‘Dat ik VVD stem, ligt niet aan mij’

Hij maakte internationaal befaamde films als Simon en Vox Populi. Nu zint hij op een film die de oud-linkse babyboomers op de korrel neemt. 51 vrijpostige vragen aan Eddy Terstall. ‘Van links betuttelracisme moet ik niets meer hebben.’

We hebben lang niets van u vernomen.

“Ik heb een boek geschreven. Over mezelf. Dat was een idee van de uitgever. Ik heb een raar leven: enerzijds zo kneuterig rond De kat (De kat in de wijngaert, zijn Amsterdamse stamcafé – red.), anderzijds midden in de politiek en de filmwereld. Daar zit een gekke discrepantie tussen en het leek ze wel aardig als ik daar iets mee zou doen. Aangezien ik van het filmen niet echt kan leven, was het fijn dat ze mij wat vooruit konden betalen.”

Ik heb nieuws voor u: de meeste schrijvers kunnen er ook niet van leven.

“Nee, dat is zo, maar zolang ik heel veel dingetjes tegelijk doe, kan ik wel rondkomen.”

Is het zo ernstig met u gesteld?

“Ik moet niet klagen… het is een beetje een keuze. Als ik Dikkertje Dap The Movie zou maken of een bekend boek zou verfilmen, kon ik er een stuk beter van leven. Maar met je eigen scenario’s lukt dat niet echt.”

Hebt u echt nooit overwogen een knieval voor de commercie te maken?

“Ik heb wel boeken aangeboden gekregen om te verfilmen, ja, maar dat was dan net op het verkeerde moment. De laatste keer was toen Simon bij het Filmfonds lag. Ik wilde daarvoor kiezen, terwijl ik met alleen al de regie van die boekverfilming het viervoudige kon verdienen. Maar ik ben toch blij dat ik Simon heb gedaan, hoewel er niet veel mensen naar toe zijn geweest. 170.000 of zo. Dat is denk ik een tiende van het aantal bezoekers dat Komt een vrouw bij de dokter heeft getrokken.”

Bent u daar erg ziek van?

“Nee. Dat is een bekend boek, zo gaat dat.”

Maar is het nou een kwestie van principes dat u zo’n boek nooit hebt verfilmd of is het toevallig?


“Ik heb altijd eigen scenario’s gefilmd omdat ik nooit gebrek aan ideeën heb gehad. Het is alleen een beetje lastig dat waar ik nu over wil schrijven, politiek en dergelijke, de subsidiegevers geen bal interesseert. Mijn smaak wijkt erg af van de hunne. Wat ik grappig vind, vinden zij niet grappig – en omgekeerd.”

U wordt niet begrepen.

“Ik heb gewoon een heel specifiek soort humor. Natuurlijk zijn er mensen die dat ook hebben, maar dat zijn geen massa’s. En dat is waar subsidiegevers toch op letten: hoeveel mensen krijg je naar de bioscoop. Ik maak geen films volgens een vast format, die vind ik namelijk ook niet leuk om te zien.”

Waar kijkt u dan wel graag naar?

“Ik vond de kleine Nederlandse film Calimucho heel goed. Wij dachten dat we met Vox Populi best kans maakten op wat Kalveren, maar toen zag ik Calimucho en was ik ervan overtuigd dat wij kansloos waren. Die film was zó goed gemaakt…”

Beter dan uw eigen film?

“Jaaaa. Maar wij kregen één Kalf en Calimucho niet eens één nominatie. Toen dacht ik: mijn smaak is dus blijkbaar niet dezelfde als die van filmland Nederland.”

Dus het ligt aan u?

“Het ligt aan mij, ja.”

Waarom zouden mensen dan wel een boek van u willen kopen?

“Geen idee. Het is eigenlijk ook helemaal niet logisch dat uitgerekend ik een boek schrijf, want ik heb nooit veel gelezen. Bij ons thuis gebeurde dat niet. Ik kom uit de Jordaan, ik ging voetballen op straat. Toen ik in Zuid naar de middelbare school ging, kwam ik bij vriendjes thuis waar wel boeken werden gelezen. Daar lagen in de souterrains tussen de wijnflessen Koplands en dergelijke. Maar goed, zelf had ik er dus niet zoveel mee, met lezen. Nog altijd niet. Ik schrijf of ik zit hier in de kroeg. Ik leef, ik heb geen tijd om te lezen. Ik zie ook bijna geen films. Ik heb daar allemaal geen geduld voor.”


Waarom denkt u dan wel dat u zelf een film kunt maken of boek kunt schrijven?

“Gewoon proefondervindelijk vastgesteld, althans met film. Ik schrijf op wat ik tegenkom. Je moet de poëzie uit de werkelijkheid halen.”

Dat klinkt prachtig, maar kan tot vreselijke resultaten leiden.

“Hoe meer je leeft, hoe meer je tegenkomt; langzaamaan ontwikkel je de handigheid om daar vorm aan te geven. Dat is wel iets wat je moet leren, ja. Mijn eerste twee films waren hartstikke kut. Toen kon ik het nog niet. Het was politiek-correcte onzin. Ik wist nog veel te weinig van de wereld. Ik had een heel veilig, subsidiabel, keurig wereldbeeld. Het sloeg helemaal nergens op. Ik stond heel ver van de werkelijkheid af.”

Geeft u eens een voorbeeld.

“Ik dacht gewoon hoe oud-links toen dacht. De enige mensen met een geweten zijn blanke mensen, dat idee.”

Sorry?

“Als donkere mensen iets misdoen, komt dat automatisch door de blanken. Oud-linkse mensen denken dat zwarte mensen en Arabieren dieren zijn.”

En u dacht ook dat negers ‘wilden’ waren?

“Nobele wilden, ja. Als in Afrika twee stammen elkaar de hersens inslaan en vrouwen en kinderen vermoorden, komt dat doordat wij ze die geweren hebben gegeven. Zij hebben zelf geen geweten. Zo denkt oud-links.”

Misschien kun je dan maar beter gezond rechts zijn.

“Nou ja, liberalen stellen tenminste dezelfde eisen aan zwarte en witte mensen: doe normaal, wat voor kleur je ook hebt. Maar dat wordt al heel snel als racistisch gezien. Het is natuurlijk precies het tegenovergestelde. Oud-links is racistisch. Heel erg zelfs. Zonder het zelf te beseffen.”


Wanneer hebt u het oud-linksdom afgeschud?

“Toen ik oud genoeg was om zelfstandig na te kunnen denken. Een jaar of tien geleden ongeveer. Toen realiseerde ik me dat minderheden op een zeer denigrerende manier werden betutteld. Oude feministen die vroeger beha’s verknipten, pleiten nu opeens voor hoofddoekjes. Daarmee steunen ze dus het patriarchaat. Dat is net als de linkse mensen die vroeger voor de DDR waren, terwijl de mensen die in de DDR woonden, het daar verschrikkelijk vonden. Nu zijn ze voor de islam, terwijl vrouwen en homo’s zwaar lijden onder de uitgangspunten van die cultuur. Dat totalitaire is een luxe hobby van links.”

Bent u nog links?

“Mwoah, ik ben links-liberaal of zo.”

Gebeurt het niet heel vaak dat naarmate mensen ouder worden, ze steeds…

“… intelligenter worden?”

Ik wilde zeggen: rechtser worden.

“Ze krijgen een wat genuanceerder wereldbeeld, ja. Tja, ik word steeds armer, maar toch heb ik op de VVD gestemd.”

Hè? U bent een prominent PvdA-lid!

“Ja, maar het groepsdenken lijkt daar onuitroeibaar. Net als bij de PVV.”

Het is toch raar dat u VVD stemt. Waarom zegt u uw lidmaatschap dan niet op?

“Het is vreemd, maar het ligt niet aan mij. Ik ben absoluut niet voor de sociaal-economische agenda van de VVD die rollators uit de zorgverzekering laat verdwijnen. Maar de mate waarin men onbevooroordeeld, ongeacht kleur, naar mensen kijkt en ze als individu aanspreekt vind ik vele malen progressiever en moderner dan mensen als een groep behandelen, zoals de PvdA nog te vaak doet.”

Waarom blijft u dan toch lid van die partij?


“Omdat er wel goede mensen zitten zoals Eberhard van der Laan, Wouter Bos, Mohammed Mohandis, Mei Li Vos en Sharon Dijksma. En omdat de sociaal-democratie in principe helemaal niet van het groepsdenken is. Helaas kan de partij niet meer kleurenblind denken en zit er veel te veel ‘Vogelaar-gedachtengoed’ in.”

U hebt zich een tijdje over Ehsan Jami ontfermd. Dat heeft bepaald niet goed uitgepakt.

“Die werd als aandachttrekker gezien, wat zo vaak gebeurt in Nederland als mensen de islam verlaten.”

U adviseerde hem anders zijn toon te matigen.

“Hij was nog heel jong en formuleerde niet altijd even handig. Maar hij wist wel de vinger op de zere plek te leggen.”

Nu is hij de rechterhand van Hero Brinkman.

“Het is zonde dat hij niet de ruimte vond in de PvdA. Die jongen interesseerde de PvdA totaal niet, ze vinden zo iemand niet interessant. Ze vinden het mooi als je met een hoofddoekje op toch naar de universiteit gaat. Zo’n Albayrak zegt dan: ‘Mijn moeder kon gaan werken omdat ze een hoofddoekje droeg.’ Ja hallo. Je kunt toch ook niet zeggen: ‘Een zwarte moest in de jaren vijftig in Amerika achter in de bus zitten, maar dan kwam hij tenminste nog ergens.’ Als ik zo’n vergelijking maak, zitten ze me aan te kijken als een koe bij onweer; maar raciaal discrimineren en vrouwen discrimineren is exact hetzelfde.”

Bij mensen als Wouter Bos ligt u goed, en u wordt gezien als partijprominent. Waarom lukt het u niet een mentaliteitsverandering tot stand te brengen?

“Veel beleidsmakers zijn het wel met me eens. Maar de achterban is zo conservatief en wereldvreemd, daar krijg je niets progressief-modernistisch doorheen. Als ik een-op-een met mensen praat, geven ze me vaak binnen tien minuten gelijk; maar ontmoet je vervolgens de congrestijgers, de georganiseerde leden, dan is het heel moeilijk om die te veranderen. Die blijven gewenste algemeenheden tetteren.”


Geregeld hebt u gezegd zelf de politiek in te willen. Waar blijft u nou?

“Dan moet je een partij hebben waar je het honderd procent mee eens bent. Toen Wouter wegging, kreeg ik meteen sms-jes van VVD-kopstukken met teksten als ‘welkom bij ons!’ Aan de andere kant werd ik heel netjes uitgenodigd om met Cohen te praten. Maar bij geen van beide partijen voel ik me geheel thuis.”

Commentaar leveren vanaf de zijlijn is simpel. In een partij kunt u dingen pas veranderen als u meedraait.

“Ja, maar ik ga dan meteen de baas spelen. Ik neem de regie in handen, ik trek het getreuzel niet.”

Kijk, dat is tenminste een echt antwoord. Ziet u het zichzelf ooit nog eens doen als u oud en mild bent?

“Ik ben juist heel mild! Ik ben zo mild en zo gematigd als maar kan. Ik wil ook een middenregering. Het midden van het midden van het midden wil ik. Wat Vogelaar roept, vind ik radicaal reactionair. Heel extreem. Zij beweert dat religie meer is dan alleen maar een mening, dat is vanuit westers oogpunt een zeer extreem denkbeeld.”

Is Amsterdam voor u nog steeds de vrijdenkersstaat die het placht te zijn?

“Dat ligt eraan waar je woont. Hier in de Jordaan wel. Maar als jij als homo of vrijdenkend Turks meisje in Overtoomse Veld leeft, valt het nogal tegen.”

Zou u zich kunnen voorstellen dat u in een volgende film een keer niet Amsterdam als uitgangspunt neemt maar, ik noem maar wat, Iran?

“Nee. Ik ken deze wereld goed. Je moet dicht bij jezelf blijven.”

Het is wel erg makkelijk om altijd alleen vanuit uw eigen biotoop te opereren.

“Ja dat is makkelijk, maar iets anders kan ik niet. Daar heb ik te weinig fantasie voor. Simon speelt zich af in de Amsterdamse coffeeshopcultuur en in Amsterdam-Zuid. Die omgevingen ken ik allebei goed. Vox Populi kon ik maken omdat ik inmiddels het Haagse politieke gebeuren een beetje ken, en de familie waarin de politicus uit die film terechtkomt is gebaseerd op mijn eigen familie. Vrijwel niets in mijn films is verzonnen.”


Mist u het filmen nu?

“Als je eenmaal klaar bent met een film, ben je bekaf en wil je een tijdje niet, maar ik heb nu al drie jaar niets gedaan en mis het inderdaad. Ik heb zin om weer te gaan draaien. Nu werk ik aan een script over linkse politiek-correcte babyboomers.”

Dat houdt u merkbaar nogal bezig, ja.

“Ja, maar die zijn toch ook erg? Van die types die gereformeerd geboren zijn, dan communist worden en naar Mao toe trekken, daarna bij de Bhagwan gaan en nu weer moslim worden.”

Ik vind dat soort gezoek wel iets ontroerends hebben.

“Ja, maar het is ook onnozel. Toch worden die figuren ook nog Ridder in de Orde van Oranje-Nassau. Terwijl ze het hun hele leven bij het verkeerde eind hebben gehad.”

Hoe weet u zo zeker dat ú het niet bij het verkeerde eind hebt?

“Ik ben in ieder geval gedraaid in mijn mening. Of nee, niet gedraaid, mijn mening wordt inmiddels vertegenwoordigd door een andere stroming. Het linkse betuttelracisme, daar moet ik niets meer van hebben. Maar goed, dat ik een script over babyboomers wil maken en dat grappig vind, wordt helaas door veel babyboomers niet grappig gevonden. Zij zijn wel degenen die meestal subsidies verstrekken.”

Waarom moeten uw scripts altijd zo nodig grappig zijn?

“Met humor komt het iets meer aan, vind ik.”

Humor kan ook heel ongevaarlijk maken. Als je er dingen mee gaat weglachen, is het juist niks.

“Woedend de straat op gaan is niet mijn ding. In Iran of in Roemenië gingen de mensen met gevaar voor eigen leven demonstreren, daar had het zin. Maar de enige revolutie die wij hier hebben gehad was de seksuele, en dat was eerder een massahobby. Mensen waren allemaal met elkaar aan het neuken en noemden dat een revolutie. En die gasten gaan er prat op dat zij ook nog op de barricaden hebben gestaan. Dat is toch grappig? Dat kun je toch niet serieus nemen?”


Hebt u een hekel aan babyboomers?

“Nee, want cultureel gezien hebben we misschien zelfs wel dezelfde smaak.”

Zo geestig vinden ze u blijkbaar niet, anders zat u nu niet zonder film.

“Dat is zo, de humor delen we niet. Links en humor gaan niet samen. GeenStijlis bijvoorbeeld vaak grappig; maar dan komt er een linkse tegenhanger en die is nooit leuk, alleen maar zuur.”

Bent u een van de weinige ‘linksmenschen’ met humor?

“Och, Joost Zwagerman is ook links en grappig. En zo zijn er gelukkig meer. Het wordt alleen wel vaak verkeerd begrepen. Toen de eerste mensen het script van Vox Populi lazen, zeiden ze: ‘Als dit een aanklacht is tegen het populisme van Wilders, dan wordt dat uit het script niet duidelijk.’ Toen moest ik uitleggen dat het weliswaar een geëngageerd script was, maar dat het veel meer ging over de algemene politiek, over de lulligheid ervan, het kwaliteitsgebrek en het sloganisme. Niet alleen van rechts, maar ook van links. Denk aan de strijd tussen Wilders en Pechtold. Die twee waren alleen maar ‘tegen’. De huidige Nederlandse politiek is heel simpel: Wilders is tegen de islam, Pechtold is tegen Wilders, en de islam is weer tegen het gehele verkiezingsprogramma van D66 want dat is volledig haram. Een wel zeer wonderlijke discussie.”

Wat is het belangrijkste tot nu toe dat u met uw films te zeggen had?

“Ik wilde laten zien hoe mooi het land is waar ik ben opgegroeid, inclusief vrouwenrechten, homorechten, persoonlijke vrijheid, het feit dat je je als individu kunt manifesteren. Ik wilde vertellen dat een seculiere, vrije, open samenleving het mooiste is wat er is. Dat doe ik nog steeds. Maar ik vind nu dat die vrijheid wordt bedreigd door zich progressief noemende mensen. Daar wil ik dus meer mee doen.”


Is het Nederland dat u in Simon liet zien hetzelfde Nederland als nu?

“Dat denk ik niet, helaas.”

Maar wij staan toch nog steeds voor zaken als softdrugs en euthanasie?

“Ja, maar vergis je niet. Als je niet de mazzel hebt dat je in de grachtengordel bent geboren, is het allemaal heel anders. Kijk maar naar de vrouwenrechten. Als jij een meisje bent dat Fatima heet en lekker ontspannen met een paar vriendinnen naar Australië wil om je desnoods te laten pakken door een paar vrolijke surfers, waar je als Nederlands burger echt alle recht toe hebt, kom je van een koude kermis thuis. Dan staat links niet vooraan om je te steunen.”

Is dat niet wat erg negatief gedacht?

“Hirsi Ali zei dingen over de islam die de Nederlandse feministen ooit zeiden over het christendom, alleen zegt zij het milder. Maar van haar werd dat totaal niet gepikt. Mensen dachten: laat die negerin eens haar mond houden. Of: wat een aandachttrekster, zeker getraumatiseerd. En: kijk eens wat een dure kleren ze heeft. Vervolgens joegen ze haar weg naar Amerika waar ze zich nu inlaat met allerlei duistere, rechtse types met wie ik ook niet blij ben. Maar daar zijn wij hier zelf debet aan.”

Aan meningen en ideeën geen gebrek, maar nog altijd geen film. Wat gaat u daar aan doen?

“Niks. Ja, schrijven… Gratis. Mijn eigen linkse hobby dus.”

U kunt toch moeilijk onbegrepen in de kroeg blijven zitten?

“Ik moet het blijven proberen. Soms lukt er iets, maar het duurt lang. Simon zag niemand zitten, op de VPRO na, Hufters & Hofdames ook niet. Die films zijn er gelukkig wel gekomen, al hebben helaas maar weinig mensen ze gezien. Maar het is heel lastig om geld los te krijgen.”


Was dat door u verfoeide oud-links niet dol op subsidie geven?

“Ja, maar ook niet meer, hoor. Weet je, ik kan best een scenario maken met een wat meer gewenste mening erin, maar daar heb ik geen zin in. Je bent twee jaar bezig met een film, ik wil niet al die tijd besteden aan een lullig stom verhaaltje. Ik heb ideeën zat en ik weet zeker dat er toch minstens zo’n 53 mensen in Nederland zijn die die verhalen best graag willen zien.”

Naam: Eddy Terstall

Geboren: Amsterdam, 20 april 1964

Carrière: Terstall begon ooit met de studies sociologie en politicologie aan de Universiteit van Amsterdam maar rondde geen van beide af. In 1992 kwam zijn eerste film uit: Transit, in 1995 gevolgd door Walhalla. Met Hufters & Hofdames werd Terstall landelijk bekend. Vervolgens maakte hij Babylon, De Boekverfilming, Rent a Friend en Simon. Die laatste won op het Nederlands Film Festival vier Gouden Kalveren. Simon was het eerste deel van een drieluik over de thema’s dood, seksualiteit en de rechtsstaat. De andere twee films waren Sextet en Vox Populi.

Roos Schlikker