Psychomythologie

Scott O. Lilienfeld: De 50 grootste misverstanden in de psychologie. Bert Bakker. € 25. Ook verkrijgbaar via www.ako.nl

De wetenschappelijke psychologie heeft een ongemakkelijke verhouding met gezond verstand. Enerzijds trekken mensen vaak de waarde van psychologisch onderzoek in twijfel, omdat daar volgens hen alleen uitkomt wat algemeen bekend is, anderzijds hebben bepaalde gezond-verstand-opvattingen ten onrechte de status van ‘wetenschappelijk bewezen’ gekregen. De domeinen van de wetenschappelijke en van de populaire psychologie zijn niet al te scherp van elkaar afgebakend, wat verwarring tussen feit en fictie met zich mee kan brengen. Soms is wat intuïtief voor waar wordt aangenomen onwaar, althans niet wetenschappelijk aantoonbaar, bijvoorbeeld dat iemand kan merken dat ‘ogen in zijn rug prikken’. En soms klopt de intuïtie wel, bijvoorbeeld dat een relatie tussen mensen die op elkaar lijken beter werkt dan een relatie tussen tegenpolen.

In het boek De 50 grootste misverstanden in de psychologie legt een viertal Amerikaanse hoogleraren zich erop toe helderheid te scheppen door veel ideeën uit de populaire psychologie te debunken. Zij noemen dat: afrekenen met de psychomythologie. Deels gaat dat om opvattingen die al lang en breed voor onzin doorgaan, bijvoorbeeld dat maagzweren het gevolg zijn van te veel stress of dat een positieve instelling een remmende invloed op kanker kan hebben. Ook het idee dat de grafologie een serieuze tak van wetenschap is of dat er een effectieve leugendetector bestaat, wordt eigenlijk alleen aangehangen door mensen die niet thuis zijn in de materie. Niets in de afdeling ‘zweef’ (geloven in telepathie, uittredingen, verdrongen herinneringen) is ooit wetenschappelijk aangetoond, wat mensen die niet in wetenschap zijn geïnteresseerd er natuurlijk niet van weerhoudt rustig door te geloven.


Daarnaast doen de auteurs moeite bredere opvattingen te ontzenuwen, bijvoorbeeld het idee dat mannen en vrouwen op heel verschillende manieren communiceren. Ongeacht de populariteit van de serie Mannen komen van Mars, vrouwen van Venus; wat in het boek staat klopt niet. Ook is het niet waar dat mannen zevenduizend woorden per dag gebruiken en vrouwen twintigduizend. In werkelijkheid praten de seksen ongeveer evenveel: zo’n zestienduizend woorden per dag.

Al met al stonden er voor mij niet veel verrassingen in. Zo dacht ik altijd al dat het onzin is om foetussen of baby’s aan muziek van Mozart bloot te stellen. Kwaad kan het niet, maar dat ze er slimmer van zouden worden leek mij buitengewoon onwaarschijnlijk. Ook de noodwendigheid van een opstandige puberteit, van het meemaken van een midlifecrisis of van de vijf rouwstadia van Elizabeth Kübler-Ross heb ik altijd betwijfeld. Het ‘stoom afblazen’ als probaat middel om van woede af te komen? Onzin! Laag zelfrespect als verklaring voor criminaliteit of psychische problemen? Flauwekul! Maar dit alles is elders al eerder betoogd.

Tot mijn genoegen werd ik bevestigd in mijn wantrouwen tegen Frank Sulloway, de man die jaren geleden een dik boek schreef met veel cijfers, waarin hij aantoonde dat geboortevolgorde in het gezin van invloed is op iemands persoonlijkheid. Het leek mij kolder, en zie, ik krijg gelijk. Ook met het zogenoemde profileren, een hulpmiddel om misdadigers op te sporen, wordt korte metten gemaakt. Laat ik nu altijd al gedacht hebben dat profileren niets voorstelt. Enfin, een sceptica als ik twijfelt natuurlijk aan alles wat los en vast zit. Dit boek wil goedgelovigen uit hun sluimer wekken, maar de vraag is of die het wel willen lezen.

Beatrijs Ritsema