Het politieke moeras

Het gebeurt altijd met enige vertraging, maar het gebeurt: nu Nederland weg is uit Irak en Afghanistan, krijgen de critici van toen ook van de wetenschap gelijk. Inzake Afghanistan constateert terrorisme-expert Beatrice de Graaf van de Universiteit Leiden dat de regering indertijd een irreëel beeld van de vredesmissie heeft geschetst om die er bij een sceptische Kamer en bevolking door te krijgen: we gingen niet vechten, maar aan wederopbouw doen. Het is – voorspelbaar – onzin gebleken.

En inzake Irak schrijven historici Thijs Brocades Zaalberg en Arthur ten Cate in hun nieuwe boek Missie in Al Muthanna wat ieder intelligent mens al meteen in 2003 wist: dat Nederland gewoon, ondanks alle officiële formules die dit anders wilden, deel uitmaakte van de bezettingsmacht en zich daarnaar gedroeg, omdat dat gewoon niet anders kon. Dat het een volstrekte illusie was om te denken dat men ginds los van de Amerikanen en de Britten een eigen koers kon varen.

Dat kon iedereen al weten. Zoals ook iedereen kon weten dat beide missies – gemeten aan hun eigen hoogdravende doelstellingen, namelijk democratie en rechtsstaat brengen – niet konden slagen. In Afghanistan is het even onveilig als tien jaar terug: de houdbaarheid van alles wat wij er opgebouwd hebben, is zodra de laatste westerse soldaat zijn hielen heeft gelicht, gelijk aan nul. Voor Irak geldt hetzelfde: men slaat elkaar ginds nog steeds met liefde de schedel in, en ook een halfjaar na die prachtige verkiezingen is er nog steeds geen zicht op een premier.

De Amerikanen zijn nu officieel bezig uit Irak te vertrekken – dat heeft Obama zijn kiezers immers beloofd. Maar kunnen ze dat wel? Als ze weggaan, dondert de boel snel in elkaar en vult aartsvijand Iran het ontstane vacuüm. Dan is alles in feite voor niets geweest. Met zo’n puinhoop verliest Obama geheid de verkiezingen. Weggaan? Dat kan dus niet.

Nog langer blijven levert, naast nog meer soldatengraven en nog meer moslimhaat plus fundamentalistisch terrorisme, de Amerikanen echter eveneens niets duurzaams op. Ook dan blijft het een puinhoop; tenzij Amerika nog héél lang blijft. Denk dan maar in decennia. Maar kan en wil Amerika dát betalen? Obama verliest dan ook geheid de verkiezingen vanwege kiezersbedrog. Nog langer blijven? Dat kan dus evenmin.


Irak: je kunt er niet blijven en je kunt er niet weg. Zoiets heet een politiek moeras. Dat heb ik indertijd meteen gezegd: de invasie was een kapitale blunder, maar eenmaal gebeurd, laat zij zich niet meer terugdraaien. Het is juist dat wat Bush voor Amerika zélf de meest rampzalige president in honderd jaar heeft gemaakt. Het tragische is daarbij dat juist Obama, die dit als vroege tegenstander van Bush’ invasie ooit scherp heeft gezien, er nu het politieke slachtoffer van dreigt te worden. De Republikeinen, die deze ravage indertijd ook onder toejuiching van enkele Nederlandse commentatoren hebben aangericht, zijn electoraal dan de grote profiteurs.

Bovendien kunnen de Amerikanen – als ze blijven – elders niets meer doen. Het zelfgecreëerde moeras van Bush bindt hun nu de handen, en dat geeft de internationale concurrentie vrij spel.

In de regio is dat allereerst Iran, dat inmiddels een regionale grootmacht is. Dat blijkt zowel in Irak als daarbuiten. Door de soennitische tirannie van Saddam Hoessein op te ruimen, heeft Amerika de sjiitische meerderheid in Bagdad al de touwtjes in handen gegeven, en die haalt de banden met het religieus verwante Teheran aan. Bij vertrek van de Amerikanen zal de greep van Iran op Irak slechts sterker worden.

Daarnaast weet Iran een wig te drijven tussen het Westen en Turkije, waar de verbittering door de Europese afwijzing van het EU-lidmaatschap en de Amerikaanse tolerantie van Israëlisch wangedrag de islamisten van premier Erdogan tot een geleidelijke heroriëntatie voert. Teheran heeft zich als tegenpool van West-Jeruzalem opgeworpen en weet zich daarbij ook door veel Arabische moslims gesteund. Het traditionele Perzische probleem – een geïsoleerd niet-Arabisch eiland in een Arabisch Midden-Oosten – dat Iran met Turkije deelt, wordt daarbij een stuk minder dan voorheen. De Arabische aartsvijanden van Iran moeten met angst en beven toezien hoe – dankzij Amerika’s weigering Israël tot de orde te roepen – de Arabische publieke opinie uit hun handen glipt.


En buiten het Midden-Oosten is er van het Amerikaanse moeras nog een grote profiteur: Amerika’s grote concurrent China, dat de handen vrij heeft en met die vrije handen inmiddels de halve wereld economisch koloniseert.

import thomas von der dunk