De prooi va n De Jager

Vorig jaar begon het ministerie van Financiën een guerrillaoorlog tegen ‘zwartspaarders’ met kapitaal in het buitenland. Een jaar later heeft minister Jan Kees de Jager veel geld binnengehaald, maar ook normen en waarden verkwanseld. ‘Nietsvermoedende burgers, die kun je gemakkelijk pakken.’

Jan Kees de Jager is het toonbeeld van een moderne politicus. Niet voor niets werd hij op zijn 38ste staatssecretaris, zonder dat hij ooit Kamerlid of zelfs wethouder was geweest. Hij heeft vier studies afgerond en succes gehad als ondernemer in de IT-branche. Hij snapt de nieuwste manieren van communiceren. Hij is te zien op LinkedInen Facebook, en samen met Femke Halsemais De Jager waarschijnlijk de fanatiekste twitteraar van het Binnenhof. In korte berichten laat hij de wereld meedelen in zijn successen. Zoals op 31 december 2009, als hij twittert: “Vanmiddag nog op ministerie: laatste stand zwartspaarders: al meer dan 1,8 mld euro! En wordt nog meer want einde dag nog veel bijgekomen!!” De dubbele uitroeptekens zeggen het al: de aanpak van die zwartspaarders, dat is voor De Jager meer dan ‘gewoon werk’. Dat is een missie. Dat is oorlog.

Tot het najaar van 2009 was De Jager een vrij onbekende politicus, in de schaduw van Wouter Bos, het gezicht en de stem van Financiën. Eén keer had hij zich uit die anonimiteit gewerkt: toen Balkenende wegens het overlijden van zijn vader onverwacht de G20-top van november 2008 moest verlaten, nam De Jager zijn plaats even in. Hij zat naast wereldleiders als Sarkozy. Bij verschillende gelegenheden daarna noemde de ambitieuze econoom het ‘de mooiste dag van mijn leven’.

Op het ministerie staan zijn taken in het teken van ‘vergroening, innovatief ondernemen en vereenvoudiging van het belastingstelsel’. Maar de ongeduldige De Jager is na twee jaar eigenlijk wel klaar met die thema’s. Hij verlegt zijn focus naar een onderwerp dat hem een doorn in het oog is: belastingparadijzen en vooral de Nederlanders die er gebruik van maken om geld uit het zicht van de fiscus te houden. Een moeilijk terrein, want het bankgeheim is in landen als Zwitserland en Luxemburg nog altijd bijna heilig. Toch neemt De Jager zich voor in gesprek te gaan met alle landen waar rijke Nederlanders terecht kunnen met zwart geld om met deze landen tot fiscale verdragen te komen. De schattingen van het Nederlandse zwarte kapitaal op buitenlandse rekeningen lopen uiteen van zes tot 25 miljard euro. Kun je daarover belasting heffen, dan is er veel te halen. Het is een van de weinigemanieren om bewust een meevaller voor de schatkist te creëren. Maar De Jager realiseert zich dat hij een lange weg te gaan heeft.


In het voorjaar van 2009 krijgt hij hulp uit onverwachte hoek. Bij de FIOD/ECD meldt zich een medewerker of voormalig medewerker van Rabobank in Luxemburg. De man heeft een cd-rom vol namen, rekeningnummers en saldi. Het zijn gegevens van Nederlanders die aanzienlijkebedragen op Luxemburgse rekeningen hebben staan. Zou de FIOD, en dus de Belastingdienst, en dus het ministerie van Financiën, die niet graag willen hebben?

Over de vraag of hij het wil, hoeft De Jager niet lang na te denken: hij had niet eens durven dromen van zo’n buitenkans om alle ingewikkelde procedures te omzeilen en geld binnen te gaan halen. De echte vraag is of het kan. De bankmedewerker neemt geen genoegen met een vriendelijk dankwoord en een schouderklopje. Hij wil meedelen in de winst die zijn cd-rom de schatkist zal opleveren. Maar hij mag deze gegevens van klanten natuurlijk niet weggeven, laat staan verkopen. Ze zijn van de bank en hij heeft ze dus feitelijk gestolen. En wie gestolen waar koopt, maakt zich schuldig aan heling. De Jager begrijpt dat hij zich op glad ijs kan begeven en raadpleegt de landsadvocaat. Het duurt allemaal even, maar de uitslag van het consult klinkt hem als muziek in de oren: doen. Kopen, die cd-rom. Er ligt een arrest van de Hoge Raad dat zegt dat het mag, als de fiscale belangen maar groot genoeg zijn. En dat zijn ze.

Op 16 september 2009 is de deal rond. De medewerker krijgt, zo verklaart De Jager later onomwonden, ‘enkele procenten’ van alles wat de fiscus met behulp van de door hem verstrekte gegevens binnenhaalt. Bovendien wordt hem anonimiteit beloofd. De Jager kan zijn eerste grote slag slaan in de strijd tegen de zwartspaarders. Hij is dan al enkele maanden bezig met een publicitair offensief tegen hen, waarbij hij hen oproept voor 1 januari 2010 ‘in te keren’, omdat hij hen daarna zal treffen met zware boetes, maar dat beleid is nog lang niet zo succesvol als hij zou willen. Aan belastingverdragen met andere landen wordt wel gewerkt, maar die processen duren lang en zijn ingewikkeld. Een cd-rom met zo’n vierhonderd zwartspaarders die dus rechtstreeks aan te pakken zijn, zal hem allicht helpen. Bovendien is de dreiging die ervan uitgaat, namelijk dat er ieder moment uit iedere bankhoek een nieuwe schijf met gegevens kan komen, een nog veel sterker wapen.


En inderdaad, in de laatste twee maanden van 2009 wordt er massaal ingekeerd. De Jager twittert het ene na het andere succesbericht. “In auto naar Breda voor bezoek aan Inkeerlijn voor zwartspaarders. Bizar druk is het daar. Zij moeten ook rond Kerstdagen overuren maken.” Soms kan hij een lach niet onderdrukken. “Grappig: het woord ‘inkeerder’ kent mijn BlackBerry nog niet. Is nieuw woord.” Op 31 oktober is de oogst nog slechts 680 miljoen, maar als het nieuwjaarsvuurwerk begint is het bijna 2,2 miljard geworden, aangegeven door 8293 Nederlandse rekeninghouders. Ze kiezen eieren voor hun zwarte geld: nu hoeven ze alleen met terugwerkende kracht belasting te betalen, vanaf 1 januari komt daar een boete van vijftien procent bovenop. De Jager heeft al aangekondigd die per 1 juli te willen verdubbelen. Dat is nog altijd veel voordeliger dan gesnapt worden. Keer je niet vrijwillig in en weet de FIOD je te vinden, dan bedraagt de boete driehonderd procent. Terecht, betoogt De Jager, net zo terecht als de onorthodoxe aanpak van het probleem door gestolen gegevens te kopen. In november zegt hij in een uitzending van De Wereld Draait Door: “Diegene die niet inkeert en dat geld in het buitenland heeft, dat is degene die crimineel gedrag vertoont, niet degene die met de gegevens komt, hoe hij er ook aan gekomen is.”

De toon is gezet en De Jager gaat in 2010 door op de ingeslagen weg. Zijn carrière blijft in de lift. Als het kabinet in februari valt en de PvdA-bewindslieden opstappen, wordt hij zelfs minister. De Zeeuw, nota bene geboren in hetzelfde plaatsje als Balkenende, wordt her en der genoemd als diens mogelijke opvolger. Hij wimpelt die suggestie af, maar glimt er wel een beetje bij.


Op het punt van de zwartspaarders is het moeilijk het enorme succes van eind 2009 te evenaren. Er duikt nog één keer een cd-rom op waarop mogelijk gegevens van Nederlandse zwartspaarders staan, dit keer in Duitsland. De Jager laat zijn Duitse collega Schäuble direct weten wel geïnteresseerd te zijn in het schijfje. Het leidt tot een kleine controverse. De Duitsers hebben een tipgever 2,5 miljoen betaald voor de cd-rom vol gegevens van Zwitserse rekeningen. Wordt het niet zo langzamerhand uitlokking als bankmedewerkers die alle regels van hun ambt schenden, op deze manier beloond worden? De Jager krijgt een paar Kamervragen om de oren, van partijgenoot Omtzigt nota bene, maar blijft met gemak overeind. Van SP tot VVD, niemand maakt in politiek onrustige tijden een echt punt van de aanpak van de zwartspaarders. Bovendien is het financiële belang voor de staat aardig: 2,2 miljard aan kapitaal levert ongeveer 26 miljoen per jaar aan belastinginkomsten op, niet eenmalig, maar met terugwerkende kracht en in ieder jaar in de toekomst.

“Het is een sympathiek doel natuurlijk,” meent Jurjen van Daal, die inkeerders bijstaat. “Dan maken de spelregels iedereen blijkbaar even wat minder uit.” Van Daal is advocaat bij Russo Van der Waal, een Amsterdams kantoor dat veel ervaring heeft met inkeerders. Ook zijn collega Terence Vink maakt zich boos over de aanpak van De Jager: “Het is een combinatie van tipgeld en angst zaaien. Beide zijn dubieus.” Het tweetal is niet voor belastingontduiking, laat dat duidelijk zijn. Vink: “Het is een verkeerde keuze om je geld in het buitenland te verstoppen, dat vinden wij ook. Maar daar gaat het niet om.”


Waar het dan wel om gaat? Simpel: een overheid die regels oplegt en zich daar vervolgens zelf niet aan houdt, is onbetrouwbaar. Waar onrechtmatig verkregen bewijs in strafzaken niet wordt geaccepteerd, is een gestolen cd-rom hier de basis voor opsporingsbeleid dat wordt toegejuicht, omdat het winstgevend is. Dat zou iedere burger – en zeker iedere jurist -moeten storen, vinden de beide advocaten. Van Daal. “De overheid verwacht van jou dat je volledige openheid van zaken geeft, maar doet dat zelf niet. En er is een verschuiving te zien, steeds verder naar onderen. Niet alleen de grootverdieners worden aangepakt. Waar houdt het op?” Vink: “Dit straalt natuurlijk uit: als je iets gestolen hebt, kom dan vooral langs en wij belonen je.”

Hun cliënten zijn doorgaans bepaald geen doorgewinterde criminelen. Van Daal: “

Het zijn vaak oude mensen, die een of twee ton hebben en dat geld als hun pensioen zien. Het beeld dat wordt gecreëerd, als zouden het allemaal Holleeders zijn, is absoluut niet juist. Het zijn veelal mensen die geld uit nalatenschappen hebben geparkeerd op een buitenlandse bankrekening of het waren de erflaters die geld daar hebben gestald, waardoor de erfgenamen nu met een probleem worden geconfronteerd.”

Ook zonder crimineel verleden zitten de inkeerders absoluut niet te wachten op publiciteit. Ze hebben met hun in het buitenland gestalde kapitaal bij het leeuwendeel van het volk de schijn tegen. Eén inkeerder wil er wel iets over zeggen, al bedingt ook hij volledige anonimiteit. De man is omstreeks zestig en mede-eigenaar van een redelijk kapitaal dat tot voor kort buiten het zicht van de fiscus op een buitenlandse bankrekening stond. Het tegoed was op een legale manier door zijn ouders opgebouwd. “Het kapitaal was afkomstig van een erfenis. Mijn ouders woonden in het buitenland. Het geld stond op een buitenlandse rekening en werd goed gemanageddoor de adviseur aldaar. We zagen geen reden om het weg te halen.” Waarom dan nu ingekeerd? “Het komt erop neer dat we rustig wilden kunnen slapen en dat het niet als een zwaard van Damocles de rest van ons leven boven ons hoofd zou hangen. Ik ben er overigens altijd van overtuigd geweest dat er meer geld in de staatskas zou vloeien als de belastingdruk in Nederland flink lager zou zijn, omdat dan de welwillendheid om belasting te betalen aanzienlijk groter zou zijn. Iedere weldenkende burger begrijpt dat er belastingen betaald moeten worden. Maar de redelijkheid is hier ver te zoeken.”


Hij ergert zich aan ‘het linkse gedachtengoed dat alle mensen met geld eigenlijk criminelen zijn’ en vindt daarin bijval van de twee advocaten. Terence Vink: “Het zijn voornamelijk nietsvermoedende burgers. Die kun je gemakkelijk aanpakken. Multinationals worden met rust gelaten. Het tarief van de vennootschapsbelasting wordt steeds lager, de inkomstenbelasting steeds hoger. Nederland wordt niet voor niets al genoemd als een zakelijk belastingparadijs.”

Het door Vink en Van Daal geschetste beeld van de zwartspaarder wordt door de Belastingdienst zelf ook bevestigd. De inkeerders zijn doorgaans redelijk bemiddelde, hoger opgeleide oudere echtparen. Ze hebben gemiddeld ongeveer 250.000 euro aan te geven. En dat het grootste deel van de groep al zo’n veertig jaar geleden met het geld naar het buitenland is getrokken, wordt ook niet bestreden. Het door De Jager in interviews vaak aangehaalde voorbeeld van een man met ‘tientallen miljoenen’ die door de Luxemburgse cd-rom gepakt kon worden, is geen leugen, maar een grote uitzondering. En daar zit ‘m het tweede punt van wrijving, menen de advocaten: de manier waarop Financiën zorgvuldig geselecteerde of zelfs verkeerde informatie verspreidt om zo meer zwartspaarders de inkeerregeling in te jagen. Van Daal: “Er wordt bewust verkeerde informatie verschaft, die dan een half jaar later weer wordt genuanceerd. Het gaat er puur om angst te creëren.” Vink: “In de vervolgingsrichtlijn staat ook dat ze er keen op zijn bekende Nederlanders aan te pakken, omdat dat een voorbeeldfunctie zou hebben. Kijk naar Guus Hiddink. Die is heel bewust heel hard aangepakt.”


Van Daal en Vink hebben het nadrukkelijk over bewust verzwegen of verdraaide informatie. Vink: “De Jager zegt: we vinden je toch wel. Hij heeft het over spontane uitwisselingsverdragen. Luxemburg heeft daarvan al rectificatie geëist, want het is gewoon niet waar. Het zijn ‘op verzoek-verdragen’ waarvoor je een naam, gegevens en bankgegevens moet hebben. Als ‘we vinden je toch wel’ zou kloppen, waar heb je dan nog tipgevers voor nodig?”

De juridische onderbouwing, waarmee De Jager steeds zwaait op autoriteit van de landsadvocaat, wordt door hen en andere advocaten betwist. Van Daal: “Er wordt steevast verwezen naar dat arrest van de Hoge Raad uit 2008, in de KB Lux-zaak. Daarin is in België een microfiche opgedoken dat aan Nederland is gegeven. Volgens het verhaal is er toen geen rechtstreeks contact met de dief geweest en is er niets betaald. De Hoge Raad zei ook: je mag niet uitlokken of faciliteren. En dat gebeurt hier natuurlijk wel. Welbeschouwd is dit pure heling.

Vink en Van Daal staan niet alleen in hun kritiek. De Hilversumse advocaat Sam Bharatsingh spande al een kort geding aan om de afkomst van de tipgever te achterhalen. Het was kansloos. Guido de Bont, hoogleraar Belastingrecht aan de Erasmus Universiteit, diende een WOB-verzoek (Wet Openbaarheid Bestuur) in om de overeenkomst met de tipgever openbaar te krijgen. Het werd afgewezen, evenals zijn bezwaar tegen die afwijzing. Openbaarmaking zou de tipgever in problemen kunnen brengen, andere mogelijke informatieverstrekkers kunnen afschrikken en de Nederlandse staat veel geld kunnen schelen, zo luidde de motivering van die afwijzing. De Bont deed ook aangifte tegen de anonieme tipgever wegens witwassen, maar het OM liet al snel weten niet tot vervolging over te gaan, met als voornaamste reden dat de tipgever met zijn actie het algemeen belang zou dienen. Volgens De Bont, geboren in 1969, past het in een bredere trend: “Hoewel ik nog niet echt oud ben, kan ik me nog wel een tijd herinneren dat klikken als iets negatiefs werd beschouwd. Heden ten dage is het schering en inslag en wordt het van overheidswege bijzonder gestimuleerd door het openen van allerlei anonieme kliklijnen. Dat de overheid daaraan ook nog bijdraagt met een opbrengstgerelateerde bonus voor de klikspaan gaat mij te ver.”


Het ministerie van Financiën verwerpt de kritiek. Woordvoerder Marcel Homan: “Ook wij willen geen Amerikaanse toestanden, of bounty hunters. Het is eigenlijk heel simpel. Er is al sinds jaar en dag een tipgeversregeling, die de mogelijkheid biedt een tipgever een vergoeding te geven. Daarvan wordt echter bijna nooit gebruik gemaakt, omdat je dat alleen in uitzonderlijke situaties wilt doen. Zoals deze.”

Homan benadrukt vervolgens iets opmerkelijks, namelijk dat de tipgever niet is vrijgesteld van strafrechtelijke vervolging. “We zijn nu de belastingplichtigen aan het aanschrijven. Een deel zegt direct: je hebt gelijk, ik betaal wel. Maar sommigen ontkennen of zeggen: ik zie je wel in de rechtbank. In die zaken kan de tipgever een rol gaan spelen. Het kan zijn dat als spin-off daarvan die persoon zelf een zaak tegen zich krijgt of dat het Openbaar Ministerie besluit hem te vervolgen wegens heling.” Maar met een veroordeling van de tipgever zou een rechter met terugwerkende kracht zeggen dat de staat zaken heeft gedaan met een crimineel. De kans dat dat gebeurt is minimaal.

Een jaar na de eerste betaalde deal met een tipgever staat de minister van Financiën nog steeds volledig achter deze aanpak. De Nederlanders op de Duitse cd-rom zijn inmiddels bekend en zullen worden aangepakt. Volgens Homan is voor deze informatie niet betaald: “Daar hebben we uitwisselingsverdragen voor.” Deze zomer werden nog TIEA’s, Tax Information Exchange Agreements, gesloten met Brunei, Uruguay en Mauritius. Sinds juni heeft De Jager het vizier ook gericht op de Antilliaanse Stichtingen Particulier Fonds (SPF’s) en hun oprichters. Hij probeert veel, want de opbrengst van 180 miljoen gemeld zwart geld in de eerste vijf maanden van 2010 valt volledig in het niet bij de big bang van eind 2009. Jan Kees de Jager heeft dringend behoefte aan een stelende bankmedewerker die op provisiebasis wat wil bijverdienen. Bescherming van overheidswege verzekerd.

Peter Smolders