De Tovenaarsleerling

In Johann Wolfgang von Goethe’s gedicht Der Zauberlehrling laat de pupil, als der Hexenmeister even op stap is, het volledig uit de klauw lopen. De bezeten bezem zorgt ervoor dat bijkans het hele huis onder water staat, terwijl de leerling alleen maar wilde dat deze het bad zou vullen. Maar hij kent de juiste spreuken nog niet. Uiteindelijk keert der alte Meister terug en de rust in huis ook. Dat Frits Bolkestein de tovenaar is en Geert Wilders de tovenaarsleerling, moge duidelijk zijn voor degene die het gelijknamige boek van Meindert Fennema heeft gelezen.

Wilders ging bij de VVD-fractie werken toen Bolkestein deze leidde en werkte met hem samen, maar verder gaat de vergelijking niet op. Ondanks de bewondering voor Bolkestein maakte Wilders nooit deel uit van zijn ‘klasje’.

Wel krijgt de lezer een aardig inkijkje in het dagelijks leven van Geert Wilders. De persoonsbeveiliging maakt daar een groot onderdeel van uit en dat levert enkele aardige anekdotes op. Wilders die zichzelf, vermomd met pruik en snor, een slechte versie van Ronnie Tober vindt, de bewakers die aanwezig zijn tijdens het kerstdiner bij Wilders’ schoonouders in Boedapest en de beveiliger die naakt met zijn mitrailleur boven op de barak van Wilders in Kamp Zeist klimt wanneer het alarm afgaat. De DKDB’er stond op dat moment te douchen. Buitengewoon geestig, ware het niet dat het intens triest is dat Wilders de best beveiligde politicus van Europa is en moet zijn. Schandalig is echter de verwijzing die Fennema maakt naar de ‘affairettes’ die Wilders zou hebben gehad met vrouwelijke Kamerleden, stagiaires en parlementair verslaggeefsters. Roddel en achterklap die lijken te zijn neergepend met als enig doel effectbejag. Een jurist zou het wellicht smadelijk noemen. Het is zéker een hoogleraar politicologie onwaardig.

Dat wil niet zeggen dat de oud-communist Fennema vooringenomen tegenover Wilders staat. Sterker nog: hij spreekt zijn bewondering uit voor de modus operandi van de geblondeerde politicus. Zo noemt hij hem ‘superieur’ tijdens de debatten in de aanloop naar de gemeenteraadsverkiezingen en steekt hij niet onder stoelen of banken dat hij Wilders een buitengewoon geestig redenaar vindt. Ook in zijn hoofdstuk over het proces dat tegen Wilders wordt gevoerd, neemt Fennema het voor hem op. Politiek betekent volgens hem ook het veroorzaken van ‘conflictueuzetweespalt’. De rechter ziet dat juist als aanleiding om Wilders te vervolgen. Fennema vindt dat te kort door de bocht; hij vindt dat het Openbaar Ministerie alles ‘op één hoop gooit’. “Met de vrijheid van meningsuiting moet zorgvuldiger worden omgegaan.”

Enfin, het boek is vooral een aardige kroniek van de (politieke) radicalisering die Wilders heeft doorgemaakt in de loop der jaren. Maakt Wilders als beginnend Kamerlid in 2001 bij Barend & Van Dorp nog onderscheid tussen de religieuze islam en de extremistische uitwassen daarvan, met de jaren verandert het standpunt in het afwijzen van de islam als geheel. Ook beschrijft Fennema hoe Wilders de term ‘fascisme’ weet te ontfutselen aan oud-links Nederland. Was reactionair rechts in de jaren zeventig en tachtig nog fascistisch, Wilders plakt dit etiket halverwege dit decennium op de islam. Daarmee kantelt hij het klassieke links-rechtsparadigma en laat hij zijn tegenstanders in verwarring achter. Dat ging lang goed, maar onlangs nog noemde oud-PvdA-Kamerlid en politiechef Gerda Dijksman hem alsnog een fascist. Tja.

Het eerste boek werd vorige week dinsdag in Nieuwspoort door Fennema aan Bolkestein overhandigd. Die laatste stelde daar dat Wilders geen bedreiging voor de rechtsstaat is. Wilders heeft van alles gezegd, maar vooralsnog niets gedaan. De strenge beveiliging van Wilders is juist een aantasting van de rechtsstaat, aldus Bolkestein. Hielp de oude meester zijn ‘leerling’ toch nog even uit de brand.

‘Geert Wilders. De tovenaarsleerling’,

Prometheus. €19,95. Ook verkrijgbaar via www.ako.nl

bas paternotte haagse post