‘Geringe aandacht voor Indische holocaust schandalig’

Deze week staat in HP/De Tijd een opmerkelijk artikel over de onbekende Indische holocaust ([[download file=”2010-08/indische_holocaust.pdf” icon=”” text=”download PDF” title=”” ]]). Bij die ramp kwamen zo’n drie tot vier miljoen medeburgers van ons koninkrijk om door een enorme hongersnood, veroorzaakt door de Japanse bezetters van Nederlands-Indië. Die holocaust is echter vrijwel onbekend.

Overigens hadden die medeburgers wel de B-status en vielen ze onder allerlei speciale wetten en regels – aanspraak op Nederlands recht hadden ze niet, hoewel Wilhelmina ook hun koningin was. Wilders zou er zijn vingers bij aflikken, en in Zuid-Afrika hebben ze het ook een tijdje ook geprobeerd onder de naam ‘apartheid’.

Op de Indische verzamelsite Indisch4ever staat sinds zondag een nogal afwijzende reactie op dit stuk van Arthur Graaff, onder de titel De Indo als zondebok. De site verwijt hem dat zijn artikel ‘riekt naar etnische discriminatie’. Een bezoeker van de site noemt dat commentaar weer ‘een ingetogen reactie op zoveel stupide onbegrip’ (van Arthur Graaff). De site wil ook dat de ramp waar het om gaat niet ‘Indische holocaust’, maar ‘Indonesische holocaust’ genoemd wordt. Er wordt helaas even voorbij gegaan aan het feit dat Indonesië in 1943-’44 nog helemaal niet bestond. 

De site gaat niet in op de hoofdzaak: dat deze enorme ramp vrijwel nergens genoemd wordt. En het is zeker niet de plicht van Nederlanders of Indo’s uit Nederlands-Indië om deze feiten uit de vergetelheid te halen – ze hadden het vaak moeilijk genoeg, zowel tijdens de oorlog, tijdens de Indonesische onafhankelijkheidsstrijd als tijdens hun schaduwbestaan in pensions en slechte baantjes rond 1950 tot rond 1980 in Nederland. Toch blijft deze hongersnood de grootste ramp die zich ooit in de geschiedenis van ons koninkrijk heeft voorgedaan. Méér Nederlandse burgers zijn er nooit door één oorzaak omgekomen. 

In een reactie laat de godfather van alles dat Indisch is, dr. ir. Herman Bussemaker, echter weten het helemaal met de auteur eens te zijn. Ook hij vindt het onbegrijpelijk dat de Indische Holocaust nauwelijks bekend is, dat die niet voorkomt in standaardwerken over de oorlog – met uitzondering van deel 11 van dr. Lou de Jongs Het Koninkrijk uit 1985 dan, want daar staat het netjes in, zij het erg summier. In het boek en de tv-serie De bezetting van De Jong komt het echter weer niet voor. Sindsdien is het verder dan ook stil gebleven. 

Bussemaker wijt dit aan het in zijn ogen treurige geschiedenisonderwijs, dat zwaar lijdt onder de vrijheid van de leraren voor een thematische aanpak. Zijn achternicht, de ex-staatssecretaris Jet Bussemaker, vertelde hem dat zij tijdens haar middelbare schooltijd in totaal 1,5 uur les heeft gehad over Indië. 

Treuriger is misschien dat de nieuwe centrale Indië-tentoonstelling in Museum Bronbeek, die zichzelf ‘basistentoonstelling’ noemt en volgens de makers tien jaar zal lopen, ook zwijgt over deze ramp. De tentoonstelling is vorige week geopend en biedt veel persoonlijke getuigenissen – wie de hoofdlijn niet kent, wordt daar echter weinig wijzer. Zoals over het dorp Rawahgedeh (of Rawagede), waarvan de bevolking tijdens de ‘politionele acties’ werd uitgemoord door Nederlandse soldaten – zoals de Duitsers, à la Putten, of Oradour. Als je dat niet weet, kun je die ene getuigenis niet plaatsen. 

Bussemaker ziet overigens wat wel positieve ontwikkelingen, zoals dat de nieuwe premier van Japan, Naoto Kan, bij de officiële herdenking van WOII op 15 augustus jongstleden zijn excuses voor al het oorlogsleed heeft aangeboden en dat de Japanse regering voor het eerst niet bij het supernationalistische dieptepunt, de Yasukuni-tempel, is verschenen. 

Maar deze excuses zijn Bussemaker te makkelijk. Eerst even wat oude schulden betalen. De kans dat dat écht gebeurt, lijkt gering – al schijnt er wel geld te komen voor de Nederlanders die de atoombommen bij Hiroshima en Nagasaki hebben meegemaakt.

Arthur Graaff