Op de Zuidoever

Waarin de vrouw die over de dood droomde nog eens herdacht wordt.

Vanaf 22 oktober zal de Be-roemde Maar Inmiddels Ver-geten Nederlandse Schrijfster in het kader van Nederland Leest bijna een maand in de schijnwerpers staan. Dat is dan voor de tweede keer, want in de jaren vijftig was haar debuut een klinkend succes dat uiteindelijk in dertien talen zou worden uitgebracht. Om het effect te vergroten, hoopt de CPNB dat haar naam tot 22 oktober geheim blijft. De schrijfster, die haar leven van de dood droomde, overleed in 1985 en woonde een groot deel van haar leven in Parijs, dat altijd gelukzoekers en armoedzaaiers heeft getrokken, hoewel dezelfde stad ze recentelijk als bekend vooral exporteert. Op foto één staat men op de grens van de twee klassieke kunstenaarswijken. De Parnassusberg was rond 1910 het domein van Picasso, de dadaïsten, Erik Satie en James Joyce. Na 1945 werd het nieuwe speelterrein de wijk rond de oude abdij van Sint Germanicus-in-de-Velden, met existentialistische deelnemers als Sartre, Beauvoir, Godard en Truffaut. De Nederlandse schrijfster die altijd van de dood droomde, bleef in de jaren vijftig overigens de Parnassusberg frequenteren. Daar woonde zij onder meer in de rue de la Grande Chaumière, waar in de eerste helft van de twintigste eeuw de allerberoemdste schildersacademie van Parijs was gevestigd en waar de beginnende kunstenaar nog altijd de benodigdheden kan kopen in de tekenwinkel er recht tegenover. Mogelijk speelde hier mee dat de beide broers van de schrijfster kunstschilder waren, die overigens pas vele jaren later succes zouden behalen, maar dan vooral in Frankrijk.

Voor deze en even zoveel andere weetjes draait francofiel Philip Freriks zijn hand niet om. Als ambassadeur van was hij de aangewezen gids tijdens de bedevaart die de CPNB afgelopen weekend had georganiseerd om het journaille te kunnen wijzen op de talloze voetstappen in de Lichtstad van de schrijfster die altijd over de dood droomde.


De kunstenaars hebben allang plaatsgemaakt voor het grote geld. Het blijft amusant om te zien dat de cafés Les Deux Magots en De Flore, waar de existentialisten uit geldgebrek de halve dag op één kopje koffie teerden, en waar een demi de bière inmiddels twaalf euro kost, thans het domein zijn van met reisgidsen uitgeruste Japanners en Chinezen. De reputatie van de kunstenaars leeft paradoxaal genoeg vooral voort op het cimétière de Montparnasse, waar een schrijfster als Beauvoir dertig jaar lang vanaf haar balkonnetje recht op uitkeek, alvorens er zelf te eindigen. Foto vijf is diezelfde dodenakker, waar de deksteen van Chinezenvriend Joris Ivens toepasselijk wordt verzorgd door een dankbare oriëntaal. Iets verderop ligt de ronduit gezellige laatste rustplaats van Serge Gainsbourg, die wel een kleine bloemenstal lijkt, met talloze snuisterijen en ingelijste fotootjes, en veel verdrietige vrouwelijke bezoekers.

Foto zes tot slot is de van de Nederlands-Italiaanse romancière Rosita Steenbeek, die speciaal werd aangezocht om de lofrede te schrijven van de schrijfster die altijd droomde van de dood. Maar daarover meer in de derde week van oktober.

Jan Zandbergen