Heilige graal

Ook de jazz kent van die monumentale platen die het verdere verloop van de muziekgeschiedenis hebben bepaald. Waar de popmuziek monumenten als The Freewheelin’ Bob Dylan, Sgt. Pepper’s Lonely Heart Club Band, de bananenplaat van de Velvet Underground of Radioheads OK Computer kent, heeft de jazz de Hot Five & Hot Seven Recordings (Louis Armstrong), The Blanton-Webster Band (Duke Ellington), de Dial Sessions (Charlie Parker) en A Love Supreme (John Coltrane).

Bitches Brew van Miles Davis, ook zo’n mijlpaal, onderscheidt zich op twee manieren van de reeds genoemde meesterwerken. Ten eerste wordt dit in 1970 verschenen dubbelalbum door zowel rock- als jazzmusici beschouwd als de heilige graal en ten tweede was dit minstens de derde plaat – hij deed dit eerder met Birth of the Cool en Kind of Blue – waarmee Davis geschiedenis schreef. Door het album het motto directions in music te geven, nam hij openlijk afstand van de jazz pur sang. Bitches Brew ontstond uit klankstaketsels die werden gebouwd op James Brown-gerelateerde grooves, geïmproviseerde jamsessions die door het ingenieuze knip- en plakwerk van producer Teo Macero werden getransformeerd tot even hypnotiserende als diabolische klankschilderingen. Davis gebruikte zijn muzikanten – Wayne Shorter, John McLaughlin, Joe Zawinul, Chick Corea, Dave Holland, Jack DeJohnette – als potten verf: hij vroeg of dwong hen om juist díe kleur te spelen die hij nodig had voor zijn compositie. Bijna allen ervoeren die aanpak als een keurslijf en verlieten Davis kort na de sessie om hun eigen, vaak totaal andere muziek te gaan maken. Pas veel later beseften zij dat zij samen met Miles Davis een wonder hadden verricht.

import muziek