Frénk van der Linden (52)

‘Ik ben gehecht aan Haarlem. Ik ben er geboren, ook op journalistiek gebied. Zielsveel houd ik van Haarlem. Ik zou knettergek worden als ik in Amsterdam zou wonen. Elke dag zou ik me schuldig voelen omdat ik het als journalist niet kan maken om niet naar die ene film of lezing te gaan. Er gebeurt te veel op cultureel gebied. Nu kan ik tenminste zeggen dat ik in Haarlem woon.

Mijn vrouw en ik zijn al dertien jaar getrouwd, maar we wonen apart. Zij woont vlak bij brouwerij ’t IJ. Van donderdag tot en met zondag ben ik bij haar en de overige dagen zit ik in mijn eigen stad. Amsterdam is dus mijn secundaire woonplaats, maar de schaal van Amsterdam is voor mij te groot. Haarlem heeft een menselijke maat. Haarlem voelt als een groot dorp. Vaste gezichten, vaste geuren. Ik herken elke hoek. In Amsterdam krijg ik altijd een verdwaald gevoel, al loop ik met gemak – domweg gelukkig – elke zaterdag over de Dappermarkt. Volledig multicultureel en zo ontzettend relaxed. Dan ga ik naar de slager voor ossenworst, naar de Turk voor olijven en maak ik praatjes met Pieter bij de groenteboer. Zodra iets herkenbaar is, wordt het leuk.

Mijn vader was vrachtwagenchauffeur; hij had een transportbedrijf. Ik zat weleens naast hem, naar de haven van Rotterdam en dan weer naar Amsterdam. Mijn vader zei dan: ‘Goed onthouden; Amsterdammers doen leuk en Rotterdammers zíjn leuk.’ Ik vrees dat hij tot op grote hoogte gelijk heeft. Rotterdammers lijken harder, maar bij mij voelt het aan als warmer. Rotterdammers doen alsof ze kankeren, maar Amsterdam kankert.

In Haarlem woon ik op vijf meter afstand van de Opregte Haarlemsche Courant. Die is in 1656 opgericht en de oudste nog bestaande krant ter wereld. Dan heb je nog het beeld van Laurens Janszoon Coster, de Grote Markt en ik heb uitzicht op de kathedraal. Is er een mooiere plek voor een journalist om te wonen? Ze krijgen me met geen F16-bombardement weg uit Haarlem. In Haarlem zal ik sterven.”

import amsterdam nee bedankt