Bevallen in je eentje

Een ruggeprik bij een bevalling gold lange tijd als typisch Amerikaans, hoewel die in Zuid-Europese landen en in Zuid-Amerika ook tamelijk standaard wordt toegepast. In Nederland is deze vorm van pijnbestrijding duidelijk in opkomst. Vergeleken met tien jaar geleden bevallen er drie keer zo veel vrouwen met behulp van een ruggeprik, nu ongeveer twintig procent van het totaal. Ook hanteren sommige bevallende vrouwen het morfinepompje en is lachgas (bekend uit de jaren vijftig als pijndempend middel) terug van weggeweest. De trend past binnen de toenemende medicalisering van de geboorte. Als zwangerschap vanaf het begin in het teken staat van gezondheidsadviezen, (para)medische begeleiding, screeningstests voor allerlei aandoeningen van de foetus en check-ups, kan die pijn ook wel achterwege blijven. Waarom zou een vrouw voor pijn kiezen als het niet noodzakelijk is? Bij de tandarts laat je nog geen gaatje uitboren zonder dat er een verdoving aan te pas komt.

In dat licht is het opmerkelijk dat er ├╝berhaupt nog wordt bevallen zonder pijnbestrijding, maar het merendeel van de Nederlandse vrouwen doet dat toch nog steeds, hetzij thuis, hetzij in het ziekenhuis. Enerzijds heeft dat te maken met bepaalde risico’s van de ruggeprik, zowel voor baby als moeder, anderzijds zal er ook een verlangen meespelen om het op eigen kracht af te handelen. Bevallen zonder verdoving is stoer. Wie die ultieme beproeving doorstaat, kan tevreden over zichzelf zijn. Of dit verlangen beschouwd wordt als simpele zelfbeschikking of als voorbeeld van achterhaalde hero├»ek hangt af van wat gebruikelijk is. Hoe meer ruggeprikken er plaatsvinden, hoe romantischer het wordt om het zonder te doen.

Natuurlijk moet de wens van de vrouw doorslaggevend zijn voor het soort bevalling dat ze tegemoetziet – op dat punt is de discussie over pijnbestrijding eigenlijk niet zo interessant. Belangrijker is hoe die bevallingen zelf verlopen, en dan valt op dat de perinatale sterfte in Nederland betrekkelijk hoog is: niet in absolute aantallen (het loopt meestal goed af), maar wel vergeleken met andere Europese landen. Bovendien zijn ook relatief veel vrouwen achteraf ontevreden over hun bevalling. Hoe dat komt, is niet zo moeilijk te bepalen: ze voelen zich vaak alleen en in de steek gelaten.

In een interview met Opzij vertelt Claudia de Breij een gruwelverhaal over haar bevalling, waarbij er anderhalf uur lang niemand naar haar omkeek (in het ziekenhuis nota bene), zodat er van alles mis ging waarvan ze twee jaar na de geboorte nog steeds fysieke ellende ondervindt. Lag ze daar echt in haar eentje te lijden? Nee, ongetwijfeld zaten haar vriendin en wie weet wat voor intimi nog meer naast haar bed haar hand vast te houden, maar daar heb je op zo’n moment niets aan. De Breij is wel degelijk schandalig in de steek gelaten.


In Nederland vindt iedereen het vreselijk belangrijk dat de partner de bevalling mee doorstaat en steun biedt. De vroedvrouw of (in het ziekenhuis) de gynaecoloog komt af en toe binnenwippen en stroopt pas in de laatste fase de mouwen op. Deze deskundigen hebben het veel te druk met andere dingen en beperken hun aanwezigheid tot het hoogstnoodzakelijke, zodat de nederige begeleidingstaak grotendeels aan intimi toevalt. Maar intimi weten niets van bevallingen en kunnen ook niets uitrichten.

Barende vrouwen worden in geen enkele cultuur alleen gelaten, ook vroeger niet. Met zo’n bevalling, zeker als het een eerste is, ben je al gauw een half tot een heel etmaal bezig. Een man vervult binnen dit scenario geen rol van betekenis, tenzij het toevallig zijn vak is. Als overbodig persoon kan hij maar beter ergens anders sigaren gaan roken en whisky drinken op de goede afloop en, vooruit, bijtijds worden binnengeroepen voor de finale. Wat een vrouw nodig heeft tijdens die eindeloze uren van pijn is geen intimiteit maar deskundigheid. Er moet iemand naast zitten die geduld heeft om het uit te zitten, die de barende kan ondersteunen en geruststellen, maar die vooral ook kan signaleren als er iets mis gaat. Dat kan alleen iemand doen die ruime ervaring heeft met bevallende vrouwen, een doula bijvoorbeeld.

Meer ruggeprikken zullen niet leiden tot minder perinatale sterfte en ook niet tot een betere kwaliteit van de bevallingen. Het gaat niet om de pijn die voor de een wel en voor de ander niet draaglijk is. Het gaat erom dat er iemand naast zit die kennis van zaken heeft. Iemand die niet weggaat.

import beatrijs ritsema