Don’t you (forget about me)

Ondanks het teleurstellende bezoekersaantal van Pinkpop Classic dit jaar denderen de oude rockers nog altijd vrolijk voort. Maar ook de ‘verloren generatie’ van de jaren tachtig staat massaal op uit het muzikale graf om een graantje mee te pikken, en de bezoekende veertigers betalen graag vijftig euro voor een avond jeugdsentiment.

‘It’s been a long time since I was on a stage here. Fourteen or fifteen years. I was sixty then. Just a kid with a crazy dream,” grapt Leonard Cohen net voordat zijn band Ain’t No Cure For Love inzet. Het publiek in het Amsterdamse Westerpark, veelal veertigers en vijftigers, lacht beschaafd en zingt het nummer, oorspronkelijk uit 1988, woord voor woord mee. “Nog één keer een legende aan het werk zien, dat is toch uniek,” fluistert een Limburger op de derde rij. Het is goed dat Cohen kort voor zijn 74ste verjaardag weer is gaan optreden, ook al deed hij het dan puur voor het geld.

Daar heeft de man zelf nooit een geheim van gemaakt. Zijn laatste tournee had die van 1993 moeten zijn. Daarna trok Cohen zich terug, vér terug. Hij werd Boeddhistisch monnik met de toepasselijke naam Jikhan, ofwel ‘stilte’. Zestig was een acceptabele pensioenleeftijd na een druk muzikantenleven. Met enkele miljoenen op de bank kon de Canadese dichter en zanger rustig aan gaan doen. Tot ergens rond 2005 bleek dat zijn oud-manager dat geld dusdanig slecht had beheerd dat er nog maar 150.000 dollar over was. Die manager, Kelley Lynch, werd vervolgens wel veroordeeld tot het terugbetalen van negen miljoen dollar, maar dat verliep bepaald niet vlot. Het kapitaal was op mysterieuze wijze verdwenen.

De verkoop van een nieuwe Leonard Cohen-cd zou anno 2008 geen zoden meer aan de dijk zetten, dat hadden de verkoopcijfers van de laatste twee albums wel bewezen. Dus besloot hij maar weer het podium op te gaan. Met klassiekers als Suzanne, First We Take Manhattan, Hallelujah en I’m Your Man in zijn portefeuille, wist Cohen dat een eenmalige greatest hits-tour wereldwijd fans zou trekken. Voor het concert in het Westerpark, op 12 juli 2008, hebben 18.000 fans met plezier ongeveer vijftig euro betaald.


Cohen is een exponent van een stroming die ongeveer een jaar eerder is ingezet. Artiesten die in de jaren tachtig toonaangevend waren, kloppen massaal het stof van zich af om weer op te treden – al dan niet voor één laatste keer. En om het effect, muzikaal én financieel, zo groot mogelijk te maken, trekken ze eerder naar stadions dan naar zaaltjes achteraf. The Police, in 1985 uit elkaar gevallen na een ruzie tussen zanger/bassist Sting en gitarist Andy Summers, staat in 2007 in een uitverkochte Amsterdam ArenA tijdens een eenmalige reünietour. Summers is inmiddels 64 en ook Sting is de vijftig ruimschoots gepasseerd. Een klein jaar later weet de bijna zestigjarige Lionel Richie vier keer het Gelredome te vullen tijdens de Symfonica in Rosso-concerten. Richie heeft dan al zeven jaar geen enkele hit of succesalbum meer gehad.

Het zijn opmerkelijke verschijnselen. Natuurlijk, artiesten-op-leeftijd zijn er altijd geweest, maar dat zijn doorgaans echte rockers, de noeste muzikale arbeiders die gewoon nooit opgeven en altijd een min of meer constante populariteit hebben, zoals de Rolling Stones, Status Quo of in Nederland Golden Earring. Die bands zijn nooit weg geweest. Maar vanaf 2007 krijgen ze ineens concurrentie van allerlei nieuwkomers die tegelijkertijd oudgedienden zijn.

In Landgraaf komen vertegenwoordigers van beide groepen vanaf dat jaar samen. Diep in Limburg organiseert Jan Smeets naast Pinkpop drie jaar geleden voor het eerst ook Pinkpop Classic, met allemaal oudere acts die ooit – vaak lang, lang geleden – tijdens het gewone festival optraden. De ongecompliceerde rock van Status Quo is er te horen. Willy DeVille duikt er op, net als Steve Harley and Cockney Rebel. Die laatste band is voornamelijk bekend van twee hits (Sebastian en Make Me Smile) uit 1973 en 1975. Saillant detail: in 1989 had de groep na een lange stilte ook al geprobeerd terug te keren naar de top, met hun Come Back, All Is Forgiven Tour.


Het echte succes was toen uitgebleven.

Het festival trekt 7000 bezoekers en wordt in de jaren erna met andere acts herhaald. Het grootste succes volgt in 2009, als Smeets een van de meest succesvolle bands van de jaren tachtig weet te contracteren. De leden van Simple Minds, de band die 24 jaar eerder hele stadions Don’t You (Forget about Me) liet meezingen, hebben elkaar net weer gevonden. En hun boodschap is blijkbaar aangekomen, want in het jaar dat de Schotten aan hun tweede jeugd beginnen, komen maar liefst 12.000 bezoekers voor Pinkpop Classic naar Landgraaf.

’s Ochtends staan er duizenden licht grijzende of kalende veertigers in een lange rij voor het festivalterrein. Gevraagd naar de reden van hun komst, zeggen ze allemaal twee dingen: ‘voor de gezelligheid’ en ‘voor Simple Minds’. Dit is de band die ze dagelijks hoorden en op tv zagen toen ze voor het eerst zoenden, bier dronken, seks hadden of een diploma haalden. En nu, een kwart eeuw later, komt die band hier optreden alsof er in de tussentijd niets is gebeurd. Bonkige Limburgse mannen pinken letterlijk tranen weg bij de openingsnoten van Alive and Kicking.

Een van hen zegt zuchtend dat het nooit meer beter wordt dan dit. Unaniem roepen ze aan het eind van de dag dat de band nu nog beter is dan halverwege de jaren tachtig. En dat geldt trouwens ook voor The Stranglers. Kritische noten klinken er niet. Een concert van een jeugdheld roept blijkbaar zoveel mooie herinneringen op dat het niet kan en mág tegenvallen.

Toch gebeurt dat af en toe, als de artiest in kwestie het maar bont genoeg maakt. Paradiso, Amsterdam, 12 juli van dit jaar. Bijna aan het eind van zijn concert neemt zanger Billy Idol zelf de gitaar ter hand. De fans kijken elkaar aan. Wat gaat hij nou doen? Idol, sinds enkele jaren weer op het podium na een lange stilte, staat bekend als zanger van onvergetelijke hits als White Wedding en Eyes Without a Face, maar niet als begenadigd gitarist. Dat blijkt hij ook niet te zijn. De zanger, inmiddels 54, smeert zijn handen in met een verzorgende crème en speelt vervolgens een paar akkoorden die zo simpel zijn dat een veertienjarige met enig talent ze in twee lessen had kunnen leren. Vijf minuten later is het optreden voorbij. Het had de lengte van een gemiddelde Disney-film: 89 minuten.


De fans lopen morrend de zaal uit. Ze hebben een krappe anderhalf uur gekeken naar een jeugdidool dat slecht bij stem was, begeleid werd door een rammelende band en nauwelijks contact zocht met zijn publiek. Deed hij dat wel, dan was het met een halfslachtig obsceen gebaar dat een beetje gnant was, of met de opgekrulde lip die altijd Idols handelsmerk is geweest, maar nu nogal krampachtig overkomt. En eigenlijk waren die blonde spikes, al dat leer en die blote borst dat sowieso al. Iedereen lijkt blij te zijn dat Idol zijn hit Sweet Sixteen niet heeft gezongen. Ach, eigenlijk zei die handcrème al wel genoeg. Maar de fans hebben wel 45 euro betaald voor een kaartje, veel meer dan Paradiso normaal rekent.

Een comeback heeft natuurlijk financiële voordelen. Maar volgens Juan da Silva, manager company affairs bij Free Record Shop en al 35 jaar actief in de Nederlandse muziekindustrie, doet de verslavende werking van spotlights ook een duit in het zakje. “Geld speelt misschien een rol, maar vergeet ook de aandacht van het publiek niet, het weer in de schijnwerpers staan.” Het is wel opvallend dat dit soort tours vrijwel altijd leidt tot nevenproducten als live-cd’s en concert-dvd’s. Die zijn ook nodig om het financiële effect te optimaliseren, want een nieuwe tour betekent niet dat het oudere werk van een artiest ineens weer in de Top 100 verschijnt. Da Silva: “Het is dan niet zo dat er plotseling weer vraag komt naar de back catalogue. Kennelijk hebben de fans alles al. Maar die oudere fans kopen wel een nieuw album van hun idool. Die willen het product nog bezitten. Dat is bij de jeugd heel anders.” Zelf was hij vorig jaar nog bij een optreden van Meatloaf (“ook te gek”) en zou hij er veel voor over hebben Led Zeppelin nog eens live te zien. Maar er zijn grenzen aan het sentiment en de loyaliteit – zelfs bij oudere fans, waarschuwt hij. “In de Verenigde Staten loopt de verkoop van concertkaarten al terug door de waanzinnige prijzen, niet alleen voor de kaartjes zelf, maar ook voor bijvoorbeeld hapjes en drankjes.”


Klagen oudere fans al ergens over, dan heeft het vaak met geld te maken. Tussen de concerten die ze in hun jeugd bezochten en deze, zaten twee decennia vol inflatie.

“Dertig euro voor een T-shirt!,” beklaagt een bezoeker van een concert van a-ha zich achteraf op een site waar liefhebbers van de jaren tachtig zich verzamelen. Dat is nog niets in vergelijking met de 140 euro die een ticket voor Neil Young kostte, in 2008 in het RAI Theater. Toch was de zaal vol. En ook hier bleek weer hoe weinig kritisch de fan in dit soort gevallen is. Had de Volkskrant het over een ‘futloos afscheid’, op de site van zijn fanclub waren alle leden het eens over dit ‘geweldige concert van onze Neil’. Mogelijke kritiekpunten werden in dit geval extra sterk afgedekt door de belangrijke ‘laatste kans’-factor. De tour werd vergezeld door hardnekkige geruchten dat Young na deze tour nooit meer naar Europa zou komen. En als je er van uitgaat dat het je laatste kans is, denk je als fan toch even dieper na voor je besluit dat dure kaartje niet te kopen. En is het nog moeilijker te accepteren dat dat laatste optreden misschien niet zo geweldig was.

Het is een erkende marketingmethode. Zangeres Cher past hem al acht jaar toe. Vanaf 2002 ging ze op een farewell tour die 250 miljoen dollar opleverde. Anno 2010 staat ze gewoon nog op te treden in Las Vegas. Deze maand speelt a-ha nog één keer Take on Me in de Heineken Music Hall, in het kader van the Ending on a High Note Tour.

Simply Red is op reis voor de Farewell Tour en de moeder aller afscheidstournees zou de This Is It Tour van Michael Jackson zijn geworden, als die niet kort voor het begin zou zijn overleden.


Het karakter van die laatste kans-concerten is vaak mee veranderd met de artiest en het bedaarde publiek. Bij de concerten van Leonard Cohen zijn doorgaans alleen zitplaatsen te krijgen. Oud-Pink Floyd-voorman Roger Waters laat bezoekers via het concertkaartje weten dat ze wel op tijd binnen moeten zijn, zodat hij ook op tijd klaar is. Vaker dan jonge artiesten moeten de oudjes afhaken wegens ziekte of blessures. En er zijn dingen die je gewoon niet meer kunt of moet doen als je ouder wordt. De hoofdact van Pinkpop Classic van dit jaar, Iggy Pop, liet in maart weten nooit meer vanaf het podium in het publiek te zullen springen. De 62-jarige zanger had kort daarvoor nog zo’n stagedive geprobeerd in de Carnegie Hall in New York, maar het publiek – zelf ook een dagje ouder – was massaal opzij gestapt en had hem hard op de vloer laten landen. Pop tegenover het muziekblad NM

E: “Toen ik daar lag, had ik veel pijn en dacht ik: Carnegie Hall is eigenlijk wel een mooie plek voor mijn laatste.”

Dat de nadruk de afgelopen jaren is verschoven naar artiesten die hun grootste successen vierden in de jaren tachtig – en dus niet de jaren zeventig, zoals voorheen -heeft een heel praktische reden: ze gaan zo langzaamaan dood. Willy DeVille, in 2007 nog op Pinkpop Classic, overleed vorig jaar aan alvleesklierkanker. De generatie die in de eighties op jonge leeftijd succesvol was, is nu doorgaans rond de vijftig en nog vitaal genoeg. Zanger Morten Harket van a-ha, ooit een boyband avant la lettre, wordt als vijftigjarige nog steeds toegegild door meisjes in de zaal. Veel van die meisjes hebben alleen inmiddels zelf kinderen, hypotheken en wat overgewicht. Human League, een van de grootste synthesizerbands van dertig jaar geleden, brengt hits als Don’t You Want Me weer live in de originele bezetting. Zangeres Susan Ann Sulley was net zeventien toen ze in 1980 door bandleider Phil Oakey uit een nachtclub werd geplukt. Nu is ze 47 en zegt ze in interviews dat ze tot het podium is veroordeeld omdat ze nu eenmaal niets anders kan dat dit. Dat lijkt oprecht, want het is al de tweede keer dat Human League na een lange stilte terugkeert; negen jaar geleden werd het album Secrets al door band en journalisten betiteld als ‘de comebackplaat’. Daarna werd het weer stil, tot eind 2009, toen een nieuw platencontract en een aangekondigde tour voor de comeback na de comeback zorgden.


Na het ongekende succes van Pinkpop Classic 2009 droomt Jan Smeets ervan door te stromen naar 20.000 bezoekers. Maar in 2010 loopt het aantal bezoekers juist dramatisch terug, naar zo’n 5200. “De babyboomgeneratie is straks fysiek te oud en artiesten gaan met pensioen. Het houdt een keer op,” zucht Smeets daags na het festival. Dat klopt, maar deze editie moest dan ook gedragen worden door Iggy Pop, een oude rocker pur sang, aangevuld met acts als Therapy?, The Presidents of the USA en The Cult. De kaarten kostten 75 euro en niemand bracht de ‘laatste kans-factor’ met zich mee. Peter Koelewijn, die dit jaar zeventig hoopt te worden, is zelfs voor muziekliefhebbers van 45 een brug te ver. De enige gezinsvriendelijke band die optrad, Kid Creole & The Coconuts, heeft zelfs in zijn bloeiperiode nooit diepe indruk gemaakt, laat staan levens veranderd. De toegankelijke, charismatische jeugdheld van rond de vijftig ontbrak.

Pinkpop heeft een tweede festival voor oudere artiesten opgezet, maar bij andere festivals staan de oudere artiesten ook te dringen. Bij North Sea Jazz staan ze prominent op de affiches, maar dat is eigenlijk al decennia zo. In de jazz, blues en soul zijn rijpere sterren als BB King of Stevie Wonder een veel normaler verschijnsel dan in de ‘jonge’ wereld van pop en rock. Een pop- en rockfestival dat duidelijk ‘ouder’ is geworden, is Bospop in Weert. In juli stonden daar onder meer de volgende acts op de podia: Robbie Krieger en Ray Manzarek(samen de helft van The Doors), John Fogerty, Michael Schenker, Status Quo, Uriah Heep, wederom Billy Idol en Toto. Zeker die laatste band is een voorbeeld van wat de sleutel voor succes lijkt: de gezinsfähige artiest uit de jaren tachtig die na 25 jaar relatieve stilte zijn grootste hits komt spelen. En ook van Toto is het – naar eigen zeggen – de enige echte afscheidstournee. 15.000 mensen zien de band in Weert waarschijnlijk voor de laatste keer. Op zijn minst tot de volgende comeback.


Leonard Cohen tourt nog even door. Hij heeft zijn banksaldo weer opgepoetst, maar het optreden is de inmiddels 76-jarigezanger zo goed bevallen, dat hij na 2008 niet meer is gestopt. Aan het einde van zijn concerten, die tweeënhalf uur duren, zet hij bij wijze van tweede toegift altijd het nummer I Tried to Leave You in. Het publiek lacht elke keer beschaafd om de ironie. Het is niet gelukt, dat verlaten. Gelukkig niet.

Peter Smolders