‘Die twee seconden voor ik toesla geven de kick’

Je kunt natuurlijk naar de Appie voor een feestelijk stuk eendenborst, maar Meneer Wateetons doet het anders. Hij gaat liever zelf op jacht. Gewoon op de Wallen, in een stadspark of de grachten. Altijd prijs en kakelvers.

In het weekend haalt hij soms zijn rood-witte sporttas tevoorschijn. En niet om te voetballen. Zijn vrouw gaat op zo’n dag een blokje om. “Ze vindt mijn hobby op zijn zachtst gezegd niet zo leuk,” bekent Wateetons, die zijn echte naam liever verborgen houdt en daarom zijn blognaam hanteert. Dat heeft alles te maken met zijn bijzondere vrijetijdsbesteding: jagen op duiven, eenden, kippen en meerkoeten in de stad.

Hij bezoekt ook weleens de dierenwinkel om daar een cavia of konijn op de kop tikken voor de avondmaaltijd. Een mooi stuk vlees op zijn bord is altijd het einddoel van zijn jacht.

Eigenaardig? Wateetons vindt van niet. “Honderdduizend jaar geleden jaagden mannen al op dieren om aan eten te komen. Ik vind het bovendien schijnheilig om wel een stuk kipfilet afkomstig uit de bio-industrie te eten, maar mij te veroordelen als ik een slooteend vang. Vlees is van dode dieren. Mensen zijn zich daarvan te weinig bewust.”

Op een vroege zaterdagmorgen gaat Wateetons op jacht in een Amsterdams park. “Liever niet vermelden welk park het is,” zegt hij. De missie is immers illegaal.

Met zijn eerlijke jongenshoofd, sportieve bouw en blitse tas zou je zo op het eerste gezicht niet meer in hem zien dan een doodgewone sportschoolbezoeker. Niets is minder waar: hier is een geoefende stadsjager op pad. Zonder wapens – dat wel. “Het zou wel kunnen natuurlijk, maar dan ga je wel meteen naar een heel ander niveau van illegaliteit, en daar begin ik maar niet aan.”

Hij zit op zijn hurken en lokt de eenden met stukjes brood. Ze zijn niet bang en naderen hem zo dichtbij dat ze uit zijn hand kunnen eten. “De beste methode is om eerst het vertrouwen te winnen van de eendenpopulatie door ze geregeld te voeren,” vertelt hij.


Zijn ogen schieten geconcentreerd heen en weer. Welke zal hij pakken? En dan ineens slaat hij toe. Hij duikt op de eend, grijpt hem met beide handen vast en propt hem zo snel mogelijk in de sporttas. Het dier spartelt nauwelijks tegen en aanvaardt gelaten zijn lot. Razendsnel trekt hij de rits dicht. Alleen de ranke groene nek met de – het lijkt wel verbaasde – eendenkop steekt er bovenuit. Wateetons is op zijn hoede en kijkt heimelijk om zich heen. Een paar joggers en een echtpaar met een hond passeren. Verder serene rust in het park. De andere eenden druipen langzaam af en verdwijnen weer in de vijver.

“Deze had ik meteen gespot. Hij was brutaal en durfde heel dichtbij te komen.” Het gaat hem vooral om het jagen. “Dat maakt een oergevoel in me los,” vertelt Wateetons, die in het dagelijks leven psycholoog is.

“Doordeweeks ben ik een kantoorpik met een negen-tot-vijfbaan en in het weekend kan ik me weer even een echte man voelen. Meer mannen zouden het moeten doen. En waarom zou dat niet gewoon in de stad of in een vinexwijk kunnen? De drang om te jagen zit er bij mij nog steeds in. Het zoeken naar de prooi en hem dan te pakken krijgen. Die twee seconden voor ik toesla, geven de kick.”

Het begon vorige winter met een duif op het balkon. “Hij kwam steeds maar terug. Gek werden we ervan. Hij pikte het voer van ons konijn en scheet alles onder. Op een dag dacht ik: nu zal ik je krijgen. Het heeft twee weken geduurd om hem te pakken te krijgen. Uiteindelijk heb ik een rattenval neergezet. Hij stapte erin en toen was het meteen afgelopen. Ik heb hem vervolgens gebraden en opgegeten. Het bracht me op het idee dat er in de stad veel meer dieren zijn die je kunt eten.” Zijn tweede vangst was een eend die hij zag lopen ter hoogte van seksclub Casa Rosso op de Wallen. “Het was echt een lelijke eend. Maar hij smaakte ontzettend goed.”


Om geld te besparen hoef je het niet te doen, aldus Wateetons. “Het is arbeidsintensief. Naar de supermarkt gaan is makkelijker. Je bent er zo een hele dag mee zoet. Ik doe dit dus zeker niet dagelijks.”

Hij loopt naar de auto die in de omgeving van het park geparkeerd staat, stopt de eend in een kooi en gooit er een doek overheen.

Bij de jacht hoort ook het doodmaken van het dier. En dat vindt hij nog steeds geen pretje, al heeft hij er na een aantal keren meer ervaring mee gekregen.

In de auto, op weg naar een stillere plek waar hij de eend om zeep zal helpen, belt hij zijn vrouw: “Hé baby. Ik kom er over een uurtje aan. Ja. Met de eend dus. Dan weet je dat.”

Aan de andere kant van de lijn klinkt afgemeten: “O.”

“Je hoort het aan haar stem,” zegt hij. “Ze verafschuwt het. Hier scoor ik geen punten mee in mijn huwelijk. Maar op andere vlakken gelukkig wel.”

Zijn twee kinderen hebben een konijn, ratten en twee cavia’s. Ze zijn gek op dieren. En ja, ze weten dat hun vader op jacht gaat in zijn vrije tijd.

“Natuurlijk zal ik mijn kinderen niet laten zien hoe ik een eend doodmaak, maar ik vertel ze wel dat vlees van dode dieren komt. Ik wil ze daarvan bewust maken.”

De cavia van zijn kinderen zal hij echter niet snel in de pan gooien en opeten. “Een dier doden waar je een band mee hebt, is moeilijk.” Toch is hij er in principe niet op tegen. “Ik koop wel eens een cavia of konijn in de dierenwinkel en eet die dan op. Cavia’s zijn vetter dan konijnen en hebben een hooiachtige smaak.”

Een hond of kat zou ook kunnen, maar daar trekt hij de grens. “Het is niet maatschappelijk aanvaard, omdat het huisdieren zijn. En om nu doelbewust op een hond te gaan jagen… Als ik daar aan begin, heb ik binnen de kortste keren een kogelbrief in de brievenbus.”


Zijn familie en vrienden zijn op de hoogte van zijn hobby. “Ze begrijpen het en vinden het wel leuk. Soms eten ze een hapje mee. Maar dat geldt niet voor iedereen. Ik krijg ook vaak woedende reacties van dierenliefhebbers, vooral op internetfora.”

Hij stopt bij een groenstrook, niet ver van de snelweg. Via een slingerpaadje tussen opkrullende distels en ritselend riet loopt hij naar een afgelegen plekje. Onder zijn arm draagt hij de sporttas waar de eend in opgeborgen zit.

Hij gaat op zijn knieën zitten en haalt de prooi voorzichtig tevoorschijn. De eend stribbelt nauwelijks tegen. Met zijn linkerhand omklemt hij het dier, in zijn andere hand heeft hij een keukenmes. Zijn hand trilt een beetje, zijn voorhoofd is licht bezweet. Hij zet het mes op de hals, zoekt de slagader en slaat het mes erin totdat het bloed eruit sijpelt. “Nu is het wachten totdat hij doodbloedt. Hij raakt vrijwel meteen na het doorsnijden van de slagader in coma, dus voelt hij niets meer.”

Vogels fluiten opgewekt, in de verte razen auto’s voorbij. De eend sterft. Daar omheen een beklemmende stilte. Als het dier bewegingloos in het gras ligt, stopt Wateetons hem in een plastic tas. Op zijn handen en polsen zit bloed. Hij veegt ze af aan zijn spijkerbroek. “Je zult zien: als hij straks op je bord ligt, is de emotie weg en is het gewoon een stuk vlees,” stelt hij gerust.

Thuis in de keuken van zijn flat in Amsterdam-Noord spoelt hij het mes schoon en slijpt hij het opnieuw voor een volgende keer. Hij bekijkt zijn vangst nog eens nader: “Het was een mannetje. Nog niet helemaal volgroeid, zo te zien.”

Hij zet een weegschaaltje op het aanrecht en legt de eend erop: 650 gram. “De meeste eenden wegen ongeveer 700 gram; dat is genoeg voor twee personen.”


Normaal gesproken is het goed om hem 48 uur te laten besterven in de koelkast, maar daar is nu geen tijd voor. Hij legt hem in kokend heet water, zodat de veren makkelijker loslaten. “Dat plukken is een pokkenwerk en duurt meestal wel een tijdje,” zegt hij terwijl hij de veertjes van het vel trekt. Langzaam komt de huid tevoorschijn. Die ziet er niet anders uit dan die van een kip.

Een ander smerig karweitje is het verwijderen van de ingewanden. Hij haalt de organen er om de beurt uit en spoelt de binnenkant geheel schoon. “Belangrijk is dat je de vetknobbel wegknipt. Die zorgt voor een vissige smaak.”

Voor het verhaal dat duiven ‘vliegende ratten’ en eenden slootvuilnisbakken zouden zijn, is hij niet bang. “Eventuele ziektekiemen zitten aan de buitenkant, maar het vlees is steriel. Ik ben er nog nooit ziek van geworden.”

Hij snijdt de borstjes van eend af, gooit wat boter in een pan en bestrooit ze intussen met peper en zout. De rest van de eend gebruikt hij voor een confit de canard die de hele nacht moet trekken. Van poespas met ingewikkelde sausjes en kruiden moet hij weinig hebben: “Basale producten vind ik mooi. Ik maak bijvoorbeeld ook zelf kaas, worsten en hammen. Die hangen beneden te drogen in mijn berging tussen de kinderfietsjes. En soms stook ik zelf wodka.”

Hij bakt de eendenborstjes totdat ze rosé van binnen zijn en serveert die op een vierkant wit bord. Wat aarzelend prikken we een vorkje mee. Want tja, het is toch die eend die vanmorgen nog zorgeloos in een parkvijver dobberde.

Maar eerlijk is eerlijk: hij smaakt goed en doet niet onder voor de gemiddelde eendenborst in een restaurant. Wateetons is zelf ook verrast: “Ik had een grondsmaak verwacht bij deze slooteend, maar het vlees is perfect en heerlijk mals.”


Hij kijkt op zijn horloge, prikt de laatste stukjes vlees van zijn bord en slikt ze snel door. Over een half uurtje komen vrouw en kinderen thuis.

“Ze wil altijd wel een stukje proeven,” zegt hij. “En ze vindt het zelfs lekker. Maar verder wil ze er niets van weten.”

Op het aanrecht ligt nog steeds de eendenkop met lege kraalogen naar het plafond te staren.

“Ik zal alleen dit nog even weggooien,” mompelt hij en pakt een servet.

Meneer Wateetons schreef samen met Sjoerd Mulder het Handboek voor de Vinex-jager. Daarin staan handleidingen voor onder andere het vangen, slachten en bereiden van kip, eend, duif, varken en cavia, maar ook recepten voor het zelf maken van ham, kaas, worst, sterke drank en bier. www.handboekvoordevinexjager.nl

Ingrediënten:

– een hele slooteend

– 8 gram nitrietzout (te krijgen bij de slager)

– een teen knoflook

– een takje tijm

– een half takje rozemarijn

– 2 geplette jeneverbessen

– een halve theelepel grof gemalen peperkorrels

– een laurierblaadje

– 300 gram vet (het liefst ganzenvet, maar varkensvet kan ook)

U kunt de borstfilets (zo’n honderd gram per stuk) rosé bakken in wat boter. Een goed alternatief is de confit de canard fossé.

Snijd de borstfilet, bouten, vleugels en restanten vlees van de eend af. Hou vel en vet apart. Zout het vlees, gebruik hiervoor nitrietzout om de houdbaarheid van je confit te verlengen. Voeg de kruiden toe en zet weg in de koelkast. Spoel na 24 uur het zout eraf en dep de eend goed droog. Smelt nu het varkens- en eendenvet (veel daarvan zit in het vel) en giet het warme vet, na het vel weer verwijderd te hebben, over het eendenvlees. De kruiden gaan mee het vet in. Zorg ervoor dat het vlees helemaal onder staat. De eend mag nu, in het vet, een dagje heel zachtjes garen in de oven van 80-90 graden. Laat daarna afkoelen tot kamertemperatuur en koel het vervolgens verder in de koelkast.U zult zien dat er zich onder de laag vet een laag vleessap verzameld heeft. Deze is heerlijk, maar verkort de houdbaarheid van de confit. Giet het daarom af en doe er iets leuks mee, een stuk vers brood in dopen bijvoorbeeld, of gebruik het als basis voor een bouillon (waar trouwens ook het karkas een rol in kan spelen).Stop het eendenvlees in een goed afsluitbare pot, smelt het vet nogmaals en giet het weer over het vlees tot het helemaal onder staat. Mogelijk is het nodig om nog wat extra vet toe te voegen. Onder het afgekoelde vet is het boterzachte eendenvlees in de koelkast maanden houdbaar. Bak het een klein beetje op alvorens het te serveren.


“Wat deze Meneer Wateetons als hobby beschouwt, is gruwelijk. Dieren, die wij als maatschappij graag om ons heen hebben, worden gevangen en afgeslacht omdat iemand daar – naar eigen zeggen – een oergevoel van krijgt. Naar onze mening zijn er genoeg alternatieve adrenaline-opwekkende activiteiten te bedenken waarvoor geen onschuldige dieren nodig zijn.”

Marloes de Moor