Doemscenario’s

In reactie op de komende bezuinigingen staan de media voorspelbaar genoeg bol van de analyses – deskundigen becijferen welke groepen het meest moeten inleveren – en van individuele klaagzangen van mensen die zich gepakt voelen. Het is natuurlijk nooit leuk als het leven duurder wordt, maar hier en daar wordt wel erg extreem gereageerd op het naderend onheil. Alsof de donkere Middeleeuwen terugkeren wanneer de burger over minder vrij besteedbaar inkomen beschikt.

Het duidelijkst zie je dat op het gebied van de kinderopvang. Daarvan is de begroting de afgelopen jaren met meer dan een miljard euro overschreden en de voorheen ruimbemeten overheidssubsidie (waar louche bemiddelingsbedrijfjes ook nog eens de boter uit gebraden hebben) zal worden teruggeschroefd, zodat het ouders meer geld gaat kosten. In het veld van de kinderopvang klinkt ach en wee en hoor je de voorspelling dat veel vrouwen zullen terugkeren naar het aanrecht, omdat werken in de nieuwe omstandigheden niet meer rendabel zou zijn. Een aanslag op de vrouwenemancipatie! Dit protest klinkt even kinderachtig en ongeloofwaardig als de reacties een halfjaar geleden op de plannen om de studiefinanciering af te schaffen en te vervangen door zachte studieleningen. Als de basisbeurs wordt afgeschaft, gaan er veel minder jongeren studeren, luidde het dreigement. Maar niemand bij z’n volle verstand zal op z’n achttiende de voorkeur geven aan een ongeschoold baantje tegen een schamel loon, boven een investering in zijn toekomst door te gaan studeren, ook al moet daar een lening aan te pas komen. Een goede opleiding biedt nu eenmaal de beste kansen op materiële zekerheid in de toekomst en het lijkt redelijk dat degene die later zal profiteren van zijn opleiding mede-investeert in de kosten die hiervoor nodig zijn.

Bij werkende vrouwen ligt het niet anders. Als zij belang hechten aan betaald werk, aan het bekleden van een maatschappelijke functie, aan het benutten van hun talenten en kundigheden, desnoods alleen maar aan de contacten buitenshuis, dan zullen ze heus wel met dat werk doorgaan, ook al gaat het grootste deel van hun verdiensten linea recta naar de kinderopvang. Tenslotte levert werk meer rendement op dan alleen de pegels en tenslotte is goede kinderopvang belangrijk genoeg om er veel geld voor over te hebben. In ieder geval belangrijker dan een wintersportvakantie of een nieuwe sofa.


Ook in de zorg klinken paniekerige stemmen. Als zelfstandig wonende psychiatrische patiënten een eigen bijdrage van negentig euro per maand moeten gaan betalen voor hun reguliere dagactiviteiten, dan dreigen ze daar niet meer naar toe te gaan. En als ze niet worden behandeld, verkwijnen ze thuis of gaan ze op straat aan de zwerf, waarschuwen de hulpverleners. Wat een eigenaardige prioriteiten worden hier gehanteerd.

Zouden mensen met een psychische stoornis echt zo dom zijn om vereenzaming of verloedering te verkiezen boven gestructureerde dagactiviteiten à raison van negentig euro per maand? Ik kan het me niet voorstellen. Vergeleken met de financiële inspanningen van de maatschappij om deze vorm van zorg draaiende te houden, valt een dergelijke individuele bijdrage toch in het niet?

De reacties op de aangekondigde bezuinigingen in de zorg staan vooral in het perspectief van vermindering van solidariteit met de zwakkeren. Maar de immer stijgende uitgaven in deze sector zijn niet zozeer het gevolg van toenemende aantallen behoeftigen die voor hun overleving afhankelijk zijn van de overheid, als wel van een brede voorzieningencultuur waarop iedereen van arm tot rijk aanspraak kan maken als het tegenzit. Heb je problemen met lopen of zien? De overheid betaalt rollator of bril. Evenzo kan iedereen aanspraak maken op thuishulp, gesubsidieerde invalidenparkeerplaatsen, trapliften – ook als je rijk genoeg bent om het zelf te betalen. De SP vindt bijvoorbeeld dat in zieken- en verzorgingstehuizen televisie, telefoon- en internetaansluiting onder de eerste levensbehoeften vallen en dus in de basisverzekering inbegrepen moeten zijn.


Geen wonder dat de AWBZ (Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten) onbetaalbaar wordt, als iedereen die met ziekte of ouderdom wordt geslagen recht heeft op financiële compensatie van de overheid. Afslanking van de AWBZ zal er niet toe leiden dat de kwaliteit van de zorg vermindert, maar dat burgers die in goeden doen verkeren hun prioriteiten anders stellen en dan kan de zorg voor zichzelf weleens belangrijker blijken dan de erfenis voor de kinderen.

import beatrijs ritsema