Tussen vrijheid en verantwoordelijkheid

Vrijheid en verantwoordelijkheid, de titel van het regeerakkoord, is de meest dubbelzinnige politieke wapenspreuk van de laatste jaren. De Partij voor de Vrijheid neemt geen regeringsverantwoordelijkheid. Wat de VVD bedoelt met vrijheid is in het regeerakkoord is ook niet altijd duidelijk. De beperking van de koopzondagen, ooit maandenlang een thema voor de VVD die de betutteling van Balkenende IV moest bewijzen, is aan de christen-democraten gegund. Vrij en verantwoordelijk? Het winkelpersoneel is in elk geval vrij en je bent zelf verantwoordelijk dat je de boodschappen op tijd hebt gedaan.

Vrijheid én verantwoordelijkheid is vaak genoeg in tegenspraak met zichzelf. Moraliteit voor de VVD is voor het CDA vaak immoraliteit. Vrijheid is voor de anti-liberalen van de PVV vaak gebrek aan verantwoordelijkheid. De term ‘tussen vrijheid en verantwoordelijkheid’ zou veel beter passen bij het liberaal-conservatieve regeerakkoord. Al kan die ‘verantwoordelijkheid’ ook weer aangevallen worden door gebrek aan aandacht voor de wereld van morgen. Vrijheid en verantwoordelijkheid, wie is daar ook nou op tegen? Het gebruik van deze diepe woorden is in deze context holler dan een zekere Eftelingbewoner, uitgewoonder dan een gemiddeld kraakpand.

Gisteren moest ik weer nadenken over de titel van het regeerakkoord. Kathleen Ferrier en Ad Koppejan omstandig te zien uitleggen dat zij én moesten inbinden, én de vrijheid nemen tegen voorstellen te stemmen, ligt in lijn met het regeerakkoord. Het ‘ontmaskeren’ van Wilders is niets meer of minder dan een persoonlijke opdracht; vrijheid als onafhankelijkheid, verantwoordelijkheid als rekenschap afleggend. 

Elk kamerlid heeft de grondwettelijke vrijheid zonder ‘last’(art. 67 GW) te mogen stemmen. Dit is de kiem van het dualisme in de Tweede Kamer; de regering regeert en de kamer controleert. Kamerleden staan op zich in afwegingen en stemmingen. Het zogenaamde ‘compromis’ met Ferrier en Koppejan dat zij beleid op merites zullen beoordelen, is dus niks meer dan voortzetting van hun al bestaande rechten en plichten. 

Is er dan niks veranderd? Nee. Het CDA kent een traditie van monisme, van de twee handen van regering en parlement op één buik. Herinnert u zich Pieter van Geel nog vorig jaar? Hij verklaarde dat het parlement geen letter meer kon verbouwen aan het crisispakket van het kabinet. Wilders liep daarop de kamer uit, met zijn achtkoppige fractie er achteraan. Die onbeweeglijkheid was voor Mark Rutte mede aanleiding om met een motie van wantrouwen te komen tijdens Prinsjesdag. Als Ferrier en Koppejan de poot stijf houden, voorkomen ze dat het CDA in oud-monistisch gedrag vervalt. Een zegen kortom voor de democratie, een zege voor de democratische opvattingen van Rutte en Wilders.

Sywert van Lienden