Ongedwongen

Los Lobos, Tin Can Trust, 3 sterren.

Na Los Lobos Goes Disney, het muzikale uitstapje voor de kinderen van vorig jaar, verruilt Los Lobos de sprookjeswereld van Sneeuwwitje en de zeven dwergen voor de harde werkelijkheid van de barrio van East LA. De band deed dit door het nieuwe album, Tin Can Trust, niet op te nemen in de eigen comfort zone, maar in een studio in een verpauperde buurt van het arme, oostelijke deel van Los Angeles.

Daar, in Manny’s Estudio, zaten de muzikanten voor het eerst sinds jaren weer eens gewoon in één ruimte muziek te maken. Die ongedwongen live-in-de-studio-sfeer is de kracht van een album dat niet uit louter topsongs bestaat, maar wel uit z’n voegen barst van oprecht speelplezier. Met z’n allen de schouders eronder zetten om van niets iets te maken, is niet alleen een zinnetje dat de muzikale aanpak van Los Lobos typeert; ook de sociaal-politieke lading van de teksten wijst in die richting.

De titelsong, over een man die blikjes en flessen verzamelt voor het statiegeld, is daar een voorbeeld van. Het gitaar-riffje waarop het nummer is gebaseerd, is niet meer dan een dun ideetje, maar de doorleefde zangpartij en klaaglijke bluessolo tillen de song toch weer ver boven de middelmaat uit. Met het daarop volgende Jupiter Or The Moon, een van de wat inventievere songs, keert de band weer even terug naar The Town and the City (2006), het laatste studioalbum met eigen werk dat wat composities betreft sterker was dan deze intense, maar ietwat karige verkenning van de barrio.

Ruud Meijer