Waarom negeren we de Indische holocaust van 1943-’44?

Drie miljoen Indonesiërs vonden door uithongering de dood tijdens de Japanse bezetting van Nederlands-Indië in WOII. Maar dit historische feit werd ook tijdens de laatste Indië-herdenking op 15 augustus wederom genegeerd. Hoog tijd voor de rehabilitatie van miljoenen vergeten rijksgenoten.

De koningin, de premier en een handvol generaals stonden anderhalve week geleden in Den Haag weer braaf de Japanse capitulatie te herdenken. De NOS zond het allemaal plechtig uit, de Indische gemeenschap was present en organiseerde als vanouds bijeenkomsten door het land.

In Den Helder herdacht de marine haar bijna vierduizend oorlogsdoden, vooral van de Slag in de Javazee. En ook de Tweede Kamer heeft zijn eigen Indië-herdenking en zijn eigen plaquette. En dan is er, overigens pas sinds 1988, het nationale Indisch Monument in Den Haag, waar het allemaal samenkomt. Maar geen woord, al vele jaren, over de Indische holocaust en de drie miljoen doden die daar van het gevolg waren. Vreemd. En misschien ook wel schandalig.

Er heeft wel degelijk een Indische holocaust plaatsgevonden. Dr. Lou de Jong beschreef die duidelijk in zijn uitstekende reeks Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog: deel 11b, tweede helft, onder meer op de pagina’s 557 en 558. Dit deel verscheen in 1985. De Jong kwam uit op tweeënhalf miljoen doden. Een Japanse wetenschapper, Shiguro Sato, berekende in 1950 dat het er vier miljoen moeten zijn geweest.

Maar na De Jong is er in geen enkel geschreven of gefilmd standaardwerk meer over gerept. Niet in De Oorlog van de NOS en Ad van Liempt. Niet in het overzichtswerk Nederland. De vaderlandse geschiedenis van de prehistorie tot nu van de gerenommeerde historicus Han van der Horst. Ook niet in het nieuwe boek van David Barnouw van het NIOD, Geschiedenis van Nederland 1940-1945. De canon van de Duitse bezetting. Ook Adriaan Hakkert wijdt er in Wel vergeven niet vergeten geen woord aan. Toch allemaal auteurs die De Jong nauwkeurig gelezen moeten hebben.


Het NIOD van David Barnouw biedt gek genoeg wél een zeer compleet overzicht van de Japanse bezetting, inclusief de hongersnood. Alleen is deze pagina zelfs via hun eigen zoekmachine op hun site niet te vinden.

Maar wat is er dan toch precies gebeurd in Indië tijdens de Japanse bezetting vanaf maart 1942?

Het was oorlog, dus veel export uit Indië viel sowieso al weg, maar dat gold ook voor de broodnodige import van rijst. De Japanners hadden Indië nodig voor de olie en verdeelden het land: Borneo en omgeving kwamen onder Japans marinebestuur, ruwweg de rest was voor het leger. In het legergebied, dat ook het meest bevolkte eiland Java met zo’n 35 miljoen inwoners omvatte, moest alles worden ‘gereorganiseerd’, lees: geroofd, om voor de oorlogsvoering te kunnen worden ingezet.

Als kolonie was Indië op dat moment een voorbeeld in de wereld. Nergens werd zo efficiënt geteeld, verbouwd, geëxploiteerd en gedolven. En zo gigantisch verdiend. Maar alle Nederlandse bestuurders verdwenen van vrijwel de ene op de andere dag in interneringskampen. De landbouw en de economie raakten snel in de versukkeling, corruptie en wanbeheer staken de kop op, de oogst van 1943 was al drastisch kleiner dan die van 1942, die van 1944 nog weer kleiner. Massale honger was het gevolg.

Voeg daarbij dat door de oorlog veel Indonesische ongeschoolde arbeiders geen werk meer hadden en dat de Japanners honderdduizenden Indonesische mannen als werksoldaten (romusha’s) inschakelden voor veredelde dwangarbeid, en de ramp werd onafwendbaar. In 1943 en 1944 leden miljoenen mensen, met name op Java en Madoera, enorme honger, vooral in de steden. Met de dood tot gevolg. De Jong schrijft op pagina 507: ‘(…) de meerderheid was honger gaan lijden in zulk een mate dat alleen al op Java meer dan twee miljoen Indonesiërs om het leven zijn gekomen.’ Ook citeert hij journaliste Beb Vuyk uit haar dagboek uit december 1944 op pagina 557: ‘(…) Iedere dag sterven er bedelaars, de lijken blijven langs de weg liggen en worden eenmaal per dag met de vuilniskar opgehaald (…).’ Een pagina verder verhoogt De Jong – waarom blijft overigens onduidelijk – zijn eerdere raming: ‘Een schatting van ca. twee-en-een-half miljoen omgekomenen lijkt van de goede orde van grootte.’


Maar, zult u zeggen, is de beladen term holocaust hier wel op z’n plaats? Lou de Jong gebruikte het begrip nooit; dat kwam pas in zwang nadat de Amerikanen onder leiding van Steven Spielberg de Jodenvervolging hadden ontdekt. Maar de term is terecht, vanwege de ongelooflijke hardheid van de Japanners, die nooit enig medelijden toonden voor de door hen overwonnen volkeren. Ze gaven niets, maar dan ook niets om het leed van de Indonesiërs. Hun wijze van systematische vervolging bestond niet uit het efficiënt uitmoorden – de specialiteit van de nazi’s. Wat de Japanners in deze twee specifieke jaren op deze eilanden deden, kan het best worden omschreven als extreem wrede verwaarlozing. Er werd nog geen vinger uitgestoken naar de miljoenen die letterlijk op straat lagen te creperen, terwijl daartoe wel degelijk mogelijkheden bestonden.

Waarom hoor je hier toch nooit iets over, en al helemaal niet van ‘Indische’ mensen? Het antwoord ligt enigszins voor de hand. De Nederlanders hadden ‘in het Jappenkamp’ gezeten, volledig afgesloten van de ‘gewone’ wereld. En na 15 augustus 1945 konden de (Indische) Nederlanders niet weer gewoon de draad oppakken, maar moesten ze meteen door naar de volgende, als ‘politionele actie’ vermomde oorlog tegen de Indonesische onafhankelijkheidsstrijders. Er is, zou je kunnen zeggen, voor de kolonialen nauwelijks gelegenheid geweest om het oorlogsleed van hun vijftig miljoen mederijksgenoten tot zich door te laten dringen. Bovendien, je had je handen vol aan je eigen leed. En dan nog: op papier mochten de Hollanders en Indonesiërs dan dezelfde koningin dienen, in de praktijk had je niet zoveel met die mensen, zeker niet als ze jou ook nog eens kwijt bleken te willen.


Al met al is het waarschijnlijk dat de meeste Indische Nederlanders nooit hebben geweten op welke schaal de Japanners hongersnood hadden veroorzaakt en hoeveel levens dat heeft gekost. Aldus hebben zij het Indonesische oorlogsleed kunnen monopoliseren. Uit onwetendheid enerzijds en vanuit het koloniale superioriteitsgevoel dat toen vanzelf sprak, maar ons nu als pijnlijk en verkeerd toeschijnt, anderzijds. Het is nog niet te laat om deze omissie in de herdenkingen van de oorlog in Nederlands-Indië recht te zetten.

Arthur Graaff