Gissen naar cijfers

“Steeds minder daklozen in grote steden,” luidde de kop boven een persbericht van het Trimbos Instituut in juni naar aanleiding van eigen onderzoek. Nog geen twee dagen later sloeg het Leger des Heils alarm omdat het de toestroom van dakloze gezinnen niet meer aankon. En de Stichting Zwerfjongeren Nederland maakte in augustus bekend dat het officieel gehanteerde aantal van 6000 zwerfjongeren in werkelijkheid waarschijnlijk driemaal zo hoog is. Hoe zit het nu precies?

Die vraag is lastig te beantwoorden. Want wanneer is iemand eigenlijk dakloos? Sommige mensen hebben geen eigen woning – omdat ze ruzie thuis hebben met ouders of partner, omdat ze uit de gevangenis of een instelling zijn ontslagen, omdat ze uit hun huis zijn gezet wegens een huurschuld – en verblijven bij vrienden, familie, in kraakpanden en caravans of op straat, onzichtbaar voor de instanties en dus voor de statistieken.

De overheid gaat in haar Plan van Aanpak Maatschappelijke Opvang uit 2006 uit van ‘10.000 dak- en thuislozen en 11.800 mensen die dat dreigen te worden’. Volgens datzelfde plan gaat het veelal om ‘mensen met zware, complexe problemen’, die ‘tussen de wal en het schip’ vallen. En zulke mensen zijn per definitie lastig te tellen.

Van het aantal dakloze gezinnen is geen cijfer bekend, maar de koepelorganisatie Federatie Opvang liet vorig jaar al weten dat duizenden dakloze gezinnen per jaar niet goed worden geholpen omdat de gemeenten daar onvoldoende op zijn toegerust.

Op 1 januari werd de noodopvang voor uitgeprocedeerde asielzoekers – onder wie veel mensen met kinderen – op last van het ministerie van Justitie gesloten. Na tussenkomst van het Gerechtshof in Den Haag besloot minister van Justitie Ernst Hirsch Ballin dat er voorlopig geen uitgeprocedeerde asielzoekers met kinderen meer op straat mogen worden gezet, maar hoeveel van dit soort families nog door Nederland rondzwerven, is onduidelijk. Ook andere dakloze illegalen blijven buiten de officiële tellingen.

En dan zijn er nog de groepen mensen uit Midden- en Oost-Europa, MOElanders in jargon, die in Nederland op drift zijn geraakt. Vaak gaat het om arbeiders die hun paspoort hebben moeten afstaan aan malafide uitzendbureaus en die het slachtoffer zijn geworden van huisjesmelkers. In Utrecht worden MOElanders per bus terug naar hun land gebracht; in Den Haag wordt over een vergelijkbare aanpak nagedacht.

import undercover