Duitse taboes

Duitsland viert zondag de twintigste verjaardag van zijn eenwording. Reden voor een feestje, want na jaren vervreemding tussen Ossi’s en Wessi’s zijn de ergste integratiestuipen voorbij en is er een ontspannen Duitsland ontstaan. De Berlijnse Muur is een herinnering geworden, en niemand heeft nog Angst voor een nucleaire holocaust en een Derde Wereldoorlog. Maar nieuwe splijtzwammen dienen zich aan. Het zijn de bekende ‘i-vraagstukken’ (immigratie, integratie, islam) waar ook de rest van Europa geen grip op heeft. Volgens opiniepeilingen zou bijna twintig procent van de Duitsers wel iets zien in een nieuwe conservatieve partij, rechts van de CDU. Daarbij valt ook de naam Geert Wilders. De blonde volkspoliticus is op 2 oktober in Berlijn, op uitnodiging van René Stadtkewitz, een Duitse generatiegenoot die uit de CDU is gezet en een eigen partij – Die Freiheit – wil oprichten met een soortgelijk program als de PVV.

Het ligt misschien aan mijn onderbuik, niet mijn beste antenne, maar ik heb hier geen goed gevoel bij. Op zich is het waarschijnlijk onvermijdelijk dat er ook in Duitsland een Vrijheidspartij opstaat die op de nationale en anti-islamitische toer gaat, maar naar mijn idee doet Wilders er goed aan zich hier verre van te houden. Wie aan de politieke correctheid van de Bondsrepubliek pulkt, en dat gaat Stadtkewitz ongetwijfeld doen, opent een doos van Pandora. Wilders kan zich nog als opvolger presenteren van de vrijgevochten relnicht Pim Fortuyn, in naam van de ‘Hollandse’ traditie als land waar alles kan. Niet voor niets had Wilders het in New York over Dutchtolerance. Maar voor Duitsers is het heel wat moeilijker om als nationale vrijheidsstrijder uit de kast te komen. Inderdaad, vanwege het naziverleden. Niemand kan voorspellen wat er gebeurt als die rem eraf is. Misschien valt het mee en zorgt het voor opluchting. Maar er zullen zeker ook ongewenste bijverschijnselen optreden, en het is beslist niet in het Nederlands belang, of dat van Wilders, als politieke marskramers bij onze oosterburen vanuit de duistere krochten van de Duitse ziel historische taboes gaan slechten.

Laat ik even een teen in troebel water steken. Jörg Haider haalde in Oostenrijk nogal wat stemmen op van mensen die vinden dat joden te veel macht hebben in de wereld, een sentiment dat ook in Zwitserland sterk is. Zou dat in Duitsland anders zijn, na alle Wiedergutmachung die eris betaald? Nu wordt er nog besmuikt gesproken over ‘zekere kringen aan de Amerikaanse oostkust’. Natuurlijk bestaat er in Duitsland ook veel onbehagen over de islam, maardat laat zich perfect nuanceren door vrijheden die het huidige Israël zich permitteert terdiscussie te stellen. De schaamte over watde joden is aangedaan, is in Duitsland groot en oprecht. Maar juist omdat antisemitismeer zo’n groot taboe is, is het voor types die aandacht willen, aantrekkelijk om eraan te krabben. Wilders, die sterk pro-Israël is, zou alleen al hierom de Duitse politieke correctheid moeten waarderen. Dan hebben we het nog niet over de Heimatsvertriebenen en hun nazaten die achter Oder en Neisse in gebiedsverlies hebben moeten berusten, of over de Duitse steden die tijdens de oorlog door de westelijke geallieerden met de grond gelijk zijn gemaakt.


Is het dan een goed idee als Wilders, voor Amerikaanse vrienden een eigentijdse Churchill, in Berlijn tot een koude oorlog tegen de islam oproept? Kun je in Berlijn wel beginnen over het stoppen van de immigratie zonder aan nieuwe wachttorens te denken? Het zijn zomaar wat vragen waarop Wilders geen antwoord heeft. Gelukkig hoeft dat ook niet, want de Duitsers weten zelf wat goed voor hen is en hebben in Angela Merkel een ijzersterke bondskanselier die altijd het juiste woord paraat heeft. Anders dan Nederland heeft Duitsland leiders die voor hetere vuren hebben gestaan. Over de Duitse eenwording, een groot internationaal taboe, werd tot 1989 niet gepraat, maar toen de Muur viel, wist de politiek te handelen. Politieke correctheid hoeft niet tot blindheid te leiden.

“Wir sind das Volk,” riepen de Oost-Duitsers, en de regering in Bonn trok de portemonnee en gaf er gehoor aan. Niks vervreemding van de werkelijkheid. Vergeleken met de Duitse eenwording, een integratieopgave zonder weerga, zijn de huidige ‘i-vraagstukken’ van een lagere orde. Wie denkt dat trommelaars van het type Stadtkewitz de Duitse politiek wel even op weg zullen helpen om op deze terreinen een ‘inhaalslag’ te maken, vergist zich. De Duitse democratie heeft sinds 1990 vaste soevereine grond onder de voeten en is bezonnen als geen andere. De ‘verwildering van Duitsland’ staat niet op het programma, und das ist gut so.

import dirk jan van baar