Magische stad?

Het was 2003, en na ruim dertien jaar Utrecht wist ik: ik moet hier weg. Utrecht is een stad van twintigers, en ik was de dertig inmiddels ruim gepasseerd. Op naar de Grote Stad dus!

Amsterdam, de overtreffende trap van alles.

Echter, in Amsterdam verging het me zoals het, denk ik, wel meer mensen vergaat die naar de hoofdstad verhuizen. Je verheugt je er enorm op, maar als je dan inderdaad elke ochtend langs Paradiso fietst, realiseer je je op een dag opeens dat je de ‘legendarische poptempel’ veel minder vaak bezoekt dan voorheen, toen je er nog een uur voor in de trein en de tram moest zitten. Zou dat komen doordat de magie opeens een beetje weg is?

Vroeger, als provinciaal, was ik fan van Ajax. Nu heb ik alleen een nóg grotere hekel aan PSV. Dat komt bijvoorbeeld door de arrogante perschef die Ajax tot 2004 had, en het komt voorál door de bekerfinale van 2007. Ajax-AZ: 1-1. AZ miste de vijftiende penalty, dus Ajax won. De Amsterdamse voetballers en hun fans juichten eventjes – dat hoort nu eenmaal zo en ze waren er toch – en togen daarna blasé tot in hun tenen huiswaarts. Want ach, wat stelde zo’n KNVB-beker nu eigenlijk helemaal voor?

Bij de huldiging op het Museumplein, destijds min of meer mijn achtertuin, ontwaarde ik een dag later slechts enkele duizenden Ajax-supporters. Reden: het regende! Als AZ had gewonnen, was heel Alkmaar uitgelopen, al waren er hagelstenen zo groot als bowlingballen naar beneden gekomen. De Ajax-hoolies die zich wel op het Museumplein meldden, gingen even later een stevig potje lopen rellen. Tot zover de magie van Ajax.

Sinds 2003 ben ik dus officieel Amsterdammer. Ik vind het nog steeds geweldig klinken, maar in het tweeverdienersgetto waar ik tegenwoordig woon, zijn de enige echte Mokumers twee Diana Charité-achtige uitbaatsters van een café waar je met een voor een habbekrats verkregen bier-tosticombinatie voor je neus op zondagmiddag om half één gezellig NEC-Ajax kunt kijken. Betreur ik het ontbreken van ‘echte Mokumers’ in mijn wijk? Dat valt eigenlijk reuze mee. Ik herken me namelijk wel in wat Michiel Eijsbouts in deze special schrijft over Amsterdamse gein: afzien is het!


Ook de vaststelling van Dave Krajenbrink (zie het artikel ‘Amsterdammers, wakker worden!’) onderschrijf ik volledig: echt rock-‘n-roll is Amsterdam dankzij onvermoeibaar burgemeesterlijk ingrijpen al lang niet meer. Geeft niks, ik heb mijn lol al gehad in de roaring nineties, toen elke stappende twintiger met pupillen zo groot als schoteltjes van de RoXY naar de Mazzo stuiterde. Das war einmal. Het grappige is evenwel dat de jeugd in Wanneperveen nog steeds denkt dat Amsterdam the place to be is.

Ondanks dit alles is Amsterdam wel degelijk helemaal míjn stad.

Maar magisch? Och. Alleen als je er zelf niet woont.

Boudewijn Geels