Imaginair New York

Jonathan Lethem: De chronische stad. Prometheus, € 24,95. Ook verkrijgbaar via www.ako.nl.

Jonathan Lethem maakte eerder naam als auteur van sciencefiction, een genre waarvan je moet houden om het te kunnen waarderen. Ik houd er niet van. Maar De chronische stad is, althans volgens de flaptekst, ‘het definitieve portret van New York’ en ik houd veel van New York.

Gaandeweg blijkt er op deze claim van de uitgever wel wat af te dingen. Is het hoe dan ook mogelijk om van een stad als New York het definitieve portret te schetsen? Bovendien beperkt Jonathan Lethem zich voornamelijk tot een piepklein stukje van de stad: de Upper East Side, meer bepaald de directe omgeving van de Vieren-tachtigste Straat en de Tweede Avenue. Die paar blokken gelden als pars pro toto voor heel Manhattan, zoals Manhattan pars pro toto is voor New York en New York weer voor de hele wereld.

Ook van de inwoners van New York ontmoeten we in Lethems roman (in het Nederlands vertaald door Rob van Moppes) maar een zeer beperkt aantal. Het zijn me wel types trouwens, maar daar kom ik zo nog op.

De chronische stad begint bijna kabbelend. De verteller, Chase Insteadman, moet een tekst inspreken voor de dvd-uitgave van een klassieke film. “Dit was het enige soort klusjes dat ik nog aanpakte, als nasleep van mijn vroegere en verblekende roem, het vluchtige halfleven van een kindsterretje.” Hij ontmoet de eigenaardige Perkus Tooth met wie hij een intensieve vriendschap ontwikkelt. Samen hebben ze iets weg van Don Quichot en Sancho Panza, maar het is moeilijk te zeggen wie wie is.

Insteadman ziet zichzelf als man die (andermans) leegten opvult, zijn naam verwijst daar in zekere zin ook naar. Zijn huidige roem dankt hij aan het feit dat hij is verloofd met Janice Trumbull, de astronaut die gevangenzit in een baan om de aarde. Haar ruimteschip kan niet terugkeren. Heel New York volgt haar hemelvaart als was het een soap; iedereen heeft met Insteadman te doen.


Ongetwijfeld speelde hier de oude SF-schrijver even op, maar de geschiedenis van de door de kosmos dolende verloofde die na een ruimtewandeling ook nog wordt bezocht door voetkanker is niet de enige gelegenheid die Jonathan Lethem te baat neemt om de aardse realiteit te verlaten. Het verhaal neemt steeds absurdistischere vormen aan en overschrijdt geregeld de grenzen van het magisch-realisme.

Als New York een stad is die tot de verbeelding spreekt, doet de verbeelding van de schrijver er nog een flinke schep bovenop. Hij maakt van de stad een broedplaats van urbane mythen: niemand die ervan opkijkt dat een uit de dierentuin ontsnapte tijger al maandenlang de Tweede Avenue afschuimt en dat een paar arenden nestelt in een zijstraat. Maar is het wel een tijger die alle verwoestingen aanricht of is het de machine die een metrotunnel van zuid naar noord graaft die er ook wel eens uit wil?

Een belangrijke vraag die Lethem stelt is: wat is realiteit eigenlijk? Is het wat we waarnemen of is het wat we denken waar te nemen? Een mogelijkheid die ter sprake komt, is dat Manhattan (lees: ons universum) een virtuele realiteit is. Als wij in staat zijn om een parallelle wereld als Second Life (in het boek: Yet Another World) naar eigen goeddunken in te richten, zou het zomaar kunnen dat de wereld om ons heen andermans Second Life is en dat wij avatars zijn die op afstand worden bestuurd.

Gezegd moet worden dat zulke vragen vooral opkomen op de momenten dat Lethems personages stoned zijn, want er wordt in De chronische stad heel wat afgepaft. Dat geeft ruimte aan de veronderstelling dat de hele geschiedenis een gedachtespinsel is. De lezer kan daarmee leven, want de roman is onderhoudend genoeg, zij het dat de wijdlopigheid ervan de notie van geouwehoer soms griezelig dicht nadert.

Frank van Dijl