Houtklanken

Nu we alweer over de helft van 2010 heen zijn, beginnen zich in de hoofden van muziekliefhebbers lijstjes te vormen van albums die dit jaar de meeste indruk hebben gemaakt. Het derde, titelloze album van de Canadese folkband Timber Timbre wordt steeds vaker getipt als een potentiële gegadigde voor de toptien – en terecht. Het droog opgenomen akoestische gitaartje en die warme, spookachtig echoënde stem hypnotiseren de luisteraar vanaf de eerste maten. Die stem is van singer-songwriter Taylor Kirk, oorspronkelijk het enige vaste lid van de groep totdat Mika Posen (viool) en Simon Trottier (lap steel, autoharp, synthesizer) zich aan zijn zijde voegden.

De bandnaam Timber Timbre – ‘de klankkleur van timmerhout’ – verwijst naar de akoestische kwaliteiten van het houten schuurtje waarin Kirk zijn eerste opnamen maakte. Die droge, warme klank beheerst het klankbeeld nog steeds, en daarnaast de spraakzaamheid van de instrumentatie. De stem is het belangrijkste instrument: Kirk vertelt je zijn vaak macabere verhalen – ‘met je Zwitserse legermes groef je mij op uit m’n ondiepe graf en alleen jij kon mijn sterk ontbonden lijk weer tot leven brengen’ (Lay Down in the Tall Grass) – en het is niet de bedoeling dat je ook maar één woord mist. De ritmes zijn ingehouden en functioneel en de versieringen van orgel, viool of elektrische gitaar doen hun werk schuchter op gepaste afstand. Sinds Paul Simons The Sound of Silence is de klank van de stilte niet meer zo indringend geweest.

import muziek