Zwartspaarders, bergt u!

In september 2009 begon het ministerie van Financiën een guerillaoorlog tegen de ‘zwartspaarders’ met kapitaal in het buitenland. Een jaar later heeft minister Jan Kees de Jager veel geld binnengehaald, maar volgens velen wel de door het CDA zo gepredikte normen en waarden verkwanseld. “Nietsvermoedende burgers, die kun je gemakkelijk pakken.”

Jan Kees de Jager is het toonbeeld van een moderne politicus. Niet voor niets werd hij op zijn 38ste staatssecretaris, zonder dat hij ooit Kamerlid of zelfs wethouder was geweest. Hij heeft vier studies afgerond en succes gehad als ondernemer in de IT-branche. Hij snapt de nieuwste manieren van communiceren. Hij is te zien op LinkedIn en Facebook en samen met Femke Halsema is De Jager waarschijnlijk de fanatiekste twitteraar van het Binnenhof. In korte berichten laat hij de wereld meedelen in zijn successen. Zoals op 31 december 2009, als hij twittert: “Vanmiddag nog op ministerie: laatste stand zwartspaarders: al meer dan 1,8 mld euro! En wordt nog meer want einde dag nog veel bijgekomen!!” De dubbele uitroeptekens zeggen het al: de aanpak van die zwartspaarders, dat is voor De Jager meer dan ‘gewoon werk’. Dat is een missie. Dat is oorlog.
Tot het najaar van 2009 was De Jager een vrij onbekende politicus, in de schaduw van Wouter Bos, het gezicht en de stem van Financiën. Eén keer had hij zich uit die anonimiteit gewerkt: toen Balkenende wegens het overlijden van zijn vader onverwacht de G20-top van november 2008 moest verlaten, nam De Jager zijn plaats even in. Hij zat naast wereldleiders als Sarkozy. Bij verschillende gelegenheden daarna noemde de ambitieuze econoom het ‘de mooiste dag van mijn leven’.
Op het ministerie staan zijn taken in het teken van ‘vergroening, innovatief ondernemen en vereenvoudiging van het belastingstelsel’. Maar de ongeduldige De Jager is na twee jaar eigenlijk wel klaar met die thema’s. Hij verlegt zijn focus naar een onderwerp dat hem een doorn in het oog is: belastingparadijzen en vooral de Nederlanders die er gebruik van maken om geld uit het zicht van de fiscus te houden. Een moeilijk terrein, want het bankgeheim is in landen als Zwitserland en Luxemburg nog altijd bijna heilig. Toch neemt De Jager zich voor in gesprek te gaan met alle landen waar rijke Nederlanders terecht kunnen met zwart geld om met deze landen tot fiscale verdragen te komen. De schattingen van het Nederlandse zwarte kapitaal op buitenlandse rekeningen lopen uiteen van zes tot 25 miljard euro. Kun je daarover belasting heffen, dan is er veel te halen. Het is een van de weinige manieren om bewust een meevaller voor de schatkist te creëren. Maar De Jager realiseert zich dat hij een lange weg te gaan heeft.

Lees het gehele artikel in de HP/De Tijd van deze week.

Peter Smolders