Robert Vuijsje in gesprek met Bret Easton Ellis

Journalist en schrijver Robert Vuijsje spreekt in het Amsterdamse The Grand met de vermaarde Amerikaanse auteur Bret Easton Ellis over zijn boeken, zijn groupies en paranoia. ‘Ik zit in m’n eentje op een planeet; in Amerika ken ik niemand die op dezelfde planeet zit’.

Hoewel we binnen zijn en het buiten regent, draagt Bret Easton Ellis een zonnebril. En een Nike-petje. Hij loopt door de lobby van het Amsterdamse hotel The Grand en is net begonnen aan het Europese deel van zijn wereldtournee. Morgen vertrekt hij naar Parijs.
De tournee, ter promotie van zijn nieuwe boek dat in Nederland De Figuranten heet en in het Engels Imperial Bedrooms, duurt langer dan drie maanden. Amerika en Australië heeft hij al gedaan, Europa moet nog.
Het valt moeilijk vast te stellen hoeveel mensen tijdens al die maanden tegen hem zullen zeggen dat ze óók een boek hebben geschreven. En dat het boek in hun eigen land ook reuze controversieel was en dat allemaal mensen boos werden.
“Goedemorgen Bret,” zeg ik maar. “We gaan naar boven, naar de trouwzaal.” Bret zegt: “Let’s do it.”
Ik vertel dat we in een voormalig stadhuis zijn. In de trouwzaal werden vroeger echte huwelijken afgesloten. Bret is onder de indruk. In de trouwzaal zet hij zijn zonnebril af en ik zeg dat ik ook een boek heb geschreven. Mijn boek was ook reuze controversieel in mijn eigen land en allemaal mensen werden boos. Bret zit er echt op te wachten om alles te horen over mijn boek, maar ik vraag:

Willen ze van u ook altijd weten of uw boek autobiografisch is?
“Dat vragen ze nooit,” zegt hij. “Mijn personages doen zulke afschuwelijke dingen dat het onmogelijk autobiografisch kan zijn. Nu pas durf ik toe te geven dat al mijn boeken autobiografisch zijn. Sinds vorig jaar durf ik te vertellen dat Patrick Bateman een autobiografisch personage was. Terwijl ik aan American Psycho werkte, leek mijn leven sterk op dat van hem. Ik leefde hetzelfde leven als hij, ging naar dezelfde restaurants en discotheken. Die lifestyle gaf me een leeg en boos gevoel. Uit die frustratie kwam American Psycho voort. Het was niet zo dat ik prostituees vermoordde of door Central Park liep met een bijl in mijn hand, maar de woede die ik voelde kwam in dat boek terecht.
“Al mijn boeken zijn autobiografisch; het gaat over mijn pijn en eenzaamheid en vervreemding. Het is niet logisch of pragmatisch, ik word niet wakker met de gedachte: vandaag ga ik hier eens een boek over schrijven. Het gaat over de dingen die ik op dat moment voel. Daarom schrijf ik boeken. Ik heb nooit voor een publiek geschreven. Het zijn persoonlijke werken die voor mezelf bedoeld zijn. Ik zou niet weten hoe ik het anders moest doen.”

Lees het gehele artikel in de HP/De Tijd van deze week.

Robert Vuijsje