René Appel (65)

‘Een half jaar geleden was ik voor het laatst in mijn geboortedorp Hoogkarspel. Opnieuw werd bevestigd dat ik daar niet thuishoor. Ik woon al 48 jaar in Amsterdam en voel me daar thuis. Het is veel opener, de stad heeft meer te bieden. Bioscopen, theaters en de stad zelf is ook mooier. Ik ben af en toe heus op het platteland te vinden, maar ik zou er niet willen wonen. Ik zou die inspirerende sfeer van Amsterdam echt missen. De gebouwen, de mensen – als ik terugkom van vakantie, kom ik terug in de mooiste stad ter wereld. Amsterdam heeft historie, maar tegelijkertijd is het een moderne stad waar van alles te beleven is. Ik woon aan de Nicolaas Witsenkade en heb daar alles in de buurt. De Pijp, de Albert Cuyp… Ik mis mijn eigen straat als ik van huis ben. Dat gemis geeft me aan dat ik in de juiste stad woon.

Leven in Amsterdam voelt als een vakantie. Ik heb altijd expats als buren. Een Spaanse vrouw, een Finse man, een Japanse dame – zo divers. Als je ’s zondags door het Vondelpark loopt, hoor je geroezemoes in verschillende talen om je heen, en dat hoort bij de stad. Ik heb de wereld aan mijn voeten en voel me ook nog eens veilig. Er is volgens mij maar één keer een fiets van me gestolen. Die vond ik vervolgens 150 meter verderop.

Met diezelfde fiets ga ik er nog regelmatig op uit om de stad te ontdekken met een fotocamera. Ik kies dan een thema en schiet foto’s. Nu ben ik bezig met verdronken boten. Eigenaars die het helemaal hebben opgegeven; dat probeer ik dan vast te leggen. Mijn boek Geronnen Bloed speelt zich bijvoorbeeld voor het grootste gedeelte af langs de Amstel, vlak bij de Utrechtse brug. Inspiratie is zo belangrijk. Ik ben gelukkig met Amsterdam. Ik kwam, zag en wilde blijven.”

import amsterdam mijn stad