op die bewuste ochtend wilde ze gaan ontbijten toen ze enkele harde knallen hoorde. Haar man had haar net een kus gegeven en was de lift naar beneden ingestapt. Ze rende naar de rand van het balkon en zag hem ineengezakt in een plas bloed tegen de muur liggen.

Grassi had de woede gewekt van de maffia. In een open brief, die werd afgedrukt op de voorpagina van wederom Giornale della Sicilia, schreef hij aan zijn estortori: “Jullie kunnen doorgaan wat jullie willen. Mijn geld krijgen jullie niet.” Grassi’s verklaringen wekten ook de woede van Confindustria, de Italiaanse werkgeversorganisatie. “Mijn man werd ervan beticht goedkope reclame voor zijn bedrijf te maken.” Op een dag werden 150 enveloppen met daarin de vakantiebonussen van zijn werknemers gestolen. Een teken aan de wand. De hond van de bewaker werd afgeschoten, een volgend signaal. Daarna volgde een tv-debat in een programma van Italiës bekendste tv-journalist, Michele Santoro. “En weer vielen ze hem aan. Hij zou Palermo in diskrediet brengen. Hij antwoordde: ‘Ik? Ik breng Palermo in diskrediet? Volgens mij doen jullie dat. Door te zwijgen!'” Een paar dagen later was zijn leven voorbij. “Later heeft de Confindustria haar excuses aangeboden. En dertien jaar na de dood van mijn man is Addiopizzo geboren. Ik beschouw ze als mijn zonen.”

Echter, hoop dat de pizzo ooit uitsterft heeft de weduwe niet. “Laten we eerlijk zijn: nog geen één procent van alle bedrijven doet mee met Addiopizzo. Met alle respect voor die lieve jongens, spreken van een revolutie kun je niet. Italië is een land van de dommen. Onze premier Berlusconi is dan wel afgestudeerd, maar is net zo dom gebleven. Er zijn te veel gemene domoren in dit land.”


Het is diezelfde marginale deelname aan Addiopizzo die Grassi ervan overtuigt dat zij niet het zwijgen opgelegd zal krijgen. “Dan hadden ze dat allang gedaan. Je zou eens moeten weten hoeveel interviews ik al gegeven heb. Ik ben 81. Laten ze maar komen. Maar dat doen ze toch niet.”

Buiten staat naast de voordeur op een plaquette te lezen: ‘Hier is Libero Grassi vermoord door de maffia, door de omertà van werkgeversorganisaties, door de onverschilligheid van politieke partijen en de afwezigheid van de staat.’ Weduwe Grassi weigerde een plaquette van de staat te accepteren. Ze doet het liever zelf. Alleen. Net als haar man.

Bleke blote benen over de Mercato del Capo, Palermo’s meest volkse markt midden in het historisch centrum. Het is warm, 35 graden. Jong en oud, maffia en niet-maffia kruist elkaar hier. Harde koppen, tatoeages, stinkende vis en verse basilicum. Oude vrouwtjes met boodschappentassen vol fruit. Een visboer snijdt de buik van een zwaardvis open en haalt de ingewanden eruit en kwakt ze achter de kraam neer. Honderden zwarte bromvliegen springen op van de afvalhoop. Een koopman rijmt dat de meloenen vandaag nog lekkerder zijn dan de dag ervoor: oggi le melone sono buone!

Een groep Amerikaanse studentes met fotocamera’s volgt Edoardo Zaffuto, verantwoordelijk voor Addio Pizzo Travel. Ze doen mee aan een maffiatour. Zaffuto loopt gehuld in een shirt waarop staat: pizzo free. “Twee jaar geleden was ik keihard op mijn bek getimmerd als ik hier in dit shirt had gelopen. Nu voelen we ons veilig. We hebben het gevoel dat de stad aan onze kant staat. Toen we 10.000 handtekeningen verzameld hadden, zijn we gestopt met tellen. Vooral jongeren zijn niet zoals hun ouders. Die stemmen niet meer klakkeloos in met de pizzo. Heel lang dachten mensen dat je niet kon rebelleren; ze accepteerden het gewoon. Jongeren zeggen: ‘Waarom moet ik geld betalen, geld dat ik zelf eerlijk heb verdiend?'”


Later, na de stadswandeling, gaan we naar het kantoor van Addiopizzo, een stukje buiten de stad, naast het voetbalstadion van Palermo.

Edoardo Zaffuto wijst naar buiten. “Daar, in de Viale Strasburgo, is er geen één die niet de pizzo betaalt. Afgelopen jaar hebben we er een manifestatie gehouden. We hadden gehoopt dat ze collectief aangifte wilden doen tegen hun estortori, maar echt resultaat hebben we niet geboekt.”

En nu even eerlijk. Vijfhonderd winkeliers weigeren de pizzo te betalen. Hoeveel winkels zouden er in Palermo zijn? De stad heeft één miljoen inwoners. Een blik op de door de Duitse ambassade verstrekte pizzovrije stadsplattegrond zegt genoeg. Er is geen straat waar echt sprake is van een anti-pizzorevolutie. “Waar we eigenlijk op wachten, is dat een hele straat, een hele buurt zijn estortori aanklaagt. En dat is tot op heden nog niet gebeurd.”

Addiopizzo is wereldwijd bekend. En toch zit Zaffuto deze zomer bijna helemaal alleen op kantoor. Wel erg vaak laat hij zich ontvallen dat ze eigenlijk met veel meer vrijwilligers zouden moeten zijn. En dan gaat weer een van zijn mobiele telefoons. Hij is vandaag hoofd Addio PizzoTravel, hoofd mediazaken en hoofd voorlichting op scholen. Het ministerie van Onderwijs wil iets weten over cursusmateriaal. Hij zucht. Het blijkt verdomd lastig en tijdrovend in een land van domoren een revolutie te ontketenen. En in zijn Fiat 500 zit ook nog eens een babystoeltje.

17 juni jongstleden werden de standbeelden van de vermoorde onderzoeksrechters Paolo Borsellino en Giovanni Falcone beschadigd. In Palermo bestaat er geen twijfel over wie de daders waren.

Ralf Groothuizen