‘Ga het avontuur aan!’

Persoonlijk merkbeleid is ontzettend 2010. Op een überhippe netwerkpicknick in Utrecht profileren zelfstandig ondernemers zodoende tegen elkaar op om ‘zichzelf te laten zien’ en ‘het avontuur aan te gaan’.

‘Vréééselijk woord! Maar alles hier heeft direct of indirect te maken met, komt-ie, personal branding.” Persoonlijk merkbeleid, dus. Tegenover me staat Melinda Wolthuis, volgens haar visitekaartje in het professionele leven opererend als ‘belevenisregisseur’. Uw verslaggever bevindt zich niet, zoals te verwachten zou zijn tussen al die merkvrouwen- en mannen, in een congreszaal of zakencentrum, maar onder een oude en eerbiedwaardige boom in het lieflijk park Oog in Al te Utrecht. Als Melinda het bij het rechte eind heeft, is iedereen onder de boom, al pratend, druk in de weer zichzelf ‘personal te branden’.

Logische beginvraag: hoe komen al die mensen die een persoonlijk merk te verkopen of te marketen hebben (namelijk zichzelf), zo’n veertig à vijftig in getal, zomaar opeens onder een boom bijeen? Hoe is dit gezelschap – dat van een afstandje stilletjes wordt gadegeslagen door plaatselijke allochtonen – met picknicktafel, flessen wijn, lekkere hapjes en leuke versieringen vanuit het niets neergestreken op dit stemmige en sappige stukje gras? Het antwoord is onthutsend simpel: Twitter!

De term van Melinda, hoe ‘vrééeselijk’ ze die zelf ook vindt, blijft gedurende de hele bijeenkomst in mijn kop zitten. Als ik bijvoorbeeld ‘hallo’ zeg tegen Tjapko de Heus, hem een hand geef en hij op mijn vraag hoe hij hier verzeild is geraakt “puur toevallig” antwoordt, kan ik het niet laten te denken: past dit binnen de personal branding van de ongedwongen Tjapko, of spreekt hij de onwaarschijnlijke waarheid? Immers, alle deelnemers hebben zich van tevoren moeten aanmelden. De kosten van de bijeenkomst, die officieel tot ‘picknick’ is gedoopt, bedragen 25 euro. Om dan nog van ‘puur toeval’ te spreken, lijkt me onmogelijk. “Ik ben aangehaakt bij mijn zus,” zegt Tjapko even later. “En ik had vanmiddag toch even niks te doen.”


Ik kijk mijn ogen uit op deze derde Smart & Sexy-picknick (www.smartensexy.nl), die conceptmatig bedacht is en energiek begeleid wordt door de voormalige studente aan de Kleinkunstacademie Lisa Portengen. Als ik van tevoren haar teksten lees op internet (vergeef me dat ik voorwerk pleeg en niet spontaan genoeg ben om zomaar aan een ritje naar de buitenring van Utrecht te beginnen, sorry!), kun je onmogelijk spreken van een laat-maar-waaien-mentaliteit. Integendeel. Hoewel de picknick, als verschijnsel, onmiddellijk beelden oproept van ongedwongen samenzijn, zorgeloos genieten en agendaloos luieren (althans, bij mij), is deze picknick toch van een heel andere orde. Lisa heeft een missie, een bedoeling, misschien voert ze zelfs een strijd. Bijna 24 uur per dag. En ze maakt daar allesbehalve een geheim van. Op Twitter doen haar tekstjes nog het meest denken aan een rondparaderende injectiespuit, gevuld met positivisme. “Stuur jezelf eens een kaartje met een boodschap die je ook aan een hele goede vriend(in) zou geven!” schrijft ze. Of: “Ik ga om 15 uur thee drinken met boze (verdrietige) buurvrouw. Sturen jullie ook wat liefde?” Of: “Tip: zeg altijd wat je wilt en niet wat je niet wilt.” Of (op de avond na de picknick): “Alle gasten van de #smartensexy picknick: dank jullie wel! Wat zijn jullie geweldig xxx”

De intensiteit en frequentie van Lisa’s digitale hartversterkers doen vermoeden dat ze een publiek toespreekt dat een paar keer per dag mentaal bij de afgrond vandaan moet worden getrokken. En hoewel de picknickgasten geen instabiele indruk maken, doet niemand geheimzinnig over de talloze onzekerheden die je als (dikwijls ideëel gedreven) éénpitter het hoofd moet bieden. Neem Bastiaan van den Noort, een jonge vader die zijn hippe baan bij Media Landscape vaarwel heeft gezegd en zakelijk net in het diepe is gesprongen met een eigen bedrijfje in alternatieve kerstpakketten (pakketten ‘met een verhaal’, die bovendien ‘eerlijk gemaakt’ zijn). “We zitten midden in de afronding van onze website,” zegt Bastiaan. “Binnenkort gaan we live. Dat is spannend. Ik heb al wel wat contacten met bedrijven, maar een zekere deal is er nog niet. Nu begint het echte netwerken.”


Zijn ogen glimmen als hij kennismaakt met de jonge Afghaanse Marya Yaqin, een ondernemend type dat naast haar eigen bedrijf in webdesign en communicatiemiddelen haar hart verpand heeft aan het coachen van allochtone jongeren richting hun eerste baan (“Ik zie zoveel talent dat alleen vanwege een hoofddoek niet aan de bak komt”). Daarnaast werkt ze ook nog als projectleider bij VluchtelingenWerk. Bastiaans ogen beginnen te glanzen. “VluchtelingenWerk? Tóp! Zou mooi zijn als jullie wat zouden doen met onze kerstpakketten.” Marya lacht haar indringende glimlach en geeft Bastiaan haar visitekaartje. Hij haar het zijne, vlak over het hoofdje van zijn kleine dochter die vanuit een trappelzak luidkeels weent om iets te eten.

Na drie kwartier babbelen – of beter gezegd ‘intensieve communicatie met de rondwandelende business potentials – ben ik toe aan een stevige versnapering. Een kleine, sexy geklede dame (die me aan het begin vriendelijk verwelkomd heeft en een – help! – roze Smart & Sexy-bandje om mijn pols schoof) heeft mijn droge keel allang in de smiezen en staat onmiddellijk klaar met een half gevulde fles rosé. Ze schenkt in. “En?” vraagt ze. “Hoe vind je het hier?” Waar of niet, ik heb het gevoel dat ik al tientallen mensen gesproken heb terwijl we nog niet eens op een derde van de picknick zijn. “Al die gesprekken,” zeg ik. “Als ik niet oppas, eindig ik met een heel droge strot.” Ter preventie neem ik een eerste teug rosé. Lisa, de inspirator van dit alles, schuift achter me langs. Ze laat haar hand subtiel over mijn bil glijden en vraagt: “Heb je ’t naar je zin?” Ik zie haar mooie ogen langs de verschillende delen van het gezelschap schieten, als twee zoeklichten die zich vergewissen van de intermenselijke energiebanen, die – als het goed is – vrijelijk aan het stromen zijn. Zonder spelbrekers. “Prima,” zeg ik neutraal. En voor ik haar reactie op mijn nietszeggende reactie kan peilen, is ze alweer weggeschoten. Om een minuut later op mijn schouder te tikken en los te barsten in een lofzang op de zeventienjarige fotografe Anne, die ze een ‘heel lief schatje’ en een ‘geweldig talent’ noemt. Ze wijst de onschuldige schoonheid aan, die net haar lens scherpstelt op twee vrouwen op een laken; de een masseert de voet van de ander, bij wijze van een op maat gesneden ‘topervaring’.


Waar plast een man tijdens een picknick?. Om me heen spiedend zie ik niet onmiddellijk een logische en veilige plek. Hoewel de picknicksfeer dus ontzettend smart en heel erg sexy is, zal een libertijnse urinestraal tegen de immense, Utrechtse boom door het gros van de aanwezige dames, vermoed ik, toch niet op prijs worden gesteld. Betalen voor het kijken naar een piesende meneer – op de een of andere manier wringt het. Daarom zet ik maar koers richting het resterende park, in de hoop dat ik om de hoek van één of ander bosje of boom ineens getrakteerd wordt op de perfecte heg of ideale onkruidmuur, waarachter ik de boel ontspannen kan afwateren.

Onderweg betrap ik mezelf erop dat ik de oudere allochtonen op de parkbankjes, sommigen spelend met een kralenketting, aangaap als natuurelementen. Ze zitten, ogenschijnlijk, zo tevreden en zichzelf genoeg zijnde voor zich uit te staren dat ik even de neiging voel opkomen me naast een van hen te installeren en mijn hoofd tegen een schouder te vlijen. Ik weet niet waarom, maar het idee dat de schouder van iemand zonder Twitteraccount lekkerder ligt dan van iemand mét, dringt zich op.

(Het wachten is op het wetenschappelijk bewijs.)

Eenmaal terug (ben uiteindelijk geslaagd in een café om de hoek) val ik midden in een speech van Lisa, die ons via een draadloze microfoon aanspoort vooral ‘het avontuur aan te gaan’ en je ‘maximaal te openen’ voor de ander. “Laat je zien!” is het credo. En: “Stap gewoon af op degene waar je nieuwsgierig naar bent.” Alsof haar woorden nog niet genoeg aansporing bevatten, wijst ze ook nog op de roze envelopjes die in de bomen hangen en, zo blijkt, ‘speciale boodschappen bevatten waardoor je met een andere blik naar deze picknick gaat kijken’.


De picknick voelt af en toe als een kinderpartijtje, realiseer ik me. Maar dat geldt in deze kringen ongetwijfeld als een compliment, want in je kindertijd ‘sta je dichter bij jezelf’. Op de terugweg naar mijn oorspronkelijke glas, ergens op tafel tussen de hapjes, loop ik Tjapko uit het begin weer tegen het lijf. Ik vind dat ik genoeg geluisterd heb en poneer de stelling dat Smart & Sexy de even hippe als onherkenbare variant is van de Rotaryclub of de Lions. Doelgroep: jonge, hoogopgeleide vrouwen. “Ha!” roept hij. “Nou, laten we inderdaad hopen dat het hier heel anders toegaat. In mijn vorige leven zat ik bij dat soort clubs. Helemaal opgedirkt. Jasje, dasje. Daar wil ik nooit meer naar terug!” Hij legt uit dat hij een pas gestart videobedrijfje heeft dat organisaties helpt op een goede manier zichtbaar te worden op internet, met fotografie, met videoproducties. Op zijn website image2media.nl meent hij een ‘mensenmens’ te zijn die ‘ambitieus, gedreven en resultaatgericht is’. Dat laatste kan kloppen, want twee dagen na de picknick krijgen alle picknickgenodigden een tweet van Lisa, met daarin de link naar Tjapko’s video-impressie.

Overhoor me niet over wie ik verder die middag nog spreek; het duizelt me. Ik weet wel dat de gebeurtenissen op de lakens, in de lig- of zithouding, langs me heen gaan. Ik sta bij de tafel en praat maar door. Jammer, want zo mis ik deelnemers die misschien minder ouwehoeren en meer voelen, als je begrijpt wat ik bedoel. Ik noem een Rebecca van der Wurff, wier ‘passie’ volgens haar website erotiek is en die daags na de picknick via Lisa’s Twittertimeline namens het bedrijf Pleasurements.com een vibrator van 7500 euro in de digitale etalage legt, onder het motto niet geschoten, altijd mis.


Met haar had ik wellicht een andere gespreksroute gevolgd dan met Welmoed Verhagen, die achtereenvolgens ‘lobbyist’, ‘psycholoog’ en ‘polemoloog’ zegt te zijn en een poosje van haar leven in dienst heeft gesteld van de mondiale strijd tegen kernwapens. Zij is van het type ‘zet-de-sluizen- open’ en dus weet ik na vijf minuten dat ze haar nieuwe vriend via internet heeft ontmoet, dat deze vriend beschikt over drie kinderen en dat ze (hoogtepunt) ooit een Kamerdebat tussen Martijn van Dam (PvdA) en Maxime Verhagen (CDA) via een link naar de BlackBerry van de eerste significant heeft beïnvloed. Gaat dat tegenwoordig zo? hikt mijn 46-jarige brein.

En o ja, dan staat er opeens een dame naast Lisa. Ze heeft iets gewonnen. Lisa: “Wat heb jij een mooie decolleté! Daar is je vriend vast trots op.” De dame in kwestie laat het compliment stralend over zich heen komen. Applaus. Ze heeft de ‘trouwen-voor-1-dag’-prijs gewonnen – u raadt het al: ook weer een concept met een eigen website (www.wed-and-walk.com). Uit mijn ooghoek zie ik even later overigens dat enkelen al beginnen met opruimen. Ik kijk op mijn horloge. De tijd is voorbijgevlogen. In een zakelijke drang tot tastbaar resultaat doe ik een greep in mijn vestzakje en noteer ik een oogst van vijftien visitekaartjes: van ‘video-editor’ tot ‘Interim HR Professional’ tot ‘communicatie-expert’ tot ‘regressietherapeut’. Niet slecht, zeker in combinatie met al die bevestigende aanrakingen, blikken en opmerkingen (“Wat heb jij een mooi gezicht!”). Op het laatst komt er zelfs een vrouw naar me toe die me een compliment maakt over mijn aardsheid. “Ik heb je een beetje gevolgd,” zegt ze. “Je staat heel stevig op de grond.” Als ik vraag of dat per se een goed teken is, zegt ze glimlachend dat ‘vrouwen van dat soort mannen houden’. Hoewel je met een rottere opmerking afscheid kunt nemen en – als je een positiever zelfbeeld hebt – de deur naar de euforie allicht volledig opengooit, denk ik onwillekeurig: is die vrouw daar geposteerd en onderdeel van het Smart & Sexy-concept?


Terugkuierend naar mijn roestige Volvo 740, sinds enige tijd aangeduid als het type Martin Bril, denk ik aan neuropsycholoog Margriet Sitskoorn. Aan hoe ze onlangs sprak over een ‘pijngebied’ en een ‘genotsgebied’ in onze hersenen. En aan de mijns inziens definitieve ontmaskering van de journalistiek als falende manier om, zogenaamd ‘objectief’, buiten de beperkingen en de logica van de hersenpan te treden. Mijn ‘pijngebied’, concludeer ik, heeft de picknick ervaren als een jachtige, dwangmatige en samengeperste meeting, waarboven het taboe van ‘ik-doe-maar-wat’ en ‘ik-heb-even-nergens-zin-in’ hing. Mijn ‘genotsgebied’ is minder aan zijn trekken gekomen, maar heeft zich wel degelijk in de zwoele blikken en dito aanrakingen gewenteld. Wanneer ik de oudere allochtonen op hun bankje groet, lachen ze en meen ik, teruglachend, in elk geval één ding zeker te weten: dat een Twitteraccount je eerder afhoudt van datgene waar het om draait dan dat het je er naartoe zuigt.

Hans van Willigenburg