‘Een goede correspondent moet eenzaam zijn’

Een uitstervende journalistensoort in het hart van Latijns-Amerika. Correspondent Marjon van Royen (1957) over gepassioneerde journalistiek, beschuldigingen van plagiaat en haar missie. ‘Tot ik erbij neerval blijf ik de verhalen van mensen vertellen.’

‘Ik zie mezelf als een soort schoenmaker. Er gaat tijd overheen voordat je een paar goede schoenen kunt repareren. Het heeft heel lang geduurd voordat ik dacht: hèhè, ik kan schrijven. Je zou kunnen zeggen dat de zool niet loslaat, het ziet er mooi uit en het loopt ook lekker. Inmiddels heb ik sandalen leren maken, bergschoenen en hoge hakken. Dit is waar ik goed in ben, journalistiek bedrijven, maar verder kan ik niks anders. Dat is ook het trieste. Ik zal dit mijn leven lang moeten blijven doen.”

Donkerbruine, geschminkte ogen, rinkelende oorbellen en een brede lach waardoor het spleetje tussen haar voortanden zichtbaar wordt. Correspondent Latijns-Amerika Marjon van Royen (53), bekend van radio en televisie, is het energieke middelpunt in haar huis vol spiegels, carnavalsmaskers, zilveren kandelaars en pluizige katten. Op blote voeten dartelt ze het hele huis door. “Het doet na dertig jaar nog altijd pijn om ellende te zien. Maar het idee dat ik een missie heb, helpt om dit te dragen. Met mijn werk strijd ik tegen onrechtvaardigheid. Als ik niet het gevoel had dat ik hiermee iets verander, zou ik er acuut mee ophouden. Elke keer opnieuw heb ik die passie. Gek hé? Misschien houd ik mezelf een waanbeeld voor.”

In haar zonovergoten woning in de kunstenaarswijk van Rio de Janeiro, Brazilië, zit Van Royen opgekruld op haar stoel. Om de haverklap springt ze op om iets op te zoeken, een liedje te laten horen of een biertje uit de koelkast te trekken. Tijdens het interview is ze serieus en spreekt ze met veel gebaren en vlammende ogen. Er is weinig waar ze zich níet druk om maakt. De veronachtzaming van de Nederlandse taal, discriminatie jegens Marokkanen, de kleingeestigheid van mensen. Zelf heeft ze zich de taak opgelegd te proberen ieder mens te begrijpen. “Dit is mijn leidraad, altijd al geweest. Het heeft geen zin om in meningen en vooroordelen te leven. Daarom heb ik het zo moeilijk met wat er in Nederland gebeurt. Het is een cultuur van oordelen geworden.”


Haar liefde voor de Braziliaanse cultuur is duidelijk zichtbaar in haar huis. Fel-gekleurde carnavalsmaskers liggen her en der verspreid, lokale kunst siert de muren. Het versierde huis valt in het niet tegenover haar verpletterende uitzicht. Vanaf haar balkon overziet ze de hele stad. Aan de ene kant het Christusbeeld en aan de andere de suikerberg, de meest geliefde bezienswaardigheden van Rio.

Als de avond valt, schitteren de talloze lichtjes van de metropool. Het huis wordt omgeven door jungle, niet zelden slingeren er aapjes van boom naar boom in haar tuin of vindt ze een slang op de trap. Toch woont ze niet op een A-locatie. Op slechts honderd meter van haar woning begint de sloppenwijk. “Kennissen uit de rijke wijken zoals Ipanema komen niet bij mij op bezoek. Te gevaarlijk, vinden ze.” Onzin, vindt Van Royen. Dat ze zich in risicovolle situaties begeeft, wuift ze weg. Ze steekt nog een Marlboro op. “Ik loop niet meer gevaar dan de mensen in die sloppenwijken. De grootste kans om dood te gaan is nog steeds longkanker in mijn geval, of dat ik onder een bus kom. Niet dat ik word neergeschoten wanneer ik mijn werk doe.”

Met passie spreekt ze over haar werk. Journalistiek is haar leven. Haar onmetelijke nieuwsgierigheid drijft haar elke dag het huis uit, op jacht naar nieuws. “De wereld is door de globalisering een dorp geworden. En gek genoeg zijn mensen juist daarom veel minder geïnteresseerd in elkaar. Dat is een rare tegenstelling waar ik nog steeds niet mee uit de voeten kan. Ik ben een verhalenverteller; tot ik erbij neerval zal ik proberen de verhalen van mensen te vertellen, vooral van degenen die anders geen stem krijgen. Ik zie het als mijn plicht dit zo onbevangen en eerlijk mogelijk weer te geven.”


In de dertig jaar dat ze in het vak zit, heeft ze menig verandering meegemaakt en naar eigen zeggen het mooiste en het slechtste van de mens gezien. Sinds 1999 is Rio de Janeiro haar standplaats. De immens grote stad aan het fameuze Copacabana- en Ipanemastrand behelst meer dan de liefdes voor één nacht en verleidelijke samba waar de zomerhitjes over oreren. Rio telt meer dan duizend sloppenwijken, ook wel favela’s genoemd. Een groot deel van de bevolking leeft in bittere armoede onder het juk van drugsbazen en foute politie. Zoals bijna overal in Zuid-Amerika is corruptie en onderdrukking een probleem. Van Royen ziet het als haar missie hiertegen te strijden. “In feite zijn mijn uitgangspunten die van de Franse revolutie; gelijkheid, vrijheid en broeder-/zusterschap. Ik reageer op ongelijkheid en onvrijheid. Dat is een moreel criterium voor mij. Ik maak me er gewoon zó kwaad om.”

In de jaren zeventig vond ze veel gelijkgestemden met haar missie. Tegenwoordig zijn er steeds minder mensen in Nederland die haar morele uitgangspunt delen. Vroeger was het anders, vindt Van Royen. Toen stonden jongeren volgens haar nog op de barricaden om ruchtbaarheid te geven aan hun ongenoegens. Vanaf haar achttiende was ze actief in de kraakbeweging. Ze hoorde naar eigen zeggen bij de ‘softies’, ze vond dat de panden niet gewelddadig verdedigd moesten worden.

Toen ze 21 was, werd haar situatie in Nederland onhoudbaar. Ze liep stage bij de FNV en gaf als stagiair lessen vakbondsvorming aan de politiebond. Dit kwam uit bij de krakers. “Volgens de radikalinski’s in de kraakbeweging was dit heulen met de vijand. Ze kwamen mijn kraakpand binnen met capuchons op, zetten me vast op een stoel en sloegen mijn huis in elkaar. Toen dreigden ze mijn oog uit te boren met een boormachine. Dat is wel genoeg om je kapot te schrikken van je eigen mensen.” In 1981 besloot ze Nederland te verlaten. Ze was haar baan en huis kwijt en de economische crisis sloeg toe. De kraakbeweging was haar alles geweest. Bij een studentenreisbureau boekte ze het goedkoopste ticket naar de zon: Italië.


Een dromerige waas trekt over haar gezicht als ze het over dit land heeft. Hier begon haar liefde voor de latinocultuur, een hartstocht die ze nog steeds voelt. “Het katholicisme van Italië heeft me leren leven. Het schuldgevoel waarmee ik ben opgegroeid door een calvinistische opvoeding, heb ik daar los kunnen laten. Ik heb het nog steeds, maar het zit me niet meer in de weg. Ik leerde daar dat eten net zo belangrijk is als werken of vrijen. Dat het niet alleen gaat om plicht en moraal.”

In die tijd besloot ze om journalist te worden. De eerste jaren werkte ze deels in een pizzeria en zwoegde ze ’s nachts aan haar stukken. Ze begon bij De Groene Amsterdammer en is opgeleid door Geert Mak, nu een goede vriend. “De vorm van journalistiek die ik van hem geleerd heb, draait niet puur om objectiviteit, maar is veel meer gevormd door Rolling Stone Magazine – participeren, zo diep mogelijk ergens in duiken.”

In de jachtige journalistieke wereld van nu is er haast geen plaats meer voor dit soort berichtgeving. De betrokkenheid die voorheen meer regel dan uitzondering was, wekt nu argwaan. Haar verhaal zit in haar werk. Alles stopt ze erin. “Daarom maak ik verhalen met passie; ik weet niet of dat overal even gretig gewaardeerd wordt.” Ze is zo betrokken bij de mensen die ze interviewt, dat er soms getwijfeld wordt aan haar objectiviteit. Doordat ze vooral de onderklasse van de samenleving wil laten zien, kan er een onevenwichtig beeld ontstaan. Zeker op zo’n grote afstand. Van Royen zegt veel waarde te hechten aan objectiviteit. “Puur objectieve journalistiek bestaat niet, maar je moet altijd zoveel mogelijk proberen feiten en meningen te scheiden. Dat vind ik een van de belangrijkste principes van de journalistiek.”


Betrokken blijft ze altijd. Ondanks de steeds sluimerende kritiek blijft dit de manier waarop ze het liefst haar werk doet. Volgens Van Royen worden betrokken en ervaren journalisten tegenwoordig afgeserveerd en komen er mannelijke dertigers voor in de plaats. “Er is een soort testosteronachtige ons-kent-onscultuur van jonge mannekes met allemaal eenzelfde vierkant brilmontuur. Het lijkt alsof er geen behoefte meer is aan het soort journalistiek dat ik bedrijf. Men vindt mij soms te emotioneel. Maar hoe moet het anders? Ik weet het niet.”

Toen ze begon, was de buitenlandjournalistiek het walhalla. Er was geld voor, aandacht en ruimte. “Men trok de stukken bij wijze van spreken uit je handen. En nu stuurt De Volkskrant zijn correspondent Latijns-Amerika eruit! Dat is niet te begrijpen. De afgelopen tien jaar heb ik de buitenlandjournalistiek in een razend tempo afgebroken zien worden. Emblematisch vind ik het.”

De technologische ontwikkelingen van de laatste jaren hebben haar versteld doen staan. In een razend tempo heeft ze zich nieuwe mediatechnieken eigen gemaakt. Ze verstaat naast het schrijven ook de kunst van het radio- en televisiemaken. Haar NOS-reportages stuurt ze via internet naar de redactie. “Dit is een revolutie die misschien nog wel groter is dan de stoomtrein. Alles en iedereen is overal bereikbaar. Toen ik begon als journalist in Rome, was er nog geen fax en moest ik mijn stukjes met de Vaticaanpost opsturen. Daarna kwam de tijd van het doorbellen van stukken naar de redactie. Daardoor kreeg je fantastische fouten, want het waren telefonistes die je stuk uittikten. Die schreven het woord ‘natie’ met een ‘z’, bijvoorbeeld, haha! Er zaten eeuwen tussen de ganzenveer en de tikmachine, en nu is het opeens een technologische autobaan. Ik voel me weleens Nikkele Nelis met al die apparatuur, een moderne rugzakjournalist. In feite is het een steeds zwaarder beroep geworden waarvoor steeds minder betaald wordt, heel vreemd eigenlijk. Vroeger dronk iedereen, nu kun je je dat niet permitteren, joh.”


Elke keer als Van Royen in Nederland is, schrikt ze. “Ik zie de veranderingen schoksgewijs. Mensen slaan keihard de luiken dicht, zijn niet meer geïnteresseerd in elkaar. Ik heb niet het idee dat ik vervreemd ben geraakt van mijn land, maar het heeft wel een gedaanteverwisseling ondergaan sinds ik weg ben, een metamorfose die ik moeilijk kan vatten. Wat ik totaal niet begrijp, is dat mensen niet meer op elkaars territorium komen. Ik zeg weleens tegen mijn Nederlandse vrienden; je praat negatief over Marokkanen, maar je hebt helemaal geen contact met ze. Je gaat nooit naar een ‘schotelcity’ – dat zou ik dus onmiddellijk doen.”

Ook de journalistiek is niet meer wat het geweest is. Over de toekomst van haar vak is ze sceptisch. “De journalistiek wordt een soort opera. Alleen bestemd voor de happy few, die dan geparfumeerd een krant gaan lezen of naar een nieuwszender kijken.” De meningencultuur in Nederland stoort haar en ze vindt dat de journalistiek er veel te veel in mee gaat. “Wat koop je nou voor een mening? Helemaal niks! Als je kijkt wat voor reacties ik krijg op stukken die mensen niet eens lezen: Ik probeer een olifantenhuid te krijgen, maar het doet elke keer pijn.”

Vooral het gerucht dat ze verhalen zou verzinnen, steekt haar. Plagiaat is een doodzonde in de journalistiek. Rond haar vertrek bij NRC Handelsblad in 2003 deed dit verhaal de ronde. Driftig drukt Van Royen haar sigaret uit. “Het raakt aan de basis van je journalistieke bestaan. Ik moest terug naar Nederland van de NRC in verband met roulatie. Ze boden me een baan aan; dat zouden ze niet doen als ik verhalen uit mijn duim zoog.”


Toch is dit gerucht hardnekkig gebleken. Van Royen gaf destijds toe in één artikel een citaat te hebben overgenomen zonder de bron te vermelden. Een stomme fout, zegt ze zelf, die te wijten viel aan vermoeidheid en slordigheid. “Maar ik had diezelfde bron een alinea eerder wel vermeld,” voegt ze eraan toe. “Je bent wel een erg domme plagiator als je dezelfde bron eerder in het artikel wél noemt.”

Dit ‘incident’ is de katalysator geweest voor meer beschuldigingen aan haar adres. Micha Kat, ex-medewerker van NRC Handelsblad en nu actief op zijn website Klokkenluideronline, noemde haar de Jayson Blair (een Amerikaanse journalist die grootschalig plagiaat pleegde toen hij voor de New York Times schreef) van de NRC. Van Royen besloot geen actie te ondernemen tegen de aantijgingen. Waarom heeft ze Kat niet voor de rechter gesleept? “Met deze internetcultuur werkt het zo: hoe harder je terugschreeuwt, hoe harder je het ook terugkríjgt. Ik ben heel stil gaan liggen. Als je geschoren wordt, moet je stil zitten, heb ik geleerd. Nu ik veel televisie doe voor de NOS, kunnen mensen zien en horen wat ik doe – dat kan ik niet verzinnen. Daardoor is het gerucht wel gaan liggen.”

Het leven als correspondent is volgens Van Royen niet altijd makkelijk. Ze blijft een buitenstaander, waar ze ook is. Haar Nederlandse vrienden kan ze niet uitleggen hoe haar leven er in Brazilië uitziet, haar Braziliaanse vrienden begrijpen niet wat haar werk voor Nederlandse media behelst. “Je moet eenzaam zijn, anders ben je geen goede correspondent. Toen ik in Italië woonde, heb ik de droom gehad dat ik zou veritaliaansen. De eerste keer dat ik merkte dat me dit niet ging lukken, was tegen de tijd dat ik wegging. Terwijl ik met mijn Italiaanse vrienden altijd volledig open in discussie kon, werd ik nu opeens uitgesloten. Ze zeiden: ‘Ja, maar jij bent niet van hier.’ Ik was eerst heel erg beledigd, maar later realiseerde ik me dat ze gelijk hadden. Ik zal nooit Italiaan, Mexicaan of Braziliaan worden.”


Een oplossing voor de problemen die ze signaleert in de Nederlandse samenleving en journalistiek, heeft Van Royen niet. Ze blijft haar werk doen zoals ze dat altijd gedaan heeft. Sommigen bejubelen haar erom, anderen zijn minder enthousiast. “Ik wil natuurlijk niet dat alleen de elite geparfumeerd naar mijn verhaal gaat luisteren. Maar hoe dan? Ik kan het niet meer bedenken. Jongeren moeten de nieuwe wegen vinden. Het enige dat ik kan, is de verhalen vertellen. Tot ik erbij neerval blijf ik dat doen. En dan zeg ik in mijn geval: schoenmaker, blijf bij je leest.”

Meike Wijers