De vulkaan van het socialisme

De opmerkelijkste definitie van de socialistische mens is misschien wel opgetekend door de Franse politiek filosoof Alexis de Tocqueville (1805-1859). Hij beschreef zijn portier – Tocqueville woonde op zijn familielandgoed in Normandië – als ‘een dronkelap en een nietsnut, die alle tijd die hij niet nodig had om zijn vrouw te slaan, in de kroeg doorbracht. Men zou kunnen zeggen dat de man socialist van geboorte of eigenlijk van karakter was.’ De socialist is dus de niet-werkende, hebzuchtige verbrasser. Toen deze mensensoort in 1848 eerst in Parijs en daarna in andere Europese hoofdsteden in opstand kwam, was Tocqueville dan ook blij dat de revolutie werd neergeslagen, ook al vielen daarbij duizenden doden. Want die revolutie ging uiteindelijk om een van de meest fundamentele rechten: dat op eigendom.Van de herinneringen die Tocqueville aan de gebeurtenissen in 1848-1849 optekende, is nu een Nederlandse vertaling verschenen bij een kleine uitgeverij, Voltaire, waar sinds een paar jaar het ene prachtige en relevante boek na het andere verschijnt. Het boek is uitstekend vertaald door Ineke Mertens (die voor dezelfde uitgeverij al eerder de studie van Tocqueville over het pauperisme vertaalde) en bevat nuttige zaken als een gedegen inleiding en chronologie, verhelderende noten en een biografisch register.

Tocqueville zag de revolutie van 1848 als een vulkaanuitbarsting en een volgende stap in het lange proces dat door de Franse Revolutie in gang was gezet, en dat nooit meer ten einde zou komen. De toekomst was in nevelen gehuld, en als conservatief politicus kon je alleen voorzichtig proberen de hevige erupties van het moderne leven in goede banen te leiden.

Tocqueville was tot nog toe vooral bekend vanwege twee andere boeken: over de democratie in Amerika en over de oorzaken van de Franse Revolutie. Dit boek is natuurlijk anders van karakter. Het is een ooggetuigenverslag (Tocqueville was in 1848 Kamerlid) van iemand die minister van Buitenlandse Zaken zou worden in de regering van de man die eind 1848 tot president werd uitgeroepen en zich drie jaar later tot keizer liet kronen. Het boek bevat niet alleen knappe politieke observaties, maar vooral ook haarscherpe tekeningen van de mensen die hij ontmoet. Tocqueville kan bovendien heel aardig schrijven. Nadat hij de socialistische schrijfster George Sand heeft ontmoet, stelt hij vast dat zij prachtige ogen had, maar vrij grove gelaatstrekken. ‘Al haar geestkracht leek zich in die ogen te hebben geconcentreerd, de rest van haar gezicht aan de materie overlatend.’

Haar onenightstand met Mérimée omschreef hij als ‘een romance volgens de regels van Aristoteles, waarbij de eenheid van plaats, tijd en handeling strikt in acht was genomen’.Tocqueville verzette zich tegen de politiek van Lodewijk Napoleon, wat hem op een verblijf van enkele dagen in een gevangenis kwam te staan. Hij schreef zijn memoires in 1850-1851, en zo eerlijk dat ze naar zijn mening ‘volstrekt geheim’ moesten blijven. Een achterneef gaf in 1893 een gekuiste versie uit, waarvan in 1905 – grappig genoeg – een Nederlandse vertaling verscheen in een reeks die bedoeld was om de socialistische arbeider te verheffen. Deze nieuwe vertaling biedt de ongekuiste tekst.


Alexis de Tocqueville: Herinneringen. Uitgeverij Voltaire. €29,90. Ook verkrijgbaar via www.ako.nl

Bart Jan Spruyt