‘Hoe lang zou dit nog leuk blijven?’

Het is het jongetje uit Hardenberg gelukt. Hij is ’s lands populairste, best betaalde en best beluisterde radio-dj. Edwin Evers (1971) bereikt wekelijks miljoenen luisteraars met Evers Staat Op. ‘Het was moeilijk om ertussen te komen, daarom had ik een vrij doelgericht plan.’

Jezus, ik zit hier gewoon! dacht ik toen ik voor het eerst bij Veronica aan tafel zat met Jeroen van Inkel, Wessel van Diepen, Lex Harding en Erik de Zwart. Al die gasten waar ik op de middelbare school naar luisterde op m’n walkman, mijn helden. Net 21 was ik toen ik daar begon. Dat is echt jong hoor, voor die tijd zeker. Nu zijn er zoveel radiostations dat ze veel mensen nodig hebben en dat ze steeds jonger beginnen. Toen waren er een paar grootheden en dat was het. Alle omroepen hadden één uitzenddag en alle discjockeys wilden maar één ding: bij Veronica werken, dat was het walhalla.

Ik had ook al vaak gesolliciteerd. Bij Veronica, bij de TROS, bij de VARA. De afwijzingsbrieven heb ik nog: “We hebben op dit moment geen plek” of “Uw presentatie is niet geschikt” stond er dan. Het was moeilijk om er tussen te komen. Daarom had ik een vrij doelgericht plan: ik ga naar een Amsterdamse lokale zender, want al die gasten in Hilversum worden van zo’n zender geplukt – dat is het voorportaal. En precies dat gebeurde. Ik werd door Radio 10 gebeld; die begonnen met een jongerenstation, Power FM. Toen ik daar zat, werd ik gebeld door Jeroen van Inkel. “Kunnen we een keer afspreken? Ik wil met je lunchen bij mij thuis.” Moet je je voorstellen dat je grote held belt en zegt: kom je bij mij thuis een bakkie doen? Heel gaaf vond ik dat.

Veronica was absoluut mijn einddoel, maar dat werd voor onmogelijk gehouden. De mensen die daar zaten, kwamen uit de tv-wereld, dus een jongetje uit Harderberg zou dat niet lukken. Na dat gesprek met Jeroen werd ik gebeld door Lex Harding, de baas van Veronica. Nou, dat was natuurlijk helemaal goed. Een paar weken nadat ik begon bij Veronica, startte Lex een nieuw station: Radio 538. Hij had gedoe gehad en wilde als wraak alle discjockeys meenemen. Ik dacht: verdomme, ik heb m’n hele leven bij Veronica willen werken en dan zou ik na een paar weken weggaan? Dát doe ik niet. Jeroen van Inkel en ik bleven. Ineens kon ik veel meer doen dan waarvoor ik was aangekomen. Het was mijn geluk dat bijna iedereen wegging. Een beetje talent moet je wel hebben. En veel doorzettingsvermogen. Maar zonder geluk vaart niemand wel. Dat er bij Veronica ineens zoveel plek was, was mijn geluk. Ik kreeg eigen radioprogramma’s op Radio 2 en Radio 3 en kon op locatie radio gaan maken.


Een ochtendshow op een landelijke zender, dat was mijn grootste wens. En dan een programma zoals ik dat nu al dertien jaar maak, met sidekicks, veel mensen bellen en imitaties doen. En ja, ik sta dus al dertien jaar tussen vier en kwart over vier ’s ochtends op. Tenzij ik in mijn appartement in Hilversum ben, dan is het half zes, maar dat is zelden. Liever ben ik in Hardenberg – ik ben er geboren, heb daar al m’n vrienden. Daar voel ik me thuis. Een familieman ben ik en honkvast eigenlijk ook wel, ja. Het vroege opstaan heb ik daar wel voor over. Dat opstaan gaat nog wel, maar op tijd naar bed gaan is nog weleens lastig. Ik lig meestal om half negen ’s avonds in m’n bedje. Aan de momenten dat ik vrij heb, heb je sociaal gezien geen zak, want iedereen is dan aan het werk. En op de tijd dat anderen denken: ik ga eens even buurten, moet ik naar bed. Ik beklaag me niet, misschien wel omdat ik niet beter weet. En wat scheelt: ik heb sinds een paar jaar vakanties van zeven weken. Toen ze vijf jaar geleden m’n contract voor zeven jaar wilde verlengen, wist ik niet of ik dit ritme nog wel kon opbrengen. Ik heb dus een veiligheidsmarge voor mezelf ingebouwd. Dat ik in de zomer echt een ander leven wilde, niet hoef te denken: kut, het is half negen, ik moet nu naar bed.

Ik richt me op dat waar ik goed in ben: radio maken. De rest is bijzaak; mijn band, het zingen, het drummen. Die focus heb ik honderd procent. Radio krijgt altijd voorrang, ook omdat ik een verantwoordelijkheid heb naar mijn opdrachtgever. Het is onmiskenbaar zo dat Evers Staat Op een belangrijk programma is voor Radio 538. Je kunt niet op één programma een heel station draaien, maar belangrijk is het wel. Ik realiseer me ook wel dat veel banen van het programma afhankelijk zijn, maar ik ben daar niet veel mee bezig, anders word ik gek. Ik vind wel: we zijn hier met veel mensen aan het werk en als mijn inbreng belangrijk is, moet ik mijn verantwoordelijkheid nemen. Dan kan ik niet zeggen: ik heb een beetje pijn in m’n maag, ik blijf thuis. En ik ben blij dat Ruud de Wild weer naar 538 komt, maar dat ontslaat mij niet van mijn verantwoordelijkheidsgevoel. Er is met hem wel iemand binnengekomen van wie ik hoop dat die ook verantwoordelijkheid neemt, en dat zal Ruud ook doen.


Over mislukkingen stap ik niet makkelijk heen. Laatst had ik bijvoorbeeld een imitatie van Marc-Marie Huijbregts gedaan. Die doe ik wel vaker en die lukt meestal heel goed, maar ik was erg slecht bij stem en het ging gewoon niet. Dan heb ik een chagrijnige dag, het was echt een blunder. Te snel opgenomen en niet kritisch genoeg geluisterd voordat ik het de ether in gooide. De luisteraars stappen er meteen overheen en denken: het zal wel. Maar voor mij is het dan een enorme stap om de volgende keer weer zo’n imitatie te doen. Het programma gaat ook over durven, dat lef hebben.

Ik probeer altijd mezelf te zijn. Mijn programma heeft denk ik zo’n succes omdat het authentiek is en dat het sfeertje prettig is om naar te luisteren. Ik vind het helemaal kut als iemand zit te chagrijnen in de studio. Ik ben zelf ook weleens chagrijnig, maar als de lijn open is, zet ik dat om. Natuurlijk denk ik weleens: ik was liever in m’n bed blijven liggen, maar dat zal je niet terughoren op de radio. Het mezelf-zijn gaat niet zover dat ik denk: ik voel me vandaag niet zo blij, dus iedereen mag het horen. Luisteraars willen dat je altijd dezelfde energie geeft. Tempo, vaart, gewoon weer door.

Als ik er al mee bezig ben hoe lang ik dit nog wil doen, dan denk ik vooral: hoe lang zou dit nog leuk blijven, ook voor het publiek? Zo’n drieënhalf miljoen mensen luisteren elke week naar Evers Staat Op. Dat is een enorme motivatie. Mijn instelling is: het is nu leuk en prachtig, maar het kan zomaar afgelopen zijn. Hou er maar rekening mee, het is een keer klaar. Als er ooit minder mensen luisteren, is dat natuurlijk moeilijk. Zeker omdat de luistercijfers al jaren zo hoog zijn, maar het zal mijn plezier in het werk denk ik niet beïnvloeden.

Sara van Gorp