De bodyguard van Obama

The New York Times noemde hem ‘de op één na machtigste man van Amerika’. Rahm Emanuel, stafchef van Barack Obama, is een keiharde dealmaker. ‘Rahmbo’ was na Obama de drijvende kracht achter het economische stimuleringspakket en de historische hervorming van de gezondheidszorg. Portret van een ‘hittezoekende raket’.

Het had niet veel gescheeld of Rahm Emanuel had zijn middelbare schooltijd niet overleefd. Tijdens een bijbaantje in een restaurant schoot de huidige stafchef van president Barack Obama uit in een vleessnijder, en plantte daarbij zijn rechtermiddelvinger zo diep in het mes dat hij het bot kon zien. In plaats van naar een dokter te gaan, besloot de zeventienjarige Emanuel om die middag te gaan zwemmen in het zompige water van Lake Michigan. Zijn vrienden bereidden zich daar namelijk voor op prom night, hét sociale hoogtepunt in elk Amerikaans tienerleven. Emanuel zou het eind van het schoolfeest echter niet bewust meemaken. Later die nacht werd hij in het plaatselijke ziekenhuis opgenomen met vijf bloedinfecties, twee botinfecties, koudvuur en bijna 41 graden koorts.

Pakweg vijfendertig jaar later kan Emanuel er nog steeds geëmotioneerd van raken. Op een zonovergoten campus van Sarah Lawrence College, zijn alma mater in het New Yorkse voorstadje Bronxville, vertelt hij de lichting afgestudeerden met trillende lippen hoe zijn moeder met zakjes ijs bij zijn bed waakte. In de acht weken die hij in het ziekenhuis doorbracht, zag Emanuel vijf jeugdige kamergenoten aan hun verwondingen bezwijken. Zelf kwam hij er slechts met een geamputeerde rechtermiddelvinger vanaf. En met een levensles die hij zijn gehoor vandaag met karakteristieke intensiteit probeert in te prenten: “Wees nooit roekeloos met wat je hebt. Door mijn leven bijna te verliezen, wilde ik het juist redden. Het zorgde ervoor dat ik de ambitie kreeg om een verschil in de wereld te maken.”

Daarin is Emanuel inmiddels behoorlijk geslaagd. Zijn leven is een onwaarschijnlijke aaneenschakeling van successen; alles wat hij aanraakt, lijkt in goud te veranderen. Als stafchef heeft hij zoveel in de melk te brokkelen dat The New York Times hem ‘de op één na machtigste man van Amerika’ heeft genoemd. Hij was na president Obama de drijvende kracht achter zowel het economische stimuleringspakket als de historische hervorming van de gezondheidszorg.


Tijdens zijn jaren als Congreslid was Emanuel de man die bijna eigenhandig het Huis van Afgevaardigden voor de Democratische Partij terugwon. Als voorzitter van de invloedrijke Democratic Congressional Campaign Committee had hij bij de tussentijdse verkiezingen van 2006 zijn zinnen gezet op het veroveren van hooguit drie zetels. Het werden er uiteindelijk dertig. Hij was toen al vijf jaar rijk genoeg om nooit meer te hoeven werken. In 1998, na zes jaar onder president Bill Clinton te hebben gediend, trad hij in dienst bij investeringsbank Kleinwort Wasserstein, waar hij zonder enige bankiers-ervaring in drie jaar tijd meer dan zestien miljoen dollar opstreek. Zijn aanwezigheid in het Witte Huis, waar hij als assistent voor politieke zaken direct onder de president diende, leverde de inspiratie voor de figuur van Josh Lyman in de populaire televisie-serie The West Wing (de West Wing is het kantoorgedeelte van het Witte Huis). En in zijn tienerjaren was hij zo’n begaafd balletdanser dat hij net zo gemakkelijk een carrière op de planken had kunnen beginnen.

Hoewel hij een beurs voor de prestigieuze Joffrey balletschool uiteindelijk afsloeg om aan Sarah Lawrence te gaan studeren, had er volgens Kerry Hubata, zijn lerares aan de Evanston School of Ballet, een uitstekende ballerina uit hem kunnen groeien: “Ik heb kinderen gezien met fysiek talent die niet zo hard werkten. Er waren ook kinderen die niet zo getalenteerd waren maar desondanks meer succes boekten, omdat ze de innerlijke drang hadden en zich door de pijn heenvochten. Hij was degene met de wilskracht.”


Rabbi Asher Lopatin, spiritueel leider van de Anshe Sholom B’nai Israel-congregatie in Chicago, herinnert zich nog hoe hij dankzij Emanuel een wereldwijde instorting van het financiële systeem heeft helpen voorkomen. Op Rosh Hashanah, het joodse nieuwjaar, benaderde het synagogelid hem met een dilemma: het was ondanks de ernst van de kredietcrisis niet gelukt om vóór de feestdagen een bailout-pakket van zevenhonderd miljard dollar door het Congres te loodsen. De besprekingen zouden echter later op de dag worden voortgezet. Of hij op een van de meest heilige dagen van de joodse kalender misschien eventjes de synagoge uit mocht glippen om de telefonische vergadering bij te wonen? De rabbi dacht een moment na en gaf vervolgens zijn toestemming op basis van pikuach nefesh, het joodse principe dat stelt dat het redden van een leven zwaarder weegt dan praktisch elk religieus gebod. “Ik twijfelde er niet aan dat een mondiale crisis tot levensbedreigende situaties had geleid,” licht Lopatin zijn advies toe. “Het deed me goed dat het joodse geloof een brug kon slaan tussen spirituele verplichtingen en problemen uit de echte wereld.”

Zou het politieke dier Emanuel werkelijk zijn verantwoordelijkheden opzij hebben geschoven als de rabbi hem daartoe zou hebben aangezet? “Wie weet,” grinnikt Lopatin. “Hij plaagde me in ieder geval door te suggereren dat mijn besluit mede werd ingegeven door persoonlijke zorgen omtrent mijn eigen beleggingsportefeuille, haha. Maar ik zal je zeggen: de rest van de tijd bracht hij keurig in de synagoge door. Ik zou willen dat ál mijn volgelingen zo betrokken waren.”

De lovende woorden van de rabbi werpen een nieuw licht op het publieke imago van Rahm Emanuel. De 51-jarige stafchef gaat in het dagelijkse leven namelijk zo bikkelhard te werk dat zelfs zijn moeder hem ‘Rahmbo’ noemt. In het Witte Huis bezigt hij het woord ‘fuck’ zo vaak dat president Obama al eens gekscherend heeft opgemerkt dat ‘elke dag een swearing-in ceremonie’ is. Als medewerker van president Bill Clinton joeg hij zijn ondergeschikten de stuipen op het lijf door foto’s van zijn politieke tegenstanders op tafel met een mes te doorboren onder het schreeuwen van ‘Dood, dood, dood!’ Een opiniepeiler die hem niet welgezind was, stuurde hij eens per post een dode vis op. En vlak voor zijn eerste openbare optreden met Bill Clinton adviseerde hij de pas verkozen Britse premier Tony Blair om het mediamoment toch vooral ‘niet te verkloten’.


Volgens John Gartner, psychiatrie-professor aan de Johns Hopkins Universiteit in Baltimore, lijdt Emanuel aan een vorm van ‘hypomanie’: een milde aandoening die veel voorkomt in families met het bipolaire gen. Hypomanen zijn vaak charismatische, hyper-energieke persoonlijkheden, die bulken van het zelfvertrouwen en overlopen van creativiteit. Aan de andere kant zijn ze in veel gevallen ook prikkelbaar, arrogant en impulsief. Gartner: “Ze zijn niet geestesziek, maar hun gedrag kan wel degelijk voor problemen zorgen. Vergelijk het met een Porsche waarvan de remmen het niet doen. Soms rijden ze dwars door iemand heen.”

Emanuel deelt die diagnose met zijn voormalige baas Bill Clinton, zegt Gartner. Maar waar Clintons woede-uitbarstingen door een getuige ooit omschreven zijn als ‘de meest gewelddadige die ik in mijn leven gezien heb – vermenigvuldigd met twee’, verliest Emanuel nooit echt de controle over zijn daden. “Hij gebruikt zijn temperament om dingen voor elkaar te krijgen. Ik sprak bijvoorbeeld iemand die aanwezig was toen Rahm zijn medewerkers op hun eerste werkdag schreeuwend en tierend de mantel uitveegde. Even later kwam hij hem tegen op het toilet. Terwijl ze samen stonden te urineren, zei Rahm bij wijze van uitleg: ‘Soms moet je ze gewoon even wakker schudden’.”

Gartner zoekt de verklaring voor deze relatieve gematigdheid in Emanuels familie, waarin praktisch iedereen een rebel with a cause was. Vader Benjamin vocht als lid van de militante zionistische groep Irgun tegen de Britten voor een onafhankelijk Israël, wat hem een dreun met een geweerkolf en een blijvende deuk in zijn schedel opleverde. Na zijn emigratie naar de Verenigde Staten in de jaren vijftig maakte hij naam als kinderarts en voorvechter van universele gezondheidszorg en loodvrije verf. Moeder Marsha, dochter van een bokser en vakbondsleider, was een burgerrechtenactiviste die vanwege haar demonstraties regelmatig een nacht achter de tralies doorbracht.


Toen Martin Luther King in 1966 tijdens zijn mars door Chicago met eierenwerd bekogeld, marcheerde zij met in haar kielzog Rahm en haar twee andere zoons Ezekiel en Ari. De rivaliteit tussen de gebroeders Emanuel was toen al zo groot dat ze na hun studies besloten om naar verschillende steden te verhuizen, zodat ze elkaar niet in de weg zouden zitten. Oudste broer Zeke werd oncoloog en bio-ethicus in Boston, terwijl jongste broer Ari het tot een van Hollywoods machtigste agenten schopte: hij vertegenwoordigt onder anderen filmster Matt Damon en regisseur Martin Scorcese, en hij stond model voor het karakter van Ari Gold uit de televisieserie Entourage.

Ondanks de dominante persoonlijkheden en onderling geknetter was er sprake van een ‘uiterst warm gezin’, zegt Gartner. Vader genoot ervan om met zijn zoons aan de eettafel te discussiëren over de toestand in de wereld, waarbij krachttermen en persoonlijke twistgevechten niet geschuwd werden. Gartner: “Ezekiel vertelde me dat die discussies werden gevoerd als een talmoedisch debat, waarbij de deelnemers elkaars partner zijn bij het zoeken naar de essentie van de religieuze wet. Als iemand in die context tegen je schreeuwt, dan betekent het dat hij je aardig vindt.”

Dankzij die confronterende familie-dynamiek is Emanuel vooralsnog het scenario bespaard gebleven waar veel hypomanische persoonlijkheden uiteindelijk op vastlopen: hoogmoedswaanzin gevolgd door de onvermijdelijke val. Gartner: “Als je de enige bent in je familie, is er niemand die tegenwicht kan bieden. Staalbaron Andrew Carnegie wilde als rijkste man ter wereld bijvoorbeeld een blijvende wereldvrede bewerkstelligen. Toen de Eerste Wereldoorlog ondanks zijn shuttle-diplomatie met de Duitse keizer Wilhelm II toch uitbrak, was hij mentaal gebroken.”


Rahm Emanuel weet zich echter continu omringd door hypomanen. “Hij heeft altijd zijn posities moeten verdedigen, waarbij elk teken van hoogdravendheid ongenadig werd afgekapt. Op die manier leer je je energie beter richten. Emanuel is daarom niet zozeer een ongeleid projectiel, als wel een hittezoekende raket.”

Wat Emanuels activistische achtergrond wél onvermijdelijk lijkt te hebben gemaakt, is een oprechte sociale betrokkenheid. “Hij is niet bij toeval in de politiek gerold,” zegt historicus Jefferson Adams, Emanuels academisch adviseur aan Sarah Lawrence College. “Als student al wierf hij in het weekend fondsen voor politieke kandidaten, zoals de Democratische Senator Paul Simon uit Illinois. Dan struinde hij hier de goedkope winkeltjes af om een pak te kopen, haha. Ik heb wel vaker politiek actieve studenten, maar Rahm bewoog zich al op een semi-professioneel niveau. Dat is echt uitzonderlijk.”

Hoewel Emanuel zijn studies ‘extreem serieus’ nam en tijdens college altijd het hoogste woord voerde, was hij volgens Adams ‘geen groot denker’. “Zijn werkstukken waren weliswaar goed bedoeld, maar hadden niet het cachet van een echte academicus. Hij had bijvoorbeeld de neiging om de wereld te verklaren in termen van ideologie, terwijl ik als historicus het belang van persoonlijkheden probeerde te onderstrepen.”

Dit verschil in inzicht kwam vooral aan de oppervlakte bij het bespreken van de Republikeinse presidentskandidaat Ronald Reagan, die in die dagen een enorme opkomst maakte. “Ik probeerde Rahm aan het verstand te brengen dat het een vergissing was om hem als een tweederangs acteur weg te zetten,” zegt Adams, die zich beschrijft als een ‘Reagan-democraat’. “Ik voorspelde dat de man een conservatieve revolutie ging veroorzaken. Ik kan nú nog zijn stem horen: ‘Maar meneer Adams, dat kunt u toch niet serieus geloven?'”


Het gebrek aan academisch gewicht rekent professor Adams zijn voormalige student overigens niet aan: “Daar lag zijn ambitie gewoon niet. Hij was een doener, een ritselaar. Als je hem een-op-een sprak, was hij bijna onmogelijk te weerstaan.”

Die kwaliteit werd pas echt zichtbaar toen de Democratische kandidaat Richard Daley hem eind jaren tachtig inhuurde als fondsenwerver voor het burgemeesterschap van Chicago. Emanuel ging daarbij voortvarend te werk: als politieke donors niet bereid waren om hun gebruikelijke contributies te vervijfvoudigen, schold hij hen de huid vol vanwege hun gierigheid en gooide vervolgens de hoorn op de haak. De strategie bleek effectief: Daley haalde een record aan politieke giften op en won de verkiezing op zijn sloffen.

Emanuels talenten wekten de interesse van de democratische presidentskandidaat Bill Clinton, op een moment dat diens populariteit nog op een magere drie procent lag. Ook voor deze campagne wist Emanuel meer geld binnen te slepen dan welke andere fondsenwerver dan ook. Hoewel hij pas 32 was, werd hij beloond met een benoeming als Clintons persoonlijke adviseur voor politieke zaken.

In het Witte Huis moest Emanuel echter voor het eerst in zijn professionele leven zijn meerdere erkennen. Hij maakte de fout de degens te kruisen met Hillary Clinton, die als first lady een veel machtiger adviseur bleek dan Emanuel ooit kon ambiëren. Zijn herbenoeming tot ‘directeur van speciale projecten’ was overduidelijk een demotie: hij werd verbannen naar een afgelegen hoek van het Witte Huis, waar hij zo nu en dan uit mocht om zijn overtuigingskracht te botvieren op wetsvoorstellen waaraan andere medewerkers hun handen niet wilden branden, zoals het vrijhandelsverdrag Nafta of hervormingen in de bijstand.


Hij bereikte een dieptepunt tijdens de Monica Lewinsky-affaire, waarbij hij namens het Witte Huis de seksuele escapades van zijn baas moest goedpraten. Zijn voormalige professor herinnert zich de periode met pijn in het hart: “Ik weet dat politiek soms een vuil spelletje is, maar dat Rahm zo’n spinmeister kon zijn, dat was een kant van hem die ik nog niet kende. Op dat moment voelde ik alleen maar medelijden met hem.”

Zelf ziet Emanuel zijn Clinton-jaren als een lesje in nederigheid. “Het zou kunnen dat het plotselinge succes me naar het hoofd was gestegen,” geeft hij op de campus van Sarah Lawrence College toe. “Ik had mijn mond te veel voorbijgepraat, het conflict te vaak opgezocht. En daar stond ik, denkend dat ik de grootste kans van mijn leven verprutst had.” De ervaring schonk hem naar eigen zeggen ‘de wijsheid om met tegenslag om te gaan’. “Daarmee bepaal je uiteindelijk ook de grootte van je succes. Ik liet mijn bravoure varen en deed mijn best om te laten zien dat ik met anderen kan samenwerken.” Grinnikend: “En dat is nog steeds een lopend proces.”

Emanuels werkrelatie met zijn huidige baas is desalniettemin uitstekend. “Obama ziet Rahm als een oudere broer,” zegt psychiatrie-professor John Gartner, die Emanuel heeft geprofileerd voor het vakblad Psychology Today. “Ze concurreren met elkaar, maar dan op een sportieve manier. Obama vroeg hem bijvoorbeeld eens om op te houden met het kraken van zijn knokkels, omdat hij zich niet kon concentreren. Waarop Rahm op hem afliep om het vlak bij zijn oor nog eens over te doen. Een andere keer vertelde hij een beller dat hij maar met Obama moest praten, omdat hij het zelf te druk had.” Op zijn beurt voelt Emanuel zich op zijn gemak tussen de krachtige persoonlijkheden waarmee Obama zich heeft omringd. “Een kabinetsbespreking is voor hem net zoiets als een gesprek aan de eettafel met zijn vader en zijn broers.”


Maar al vullen de bedachtzame Obama en de daadkrachtige Emanuel elkaar goed aan, dat wil nog niet zeggen dat Emanuel ook blij is met zijn huidige baan. Ondanks de macht en prestige die met de functie gepaard gaan, is een stafchef van het Witte Huis niet meer dan een poortwachter die de hoeveelheid informatie en de toegang tot de president controleert. Is die stroom te klein, dan loopt hij het risico zijn baas onvoldoende te informeren. Is de toegang te groot, dan wordt de president overspoeld met onbenulligheden die beter op een lager niveau afgehandeld hadden kunnen worden. “Het is een ondankbare taak, zeker voor iemand met ambities,” zegt voormalig academisch adviseur John Gartner. “Je krijgt de schuld als dingen mislopen, maar niet de erkenning wanneer het goed gaat.”

Dat Emanuel, die getrouwd is en drie kinderen heeft, de functie toch heeft aangenomen, is het resultaat van een plichtsbesef dat hij graag wil toelichten op de campus van Sarah Lawrence. “Als lid van het Congres had ik het destijds prima naar mijn zin,” speecht hij. “Ik had grote plannen, mijn gezin was gelukkig. Maar toen belde Obama met wat hij dacht dat een fantastisch idee was. Mijn kinderen waren te jong om te doorgronden waarom ze naar een andere stad moesten verhuizen. Jullie generatie begrijpt dat wellicht beter: soms moet je iets waarvan je heel veel houdt opgeven om deel uit te kunnen maken van iets groters. Apathie is geen optie, en burgerzin is beter dan cynisme.”

Toch lijkt Emanuel zich met zijn opofferingsgezindheid nog steeds niet helemaal verzoend te hebben. Zo verklaarde hij eerder dit jaar dat het niet zíjn schuld is dat Obama steeds minder populair lijkt te worden. Het was een opmerking waarmee hij zijn voormalig academisch adviseur Adams tot in het diepst van zijn wezen schokte. “Zoiets zeg je niet als stafchef. Het zou me niets verbazen als hij na de tussentijdse verkiezingen van november ofwel het voor gezien houdt, ofwel aan de kant wordt geschoven.”


Waar Emanuel zijn politieke carrière dan zal voortzetten, is inmiddels onderwerp van speculatie. Er circuleren geruchten over het burgemeesterschap van zijn geliefde stad Chicago, waar zijn oude vriend Richard Daley na 21 jaar nog steeds de scepter zwaait. Het kan ook zijn dat hij zich weer kandidaat stelt voor het Congres, om zo een eerdere ambitie na te jagen: de benoeming tot eerste joodse spreker van het Huis van Afgevaardigden. Hoewel hij daarvoor eerst de machtige Nancy Pelosi aan de kant zal moeten schuiven, dicht psychiater Gartner hem een grote kans toe: “Hij is tot nu toe geslaagd in alles waarop hij zijn zinnen heeft gezet. Ik zie niet in waarom dat niet zal blijven voortduren.”

Wie wil weten hoe het er ongeveer aan toegaat in het Witte Huis, moet absoluut kijken naar The West Wing. Deze Amerikaanse tv-serie, uitgezonden tussen 1999 en 2006, won 86 televisieprijzen, waaronder 26 Emmy Awards. Voormalige stafleden van het Witte Huis hebben bevestigd dat de serie verbluffend waarheidsgetrouw is.

Rahm Emanuel stond in zijn Clinton-jaren model voor het karakter van Josh Lyman, de deputy chief of staff van president Jed Bartlett (Martin Sheen). In het kabinet van president Obama heeft Emanuel de baan van The West Wing-stafchef Leo McGarry.

Lymans functie wordt momenteel bekleed door twéé mensen: Jim Messina (1969), voormalig stafchef van twee senatoren, en Mona Sutphen (1967), die in een vorig leven auteur en maatschappelijk werkster was.

De baan van The West Wing-communicatiedirecteur Toby Ziegler wordt momenteel waargenomen door Daniel Pfeiffer (1975), voormalig woordvoerder van vice-president Al Gore. Pfeiffer is getrouwd met Sarah Feinberg, de woordvoerder van Rahm Emanuel.


Robert Gibbs (1971), voormalig perssecretaris van oud-presidentskandidaat John Kerry, bekleedt in het echte leven de functie van The West Wing-perssecretaris C.J. Cregg.

De rol van speech-schrijver Sam Seaborn (Rob Lowe) wordt momenteel vervuld door Jon Favreau (1981), die zijn sporen verdiende als speech-schrijver voor John Kerry.

Jeroen Ansink