Dikke ego’s

Al heel lang wordt zelfrespect als een belangrijke voorwaarde gezien voor kinderen om zich te ontplooien, en voor hun algemeen gevoel van welbevinden. Niet alleen voor kinderen trouwens. Hoe de relatie tussen iemands zelfrespect en zijn persoonlijke groei dan wel geluk precies in elkaar zit, is niet helemaal duidelijk, maar de redenering verloopt vanuit het omgekeerde: als een kind een slechte dunk van zichzelf heeft (zichzelf een nietswaardige loser vindt), dan zal het ongelukkig zijn en slecht presteren. Het lijkt bijna tautologisch dat een ongunstig zelfbeeld neerslachtigheid met zich meebrengt en dat dat niet bevorderlijk is voor het leveren van prestaties, maar dat betekent nog niet dat gelukkig zijn en goed presteren het gevolg zijn van een gunstig zelfbeeld.

Toch wordt in de opvoeding en het onderwijs zelfrespect nog steeds als iets cruciaals beschouwd. In pop-psychologische termen geformuleerd: je moet eerst van jezelf houden, voordat je ergens anders aan toekomt (van andere mensen houden, taken tot een goed einde brengen, prestaties leveren, boven jezelf uitstijgen). Vandaar dat ouders in opvoedingsbladen wordt voorgehouden dat ze hun onvoorwaardelijke ouderlijke liefde ook regelmatig in concrete bewoordingen moeten bevestigen tegenover hun kind: ‘Ik hou van je’, ‘je bent de liefste van de wereld’, ‘je bent fantastisch’, enzovoort. Vandaar dat juffen en meesters op school kwistig met complimenten en aanmoedigingen strooien, en terughoudend zijn met kritiek en al helemaal met slechte cijfers. Dit alles om kinderen te voorzien van het broodnodige zelfvertrouwen en zelfrespect.

Deze aaiende bejegening lijkt te werken. In Amerika pleitten psychologen onlangs op een sarcastische manier voor een uitbreiding van de zelfrespectschaal (een standaard-vragenlijst waarmee je iemands zelfwaardering kunt meten), omdat vergeleken met twintig jaar geleden nu twee keer zoveel jongeren de maximale score haalden en de vragenlijst dus nauwelijks meer differentieert. Het overgrote deel van de ondervraagde jongeren betoonde zich buitengewoon ingenomen met zichzelf, iets wat de onderzoekers opvatten als een teken van toenemend narcisme in de maatschappij.

Dezelfde opvatting wordt ook aangehangen door filosoof en socioloog Bas van Stokkom, wiens boek Wat een hufter! vorige week met een forumdiscussie ten doop werd gehouden. Mensen vinden zichzelf geweldig en eisen met hun ‘dikke ego’s’ te veel plaats op in de openbare ruimte, in dagelijkse uitwisselingen en op internet. Met hun niets en niemand ontziend streven naar eigenbelang vertrappen zij de bescheidener medemens. Kleine frustraties worden onmiddellijk omgezet in verbale of fysieke agressie (korte lontjes!), kortom: heden ten dage heerst de terreur van de narcist.


Zou het werkelijk? Zelf heb ik nooit geloofd in de kracht van een tamelijk ongrijpbare notie als zelfrespect. Niet ten positieve, maar ook niet ten negatieve. Het idee dat kinderen gelukkiger en tevredener over zichzelf worden als je voortdurend tegen ze zegt hoeveel je van ze houdt of hoe geweldig ze zijn, komt mij al te simplistisch voor. Een compliment is alleen waardevol na geleverde prestatie (en niet te vergeten inspanning!); van tevoren of als routinematige reactie stelt het niets voor. Als een kind de standaardlof en -liefde krijgt toegezwaaid van ouders en opvoeders, denkt hij niet echt dat hij geweldig is. Er zijn tenslotte ook nog allerlei andere beoordelaars (leeftijdgenoten) wier feedback minstens zo belangrijk en misschien wel belangrijker is. Dat het op dit punt helemaal niet in orde is, blijkt uit het onuitroeibare fenomeen van het pesten dat weer een nieuw dieptepunt heeft bereikt in het zogenaamde ‘bezemen’: filmpjes op YouTube waarin kinderen elkaar op infame wijze treiteren en bedreigen. Alles anoniem, uiteraard.

Intussen is het aantal kinderen dat een therapeut bezoekt ook verdubbeld in de afgelopen tien jaar. Last van te weinig zelfrespect of juist te veel? Moeilijk te zeggen, maar waarschijnlijk is het hele begrip niet van toepassing. Het is in ieder geval niet zo dat kinderen die zich schuldig maken aan pestgedrag over aantoonbaar veel zelfrespect en een ‘dik ego’ beschikken. Dat zijn meestal ook weer kinderen die ergens onder lijden en hun onzekerheid op de verkeerde manier compenseren. Al met al lijkt het begrip zelfrespect weinig toe te voegen als verklaring voor dingen die goed of fout gaan. Zelfwaardering doet er niet toe vergeleken met het gedrag zelf.

import beatrijs ritsema