Bikkelen op de liefdesmarkt

Amsterdam is hard voor vrijgezelle dertigers van vrouwelijke kunne. Alle dames hebben het gemunt op die paar begeerlijke, diepzinnige, knappe mannen. Waar houden die zich schuil? En hoe makkelijk laten zij zich strikken? Journaliste Esma Linnemann ging een lang weekend op mannenjacht.

Als steeds oudere vrijgezel – 32 ben ik inmiddels – voel ik me gevangen in een demografische werkelijkheid die mij helemaal niet aanstaat. Terwijl er evenveel mannelijke als vrouwelijke dertigers zijn (1.595.131 versus 1.585.731), lijken vrijgezelle vrouwen van mijn leeftijd bijna altijd in de meerderheid. Op barbecues, vrijmibo’s en buurtfeestjes wemelt het van de spontane, leuke, hoogopgeleide single vrouwen. Deze dames gaan soms schaamteloos de strijd met elkaar aan om de gunst van die ene vrijgezelle man, daarbij niet zelden opgefokt door rammelende eierstokken. De mannen kunnen na hun dertigste daarentegen lekker achteroverleunen. Wijkende haarlijn of niet, de vrouwen lijken voor hen in de rij te staan.

Is het een gelopen race voor vrouwen van mijn leeftijd? Hopelijk niet. Maar wie een kritische blik werpt op de singlesmarkt voor dertigers, komt al snel tot een andere conclusie. Er zijn heus wel alleenstaande mannen te vinden. Ze heten Martijn, Edwin of Jeroen, en ze zijn systeembeheerder bij een woningcorporatie of beleidsambtenaar bij een ministerie. In hun vrije tijd lezen ze graag middelmatige bestsellers of ze spelen korfbal. En geef ze nog tien jaar, en ze dragen op zaterdag doodleuk een fleecetrui.

“Alle leuke mannen zijn bezet,” verzuchtte vriendin M. laatst na een avond in de kroeg. Ik protesteerde nog: het kan en het mag toch niet zo zijn dat een leger hoogopgeleide vrouwen de hand aan zichzelf moet slaan omdat de leuke mannen ‘op’ zijn? Maar het eerstvolgende verjaardagsfeestje drukte me met mijn neus op de feiten. Veel leuke mannen in mijn omgeving ja, en allemaal even aardig en geïnteresseerd in mij, om vervolgens op alarmerende toon naar hun vriendin te roepen dat Bink/Fientje/Jimmy/Lucy toch nodig een schone luier moest.


Jonge ouders zijn überhaupt een doorn in het vrijgezelle oog. Dit menstype is systematisch oververmoeid, en ontbeert daardoor elke concentratie om een gesprek te beginnen over kabinetsformaties of arthouse films. Oogcontact maken ze nauwelijks, omdat hun blikken voortdurend afdwalen naar hun kroost of hun begeerlijke wederhelft. En nadat je ontzettend je best hebt gedaan om toch een conversatie gaande te houden, worden ze opeens venijnig. “Wanneer word jij nou eens gelukkig in de liefde?” is de onverwachte dolksteek, terwijl ze over elkaars ruggen wrijven.

Dat antwoord blijf ik alle dolgelukkige stellen voorlopig schuldig. Ik heb ook geen idee wanneer ik hem ga tegenkomen, die creatieve, diepzinnige, donkerharige man van mijn dromen. Mijn type is dun gezaaid, en waarschijnlijk was ik in het verleden te kritisch. Mij rest niets anders dan stomweg doorgaan met mijn zenuwslopende zoektocht naar die éne, die fonkelende speld in een hooiberg.

Die hooiberg is nog steeds onze hoofdstad. Amsterdam mag doods zijn, ingekakt, zó 2009. Voor relevante kunst moet je allang in Rotterdam zijn, Utrecht is gemoedelijker, Den Haag beter te betalen, en laatst beweerde iemand zelfs met droge ogen dat het in Deventer nu he-le-maal happening was. Maar voor de liefde moet je nog steeds in Amsterdam zijn: hier zijn de meest begeerlijke vrijgezellen te vinden. Limburgers, Tukkers, Bollenstrekers, van onder de rivieren of locals: de leukste mannen van Nederland kiezen nog steeds voor Mokum. Om hier hun eerste roman te schrijven, Nederlandse hiphop op te stoten in de vaart der volkeren of een lucratief yogacentrum te openen.


Nu heb ik het laatste jaar mijn slagtanden in het verkeerde vlees gezet. Van een depressieve beeldend kunstenaar die de hele tijd kwaad was op het ‘systeem’ tot een architect met een gezin: mijn liefdesleven was ronduit pet. Dan kun je natuurlijk de gordijnen dichttrekken en de hele avond met Joni Mitchell meeblèren tot je met een fles wijn als kussen op de bank in coma valt. Maar veel verstandiger is lering te trekken uit je fouten, en er weer op uit te gaan. Met frisse moed besluit ik het weekend op jacht te gaan. Mijn single vriendinnen vraag ik mee, voor wat extra munitie.

Vrijdagmiddag: Albert Heijn, Nieuwezijds Voorburgwal 226

Hoog gehalte alleenstaande advocaten, consultants en expats. Grachtengordeldieren, vaak in pak. Circa 35 jaar.

Ik moet de deur uit om een paar flessen prosecco in te slaan, een uitstekende gelegenheid om meteen wat veldonderzoek te doen. Er zijn een paar supermarkten waarvoor het zinnig is je op te tutten. Om te beginnen is daar de Dirk van den Broek op het Marie Heinekenplein. Het is er opvallend makkelijk om een praatje te maken met het mannelijk publiek, dat bestaat uit joviale corpsballen en gesjeesde reclamefiguren met cowboylaarzen.

De tweede single hotspot in supermarktland is de Albert Heijn aan de Jodenbreestraat. Altijd lange rijen, dus mogelijkheden te over voor lustig oogcontact. Het licht is vriendelijk voor de ouder wordende huid, en de gratis koffiebar een perfect excuus om je vast te klampen aan een volslagen vreemde. Maar mijn lievelingssupermarkt blijft de Albert Heijn op de Nieuwezijds Voorburgwal, vanwege het internationale gehalte. Inmiddels is één op de vier inwoners van de grachtengordel expat, en de meest begeerlijke exemplaren kopen hier hun wc-papier en parpadelle.


Het fijne van expats is dat ze altijd op de verkeerde schappen aflopen. Ze hebben dus altijd een hulpvraag, en dat biedt perspectief. Zo raak ik in gesprek met Matt, 1 meter 87, blonde lokken en oceaanblauwe ogen. Matt is gefrustreerd omdat hij geen citroengras kan vinden, en ik kijk hem begripvol aan.

“It’s like a jungle sometimes,” bevestig ik zijn vertwijfeling over Nederlandse supermarkten. We kletsen nog even over een toko op de Nieuwmarkt die verse limoenblaadjes verkoopt, maar ik begin naar mijn schoenen te staren. Deze jongeman is té vrolijk en spontaan; dat hij uit zonovergoten Australië komt, helpt ook niet. Daar lijken mensen nooit wezenlijke problemen te hebben, behalve die paar, in reservaten opgesloten, Aboriginals. Alles wat ik zeg is ‘grrreaaaat’ en ‘allriiigt’. Met een onbenullige blik drukt hij zijn visitekaartje in mijn hand. Investment Banker staat erop. Dat is dan weer leuk, maar de vader van mijn onhandelbare kinderen gaat Matt niet worden.

Vrijdagavond (vroeg): Studio K: Timorplein 62

Creatieve, ontspannen mannen van 25+. Sterke binding met Amsterdam-Oost. Casual gekleed.Van How to Pick Up Women in Nightclubs (Don Diebel, 1981) tot Divorced, Desperate and Dating (Christie Craig, 2008), in bijna alle zelfhulpboeken voor alleenstaanden komt steeds dezelfde tip terug: ga eens uit in je eigen buurt. Aan de toog van de buurtkroeg heb je al snel gespreksstof, van het zwaar verwaarloosde plantsoen tot de nieuw geopende Bagels & Beans. Ik begin de avond dan ook in bioscoop annex bar Kriterion, maar daar is de gemiddelde jongen 23 en een beetje groezelig.


Bij Studio K, in de nabijgelegen Indische Buurt, is het andere koek: dertigers in spijkerstofbloezen en hippe pantalons staan bij de ingang aan het Timorplein. We lopen door naar de bar, om op een vervelende sociale constructie te stuiten: mensen zitten op gedweeë toon aan tafeltjes te praten. Hoe beuk je als vrijgezel door al die afgesloten groepjes heen? Ik hijs een Wodka Lime achterover, en kauw nog wat op een ijsblokje als ik word aangesproken door een knappe, donkere man. Hij is hier met zijn broer, vertelt hij in Spanglish, en ze zijn allebei accountant. We beginnen een ophitsend gesprek over Hollandse etiquette. Zij vinden Nederlandse mannen maar lomp en fantasieloos. Nederlandse vrouwen daarentegen, ai ai ai. Het zijn de bekende versiertrucs van exotische broeders.

Toch merk ik dat ik iets vaker aan mijn haar zit en niet uit mezelf begin over mijn sluimerende depressie.

Maar als de knapste van het stel vertelt dat hij zijn beroep haat en eigenlijk heel slecht is met cijfers, verslapt mijn aandacht. Ik wil een man met passie voor zijn ambacht, niet iemand in een eeuwige quarterlife crisis. We stappen op de fiets en koersen naar West.

Vrijdagnacht: Pacific Park, Cultuurpark Westergasfabriek

Ruwe mix van leraren, ambtenaren, meubelmakers en studenten tussen 23 en 35.

Op de dansvloer van Pacific Park, een sympathieke tent op het Westergasterrein, is Darwin vanavond de baas. Jongens en mannen proberen de dames met een soort polkadans nogal hardhandig voor zich te winnen; voeten en schenen worden niet gespaard. De dj geeft intussen het begrip ‘eclectisch’ een nieuwe dimensie met floorfillers als Too girly girly (reggae) en A Forest (new wave). Ik moet voortdurend uitwijken voor ellebogen of rondvliegend bier, maar onder deze barre omstandigheden is het wel verdomd makkelijk te flirten. Ik durf er gif op in te nemen dat deze tent het begin is van een hele reeks kansarme relaties. Terwijl mijn vriendin een danspartner heeft gevonden in een gevaarlijk ogende Balkanimmigrant, glijden mijn ogen langs alle druk bewegende lijven. Zijn hier ook nog knappe mannen te vinden? Een man met mysterieuze mooie ogen maar een beginnende bierbuik lijkt te twijfelen of hij mij aan moet spreken. Even later, als vriendin D. naar het toilet is, vraagt een jongen – prachtig donker gezicht, blauwe ogen – mij ten dans. Ik maak een onhandig gebaar van ‘nee, joh’. Dan steekt hij ongevraagd zijn tong diep in mijn mond. Ik ruk me los en zeg dat dat zomaar niet gaat, terwijl ik bizar genoeg nog even twijfel, want God, wat is die gast lekker.


Op weg naar huis vertel ik mijn vriendin over het akkefietje. “Wat een klootzak,” balt ze haar vuisten. Maar ik ben niet echt boos. Survival of the fittest was vanavond het adagium. Alleen weet ik niet of deze jongens ook echt fit waren. Op naar een meer stimulerende genenpoel.

Zaterdagavond: Café Lux, Marnixstraat 403

Hoogopgeleid, jong (tot 30) en extravert: veel spijkerbloezen, zware monturen en hippe hoedjes. Altijd aanspraak.

Een lome avond; zomerse regen tikt zachtjes tegen de ramen van café Lux, verzamelplek voor hip, hoogopgeleid maar niet doorgesnoven Amsterdam. Net als Weber en De Koe – ook aan de Marnixstraat – staat het lokaal garant voor mannelijk schoon. Mijn vriendinnen C. en D. zitten comfortabel met elkaar te keuvelen maar ik had me voorgenomen als een bloedhond achter mijn prooi aan te jagen, dus ik spreek een tweetal jongens aan in het raamkozijn. Deze Remko en Ule gaan vanavond naar Gemengd Zwemmen in de Melkweg, het is daar altijd hartstikke leuk. Ule heeft een puntgaaf gezicht en een frisse uitstraling. Als ik vraag of het publiek niet te jong is, stelt hij mij gerust: ‘zelfs’ ik kan er gewoon heen. Opeens voel ik me stokoud. Totdat ik besef: een jonge adonis is natuurlijk óók een optie. Mannen geven ook niks om leeftijdsverschil.

00.00 uur: Club Up, Korte Leidsedwarsstraat 26-1

Jonge creatievelingen: muzikanten, illustratoren, ontwerpers. Hip, maar soms een beetje nerdy, gehuld in skinny jeans en geruite bloezen

Een vriend van mij staat vanavond met een opzwepende collectie afrobeat-platen achter de draaitafel van Club Up, een van de hippere uitgaansgelegenheden. Tot mijn walging zijn vrouwen hevig in de meerderheid hier; de dansvloer staat tjokvol dromerige, veel te knappe kunstacademiemeisjes, een enkele oudere vrouw hobbelt er ongemakkelijk doorheen. De ‘mannen’ van vanavond zijn vooral oudere jongens die de hele dag eBay afspeuren op zoek naar die ene balearic beat of cosmic plaat; vinylnerds met geruite bloesjes en skinny jeans. Jammer, want meestal loop ik hier aantrekkelijke illustratoren of architecten tegen het getrainde lijf.


02.00 uur: Bitterzoet, Spuistraat 2 HS

Urban hipsters van een jaar of 28, met of zonder attitude, en een sterke voorliefde voor zwarte muziek (variërend van hiphop tot soul, bijpassende garderobe).

Ik ga graag dansen in Bitterzoet. De deejays doen – nu eens met hiphop, dan weer met soul – altijd hun best de hele zaak in beweging te krijgen, en de kleine dansvloer dwingt saamhorigheid af onder het bezwete publiek. Deze nacht staat in het teken van de soloplaat van Pepijn Lanen, het jongste lid van rapformatie De Jeugd van Tegenwoordig. Als je een beetje door je wimpers naar hem kijkt, is hij best een lekker ding. Ook De Jeugd zal één van zijn nieuwste nummers laten horen.

Allemaal hartstikke leuk dus, maar bij binnenkomst blijkt de vork grimmiger in de steel te steken. Terwijl oersaaie hiphop uit de boxen galmt, staat de dansvloer vol dribbelende jongens die alleen oog hebben voor elkaar en de deejay. Die laatste wordt op het podium geflankeerd door een stuk of tien andere jongens, en zo ontstaat een homosociale paringsdans tussen het publiek en de daarboven verheven gasten op het podium.

Vrouwen zijn vanavond slechts een referentiekader in schunnige hiphopteksten, de exemplaren van vlees en bloed worden verdrukt in de mannenmassa. Ik doe mijn beklag tegen een jongen die naast me staat maar ik ben ook een beetje dronken, dus hang al snel aan zijn nek. Hij blijkt best een catch: C. is consultant, hiphopfanaat, maar bijzonder gezellig in de omgang. Ik vind hem lief.

Dan knallen de lichten aan en weet ik even niet waar ik ben. Het voelt alsof ik moet overgeven, maar dat is ook weer zowat. Thuis draait alles om mijn dronken hoofd, terwijl ik me zijn gezicht voor de geest probeer te halen.


Zondagmiddag: Appelsap, Oosterpark

Zoals veel gratis festivals een mengelmoes van het beste dat Amsterdam te bieden heeft: van woest aantrekkelijke yuppen tot adembenemende Bijlmerbewoners. Alle soorten en maten, alle leeftijden.

Mijn voeten voel ik haast niet meer, en ik heb verdomme niets klaargespeeld dit weekend. Compleet afgemat strompel ik naar het park om de hoek, voor een laatste poging. Een Amsterdamse zomer is vol openluchtactiviteiten: filmfestival Pluk de Nacht, de Parade, de openluchtbioscoop bij het Filmmuseum en vele muziekfestivals zoals Appelsap en A day at the Park; stuk voor stuk uitstekende plekken voor mannenjacht.

Appelsap in het Oosterpark bestaat tien jaar, en dat moet gevierd. Mijn ogen zijn nog net in staat de ene na de andere standaardknappe jongen te registreren. Maar ik ben hondsmoe en een beetje teleurgesteld over het gebrek aan initiatief van Hollandse mannen.

Ik moet denken aan het boek van de Franse journaliste Sophie Perrier, De mannen van Nederland. Die zijn volgens de correspondente eerlijk en loyaal, maar saai en zonder initiatief. Waar latino’s met een roos tussen de tanden aan je oorschelp knabbelen en Zuid-Europeanen altijd menen dat je ogen op sterren lijken, mag je hier blij zijn als je een gratis biertje krijgt.

Ik heb een tijdje in Enschede gewoond. De mannen daar waren misschien niet allemaal even fraai vormgegeven, maar ze wisten wel hoe ze een vrouw moesten benaderen en als ik aangaf geen zin te hebben om brommers te kiek’n, reageerden ze meestal sportief.

Uitkijkend over de massa zonnebrildragende hippe boys en vintage nerds slaat opeens een enorme vermoeidheid toe. Misschien is Amsterdam, met al zijn knappe, maar ook omhooggevallen, narcistische mannen wel helemaal niet the place to be. Misschien moet je voor een beetje fatsoen afreizen naar de uithoeken van Nederland, waar het ego nog niet heer en meester is van het publieke domein.


Thuis kruip ik moedeloos achter de computer. De samenleving is niet maakbaar, en op microniveau – je eigen bed -is het al helemaal onmogelijk kansen af te dwingen.

Dan valt mijn oog op een nieuw bericht in mijn inbox. De jongen uit Bitterzoet wil vrienden met mij worden, vertelt Facebook. Een tijdje staar ik naar de foto van een ronduit sympathiek gezicht.

Dan herinner ik me mijn heilige opdracht van dit weekend: die éne glimmende speld in de hooiberg te vinden. Terwijl in de verte het festival galmt, componeer ik een uitnodigend mailtje naar mijn potentiële hartedief.

Al heeft dit weekend me uitgeput, er is hoop! En dan proost ik toch maar op Amsterdam, stad van de – beperkte – kansen.

Atheneum: heel intellectueel Amsterdam komt in deze boekwinkel. NRC.next-hoofdredacteur Rob Wijnberg speurt er regelmatig naar literaire juweeltjes. Een zwaar montuur en een diep decolleté volstaan om al die boekennerds om je vinger te winden.

Blijburg: op dit stadsstrand struikel je over de mannen die al op Parship of e-Matching zitten. Daar is niets mis mee, want offline kun je tenminste al je zintuigen gebruiken om hen te peilen.

De Kring: vroeger een sociëteit voor schrijvers en kunstenaars, tegenwoordig toegankelijk voor iedereen. Trekt een gretig gezelschap van creatieve, hippe levensgenieters.

Openbare Bibliotheek Amsterdam: in dit architectonische hoogstandje kun je heerlijk fantaseren over die leuke buurman die The Times Literary Supplement zit door te spitten. Het restaurant op de zevende verdieping en de cd-afdeling bieden volop kansen voor hitsige gesprekken.


Openluchtfestivals: nergens is het zo makkelijk leuke mannen te ontmoeten als in de uitbundige sfeer van de Parade, de Uitmarkt of openluchtbioscoop Pluk de Nacht.

Het Vondelpark: een ouderwets kleedje op het gras van dit drukke stadspark biedt altijd perspectief, vooral als je vergeet een kurkentrekker mee te nemen.

Esma Linnemann