Tegen de wansmaak

Een frontale aanval op de populaire cultuur – dat zie je niet meer zo vaak tegenwoordig. Het zijn per slot van rekening omzich-tige tijden, waarin ieders ex-pressie van hoogst persoonlijke achtergrond, affiniteit en voorkeuren ruim baan dient te krijgen. Over smaak valt niet te twisten, luidt het algemeen omhelsde correct-liberale adagium, dat iedereen beleefd het zijne gunt en tegelijk een taboe legt op waardeoordelen. Het probleem van extreem liberalisme is dat het tot cultuurrelativisme leidt. Wie deze route gedachteloos afloopt, kan tot zijn eigen schrik belanden in het kamp van de clitoridectomie-adepten of dat van de polygamisten, want elke cultuur heeft nu eenmaal zijn eigen parti-pris waar buitenstaanders van af moeten blijven.

Carel Peeters, lange tijd literair criticus en nog steeds essayist bij Vrij Nederland, heeft een hekel aan cultuurrelativisme. Zijn boek Genieten voor miljoenen is een aanklacht tegen het verdwijnen van waardeoordelen tout court. Hij ziet de populaire cultuur als een nietsontziende, vooral commercieel gedreven moloch die op een brutale manier de toon zet ten koste van stijl en kwaliteit. Het gaat hem er niet om dat populaire cultuuruitingen geen recht van bestaan zouden hebben, maar dat iedereen zich willoos erdoor laat overspoelen en te slap, te bang of te lafhartig is om waardeoordelen uit te spreken. Welaan, Carel Peeters is meer dan bereid om wat hij om zich heen ziet te toetsen aan esthetische standaarden en volgens hem valt er uitstekend over smaak te twisten.

Uiteenlopende verschijnselen passeren de revue. Zo buigt de auteur zich over T-shirts, volwassen mannen met petjes op, de collectieve aanbidding van pistolen en ander schiettuig in films en computerspelletjes, kauwgum, de kale kop en de tatoeage als modestatement. Het zal geen verwondering wekken dat geen van deze cultuuruitingen zijn genade kunnen vinden. Het lubbergevoelige T-shirt wordt geassocieerd met ‘gedateerde rebelsheid’, een non-dracht die alleen nog lusteloos om een lijf hangt. Evenzo is de pet ‘de uiterlijke verschijning van een opzettelijke innerlijke proletarisering’. En dan moet het hoofdstuk over tatoeages nog komen!

Bij zijn veldtocht tegen wansmaak en vulgariteit geeft Peeters blijk van een scherp observatievermogen. In de beschouwing over sneakers duizelt het de lezer bijkans van de merken en de namen van specifieke modelletjes en de mensen die ze dragen of promoten. Iemand die zo thuis is in de materie ga je er naar analogie van the lady doth protest too much bijna van verdenken dat hij er stiekem iets mee heeft.


Het boek stelt interessante vragen: hoe komt het dat alle middenklasse-auto’s nu de vorm van een cavia hebben (zacht, bol, helt voorover, snuffelneus, hoog achterste)? Waarom lacht iedereen met zoveel sneeuwwitte tanden, ook als er niets te lachen valt? Hoe trivialer het verschijnsel dat aan een kritische inspectie onderworpen wordt, hoe gedrevener de auteur. De kauwgumboutade bijvoorbeeld krijgt waarlijk vleugels door het vertelperspectief: “Het kauwgumpje wil graag zijn steentje bijdragen. Maar niet pontificaal en exhibitionistisch. Wanneer hij ook nog uitgespuugd wordt, is zijn melancholie compleet.”

Achter dit bij vlagen zeer amusante boek schuilt de angst van Peeters dat highbrow het zal afleggen tegen lowbrow. Die angst lijkt mij ongegrond. Anders zou een term als ‘de getatoeëerde klasse’ toch nooit kunnen opduiken in de maatschappij? Waardeoordelen zijn even noodzakelijk als onvermijdelijk. Dit boek vormt daar zelf het beste voorbeeld van.

Carel Peeters: Genieten voor miljoenen – Over populaire cultuur.

De Harmonie. €17,90. Ook verkrijgbaar via www.ako.nl.

Beatrijs Ritsema