Suspense tussen vader en dochter

Arnon Grunbergs eerste bemoeienis met het medium film dateert van 1989, toen hij een piepklein rolletje (‘puber’) speelde in de thriller De kassière. Negen jaar later schreef hij – inmiddels doorgebroken als auteur – het scenario voor de ietwat fletse tragikomedie Het 14de kippetje. Het wachten was op een gedegen verfilming van een van zijn romans. Het nieuws dat zijn bestseller Tirza door Rudolf van den Berg zou worden verfilmd, vormde echter nog geen reden om de vlag uit te hangen. Van den Berg had weliswaar een aardige staat van dienst opgebouwd als regisseur, maar op zijn laatste films (For My Baby en Snapshots) viel toch ook wel het een en ander aan te merken. Zou hij in staat zijn Grunbergs eigenzinnige mengeling van ironie en tragiek overtuigend in beelden om te zetten? Ik was er niet gerust op.

Met enige opluchting kan nu worden vastgesteld dat die bedenkingen onterecht waren. De roman van Grunberg lijkt in Van den Berg het beste naar boven te hebben gehaald. Tirza is een evenwichtige en visueel rijke film. Het tragische verhaal bevat genoeg (cynische) humor om niet topzwaar te worden, en er wordt bovenal voortreffelijk in geacteerd. Een waardige openingsfilm dus voor de dertigste editie van het Nederlands Film Festival, dat dezer dagen weer in Utrecht wordt georganiseerd.

Aangezien er van de roman van Grunberg inmiddels zo’n 300.000 exemplaren zijn verkocht, zien de commerciële perspectieven van de film er ook gunstig uit. Het titelpersonage (Sylvia Hoeks) is een jonge vrouw die op de bonnefooi naar Namibië is afgereisd en die sindsdien niets meer van zich heeft laten horen. Haar (gescheiden) ouders maken zich grote zorgen. Als Tirza langdurig blijft verzuimen op telefoontjes en emails te reageren, neemt haar vader (Gijs Scholten van Asschat) het vliegtuig naar Windhoek, waar hij de hotels, jeugdherbergen en internetcafés afstruint op zoek naar zijn dochter.

In de eerste helft van de film levert de moeizame omgang tussen de ouders van het meisje enkele venijnig schurende scènes op, die zowel geestig als pijnlijk zijn. Naarmate het verhaal vordert, wekt de vraag wat Tirza overkomen kan zijn de nodige suspense en krijgt de kijker zelfs een paar verrassende plotwendingen voorgeschoteld. In het laatste bedrijf vormt het desolate landschap van Namibië een dankbaar en ietwat surrealistisch decor voor de apotheose van het verhaal. Dat Van den Berg (tevens scenarist) heeft gekozen voor een slot dat afwijkt van de roman, zal voor liefhebbers van het boek misschien een reden zijn de wenkbrauwen te fronsen. Zelf doet Grunberg (“Het lijkt me vreselijk als de auteur de filmmaker gaat lopen controleren”) daar in ieder geval niet moeilijk over. Gijs Scholten van Asschat is in bijna elk shot van deze film te zien en weet wel raad met de ruimte die hem wordt geboden. Met zijn vertolking van de verdwaasde vader heeft hij een meer dan indrukwekkende acteerprestatie neergezet. Het zal toch raar moeten lopen als Scholten van Asschat daar op 1 oktober niet voor beloond wordt met een Gouden Kalf.


Tirza. Regie: Rudolf van den Berg. Vanaf 30 september in de bioscoop.

Erik Spaans